Hans Beerekamp

In het nieuwe jaar worden we overspoeld met nieuwe dramatische televisieseries, veelal vervaardigd door mensen uit de filmwereld. Ik begin met de afdeling politie en misdaad.

Scene uit Van Speijk

Een les die zowel Talpa als de publieke omroepen van de succesvolle series van de Amerikaanse zender HBO lijken te leren is dat tv-series het beter doen als er één auteur is, die het idee levert, de scripts van de hele serie coördineert en er zijn herkenbare stempel op zet.

Bij de comedy-serie Shouf Shouf (VARA) is dat, net als bij de bioscoopfilm Shouf Shouf Habibi, Albert ter Heerdt, maar een jongere filmmaker, Tim Oliehoek (Vet hard), regisseert. De verrassende allochtone zelfspot en andere zwarte humor in de film over opschepperige, maar sympathieke Marokkaans-Nederlandse losers blijkt in het tv-formaat veel minder goed te werken. In de praktijk kun je de grappen over stereotypen nauwelijks meer onderscheiden van gewone tv-karikaturen over pizzabezorgers en blonde mevrouwen in grachtenpanden. Jammer, de serie durft geen risico's te nemen en mist zo een maatschappelijk nuttige kans voor open doel.

Twee echte politieseries debuteerden deze week. Spoorloos verdwenen (AVRO) scoorde verrassend veel kijkers afgelopen donderdag. De serie met Cas Jansen, Jennifer Hoffman en Chris Tates gaat over een politie-eenheid die zich met vermissingen bezig houdt. Het scenario rammelt en de dialogen zijn soms tenenkrommend: ,,Manuela kan toch niet zomaar verdwenen zijn?“, verzucht de vergeefs in de aankomsthal van Schiphol op haar adoptiekind uit Colombia wachtende moeder. Het stramien is, net als dat van Keyzer & De Boer Advocaten, typische tv-dramaturgie: een of twee verhaallijntjes, alles uitleggen en benoemen, vertrouwen op je sterren. In dit geval faalt vooral de productie, zoals blijkt uit de abominabel geacteerde bijrollen. De man achter de serie is Paul Ruven (Filmpje!, De tranen van Maria Machita), die nooit van realisme heeft gehouden, maar beter kan dan dit.

Ruven beschikt over een groter reputatie in filmland dan Pollo de Pimentel (De oesters van Nam Kee, veel afleveringen van Baantjer), maar De Pimentel lijkt met Van Speijk (Talpa) de beste Nederlandse politieserie aller tijden te gaan maken. Alles is goed aan Van Speijk, zeg maar onze Hill Street Blues: dialogen, hoofd- en bijrollen, camerawerk, scenario, idee. Hier lopen wel vier of vijf verhaallijnen door elkaar, en toch raak je de weg niet kwijt.

In de Amsterdamse wijk De Baarsjes treffen we een wilskrachtige nieuwe politiechef uit Groningen aan, een mollige Surinaamse wachtcommandant (Quintis Ristie), een zenuwachtige brigadier (Johnny de Mol), een ex-supporter van Volendam met een Lonsdale-verleden (Tygo Gernandt, uitnemend!), een gereformeerde met speciale belangstelling voor zedenzaken en nog meer herkenbare politietypes. Ze stuiten op een bejaarde taxichauffeur (Frits Lambrechts) met een hekel aan buitenlanders die een rel veroorzaakt. Maar er zijn ook een mevrouw die aangifte doet van diefstal van haar koffiezetapparaat en bijrollen voor advocaat Prem Radhakishun als ambulance chaser en Victoria Koblenko als stijlvolle pornomadam.

Van Speijk evenaart de lol en de trendgevoeligheid van Gooische Vrouwen, maar is beter uitgevoerd.

    • Hans Beerekamp