Metzmacher hevig romantisch

Op een ideaal concert hoor je niet op welk stuk het hardst is gerepeteerd. Ingo Metzmacher, die het Radio Filharmonisch orkest en het Groot Omroepkoor dirigeerde, had zijn aandacht van tevoren duidelijk ongelijk verdeeld: alles op Zemlinsky, te weinig op Bartók.

Stravinsky's Chant du rossignol klonk nog fris, raspend, met weinig bas en veel flinterend hoog. De voorname ingetogenheid die Metzmacher hier toonde werkt uitstekend bij deze Stravinsky.

Bartóks Cantata profana, over negen zoons die in herten veranderen, begon echter als een ondoordringbare donkere brij. Als het Metzmachers bedoeling was het dichte gebladerte te schilderen waar de jongens tussendoor rennen, slaagde hij in zijn opzet - zó goed dat het bos niet meer te zien was. De enige differentiatie in deze massa ontstond door Bartóks soms swingende ritmische spel, mooi versterkt door de tweekorige opstelling van het sterk zingende Groot Omroepkoor.

Transparantie ontstond wél enigszins op de momenten dat Wilson-Johnson (de vader) en Fritz (de oudste zoon, in een hert veranderd) hun dialoog voerden. Ondanks het ongetwijfeld voor méér luisteraars onverstaanbare Hongaars, wist vooral Wilson-Johnson nog een overtuigende dramatiek in zijn partij de leggen.

Zemlinsky's Seejungfrau klonk volledig tegengesteld. Doorzichtig, als een heldere zee: soms pikzwart, maar alleen door de diepte en niet van het slib. Het verhaal, over de onmogelijke liefde tussen prins en zeemeermin, moet Zemlinsky hebben aangesproken, omdat zijn liefje Alma hem net voor Gustav Mahler had verlaten.

Metzmacher dirigeerde het met grote, hevig romantische golfslagen, zelf zwierig en beweeglijk, soms toepasselijk “bub bub bub' met de mond de tel aangevend. Het orkest, voor de pauze nogal ambtelijk, schitterde hier, vooral houtblazers en koper.

Vrijdag staat Metzmacher voor het Concertgebouworkest met nóg meer verhalende muziek: de Tovenaarsleerling van Dukas en Debussy's Jeux.

Concert: Radio Filharmonisch Orkest en Groot Omroepkoor o.l.v. Ingo Metzmacher,. Gehoord: 6/1 Vredenburg, Utrecht.

    • Jochem Valkenburg