Krachtcentrale als fantasiesculptuur

©ÊBernard Hulsman Door Liesbeth van der Pol ontworpen warmtekrachtkoppelingscentrale op de Uithof in Utrecht. Hendrik de Klerk Klerk, Hendrik de

Steeds vaker krijgen heel gewone gebouwen en gebouwtjes die eigenlijk alleen maar nuttig moeten zijn, een spectaculair uiterlijk. Zo verschenen in Amsterdam de afgelopen jaren een paar opmerkelijke nieuwe brugwachterhuisjes met schots en scheve vormen. Ook het Boostergemaal op het Zeeburgereiland in deze stad kreeg een omhulling van scherpe vormen waarop in grote letters het woord Booster staat geschreven. Dit gemaal, voor boosterpompen die rioolwater naar een waterzuiveringsinstallatie doorpompen, werd ontworpen door Bekkering Adams architecten, het bureau dat in 2004 in Hoofddorp al een opvallende brandweerkazerne realiseerde. Hier lijkt een curieuze zigzagwand een platte doos met een schuine daklijn te steunen.

Er verschijnen nu zoveel van dergelijke markante gebouwen in Nederland dat gerust kan worden gesproken van een trend. Neo-expressionisme zou er een goede naam voor zijn. De nieuwe schots en scheve gemalen, kazernes enzovoort roepen herinneringen op aan het expressionisme van bijna een eeuw geleden, dat in Nederland een hoogtepunt beleefde in de Amsterdamse School.

Vanwege hun voorkeur voor grillige vormen, die niet zouden stroken met de “functies' van de gebouwen, werden de Amsterdamse-School-architecten destijds heftig bekritiseerd door hun functionalistische vakgenoten. En met succes: lange tijd stonden de ontwerpers van de Amsterdamse School algemeen bekend als leveranciers van onzinnige bouwkunst. Maar in het begin van de 21ste eeuw geloven nog maar heel weinig architecten in onversneden functionalisme. Sterker nog: de nieuwe expressionisten hebben er zichtbaar veel plezier in om juist utiliteitsgebouwen, die decennia lang zo saai waren dat ze de naam bouwkunst niet verdienden, vreemde uitdossingen te geven.

Voorlopig hoogtepunt van het Nederlandse neo-expressionisme is de door Liesbeth van der Pol ontworpen warmtekrachtkoppelingscentrale op de Uithof in Utrecht. Wie de toelichting op de site van Van der Pol leest, moet vaststellen dat de opdracht van de Universiteit Utrecht weinig aanleiding gaf voor een spectaculair gebouw. Maak een gesloten gebouw voor machines, pijpen en filters, zo luidde de opdracht ongeveer, en ontwerp ook nog een paar ruimtes waar enkele mensen kunnen werken, douchen en naar de wc gaan. Een bakstenen doos met een paar pijpen zou een adequate omhulling zijn geweest voor deze eenvoudige functies. Maar Van der Pol heeft er een buitengewoon markant gebouw van gemaakt. Het is alsof een van architectuurfantasieën van de Italiaanse futurist Antonio Sant' Elia een eeuw later alsnog is gerealiseerd. De rood-bruine platen van cortenstaal, die het eigenlijke onderkomen van de machines omhullen en er zo voor zorgen dat het gedreun van de machines buiten onhoorbaar is, vormen een schitterende sculptuur in het door en door Nederlandse polderlandschap met knotwilgen bij De Uithof.

Warmtekrachtkoppelingscentrale, De Uithof, Utrecht. Architect: Liesbeth van der Pol. Opdrachtgever: Universiteit Utrecht. Ontwerp 2003/04. Oplevering: december 2005.

    • Bernard Hulsman