Kritiek Belgische minister op beleid Verdonk

Nederland is te streng voor Nederlanders en genaturaliseerde allochtonen die een partner of kind willen laten overkomen. Daarmee loopt Den Haag in Europa uit de pas.

Die kritiek uitte de Belgische minister van Binnenlandse Zaken, Patrick Dewael, het afgelopen weekeinde in een interview in de Gazet van Antwerpen.

Dewael waarschuwt dat hij niet van plan is de restrictieve Nederlandse regelgeving over te nemen. Hij gaat zijn Nederlandse collega Verdonk (Vreemdelingenzaken, VVD) op de bijeenkomst van asielministers in Wenen tijdens het komende weekeinde aanspreken op dit punt. “Voor mij is de zin van Europese harmonisatie dat je alle regels op elkaar afstemt“, aldus de Belgische minister. “Dat doet Nederland niet.“ Ook de vreemdelingenkamers van de rechtbank in Haarlem en Amsterdam oordeelden eind vorige jaar in twee zaken dat minister Verdonk de Europese richtlijn inzake het recht op gezinshereniging te beperkt uitlegt.

In België gelden voor Belgen en voor genaturaliseerde migranten dezelfde (soepele) regels als voor andere inwoners van de Europese Unie. Nederland is strenger voor de eigen onderdanen, inclusief genaturaliseerde allochtonen. In Nederland mogen alleen de echtgenoot of echtgenote en kinderen tot achttien jaar overkomen. Voor die laatste groep geldt bovendien dat de scheiding niet langer dan vijf jaar mag zijn.

Bovendien vraagt Nederland zeer hoge leges voor verblijfs- en inreisdocumenten. De migrant die zijn partner wil laten overkomen, moet 120 procent van het minimumloon verdienen. En binnenkort wordt de partner verplicht in het land van herkomst al een inburgeringsexamen te doen.

In België mogen ook meerderjarige kinderen, grootouders en kleinkinderen overkomen. Ook gelden minder strenge inkomenseisen en duren de procedures aanzienlijk korter. België wordt om die redenen steeds vaker gebruikt als sluiproute voor familiehereniging door allochtone Nederlanders .

Verdonk schreef vorige maand aan de Tweede Kamer “dat een oplossing van het probleem (van de sluiproute, red.) alleen in Europees verband mogelijk is“. Ierland, Groot Brittannië en Denemarken doen niet mee aan het gemeenschappelijk vreemdelingenbeleid.