In Spanje heeft het leger geen vrij spel meer

Een Spaanse generaal die dreigde het leger in te zetten om de grondwet te verdedigen zorgde voor een voorlopig dieptepunt van de democratische terugval die Spanje doormaakt.

Luitenant-generaal José Mena Aguado kreeg afgelopen zaterdagmorgen in een gesprek van een kwartier met de Spaanse minister van Defensie José Bono zijn straf meegedeeld. Acht dagen huisarrest, juist genoeg om zijn onmiddellijke ontslag als bevelhebber van de landmacht formeel te laten bezegelen. Drie maanden voor zijn pensioen verlaat Mena (63) aldus oneervol het Spaanse leger, nadat hij afgelopen vrijdag tijdens een officiële receptie in Sevilla zei dat het leger de taak heeft in te grijpen, mocht het nieuwe statuut voor de Catalaanse regio de Spaanse grondwet schenden en de eenheid van het land in gevaar brengen.

Het ontslag en huisarrest werd in brede kring verwelkomd als democratische daadkracht van de regering van de socialistische premier José Luis Rodríguez Zapatero. Hij maakte duidelijk dat het leger onder bevel staat van de regering en dat het zich ver heeft te houden van politieke bemoeienis. Dat mag elders in Europa als vanzelfsprekend gelden, maar nog altijd niet in Spanje, een land dat zich dertig jaar geleden aan een militaire dictatuur heeft ontworsteld en waar de laatste poging tot staatsgreep in 1981 plaatsvond.

De uitspraken van de luitenant-generaal zijn het voorlopige dieptepunt van de democratische terugval die Spanje de afgelopen maanden doormaakte. Sinds de onverwachte verkiezingsoverwinning van de socialisten in maart 2004 is het politieke klimaat in Spanje gaandeweg steeds verder verruwd. Vooral het conservatieve deel van de Partido Popular, de belangrijkste oppositiepartij, maakte een radicalisering door die dit deel van de partij regelmatig op de rand van de democratische mores bracht. De partij heeft de grootste moeite het verkiezingsverlies te accepteren. Doorgaans impliciet worden de socialisten beschuldigd van een complot met de terroristen van de aanslagen in Madrid, kort voor de verkiezingen. Samen met het meest conservatieve deel van de bisschoppen trok de Partido Popular de straat op om te protesteren tegen het homohuwelijk en andere hervormingen in een klimaat dat vooral bedoeld is om de socialistische regering ten val te brengen.

In het klimaat van opgeklopte politieke spanningen van de afgelopen tijd ontbrak de pijler die altijd prominent aanwezig was in de dictatuur: het leger. Aan die omissie werd vrijdag een einde gemaakt toen luitenant-generaal Mena dreigde met het leger in een discussie die op dit moment het Spaanse politieke leven overheerst. Het betreft de vernieuwing van het statuut waarin de autonomie van de Spaanse regio Catalonië wordt vastgelegd. De lokale linkse coalitie onder leiding van de socialisten heeft een tekst op tafel gelegd die een vergaande autonomie nastreeft en de regio bovendien definieert als “natie“. Dat heeft, overigens niet alleen in conservatieve kring, tot bezorgdheid geleid over de constitutionele eenheid van de Spaanse staat.

De waarschuwing van Mena in dit politieke debat was om meerdere reden een provocatie. Ten eerste vergat de bevelhebber te melden dat niet het leger, maar de regering uiteindelijk bepaalt of er militair opgetreden moet worden. Zijn uitlatingen leken opmerkelijk veel op een dreiging met militaire staatsgreep. Geheel in lijn daarmee deed Mena het voorkomen of hij niet uitsluitend voor zichzelf sprak, maar voor een groter deel van het kader van de strijdkrachten. Volgens de luitenant-generaal waren het niet zijn persoonlijke “gevoelens, verontrusting en bezorgheden“ maar die van zijn ondergeschikten.

In de opschudding die naar aanleiding van de uitspraken van de landmachtbevelhebber ontstond viel vooral op dat conservatieve commentaren de schuld van de ophef bij de regering legde. Was het tegenwoordig verboden de grondwet te verdedigen? En had de regering het niet aan zichzelf te wijten dat de zaak zo uit de hand gelopen was? Dit was aanvankelijk ook de reactie van de Partido Popular, die de woorden van de generaal verontschuldigde als “onvermijdelijk“ en “een weerspiegeling van de politiek situatie“. De volgende dag, nadat vrijwel alle politieke partijen over de Partido Popular heen waren gevallen, draaide de partij zijn discours drastisch bij: nu werd op hoge toon het verschijnen van de defensieminister in het parlement geëist wegens wanbeleid en het niet meer in de hand hebben van zijn eigen generaals.

Hiermee is het niet alleen de eerste maal in de geschiedenis van de Spaanse democratie dat een generaal huisarrest krijgt van de regering, maar ook dat de belangrijkste conservatieve partij niet direct duidelijk maakt dat het leger zich verre heeft te houden van de politiek. Laat staan van het idee van een staatsgreep.

    • Steven Adolf