Haarlems Dagblad vertrouwt op regio

De oudste krant ter wereld, het Haarlems Dagblad, vierde gisteren zijn 350ste verjaardag. Maar resultaten behaald in het verleden bieden geen garanties voor de toekomst, weet hoofdredacteur Hugo Schneider.

Multatuli zei het zo: “Een echte Hollander is niet ter dege geboren, getrouwd of dood, voor hy als zodanig vermeld staat in de Oprechte Haarlemsche Courant“. Douwes Dekker schreef deze woorden in 1872, toen de in 1656 opgerichte Haarlemse krant het belangrijkste advertentiemedium van Nederland was. Vooral de overlijdensadvertenties, die in 1793 hun intrede hadden gedaan, waren een groot commercieel succes voor de uitgevers, de drukkersfamilie Enschedé. Zo'n groot succes zelfs dat er al snel een speciale belasting op werd ingevoerd.

De Oprechte Haarlemsche Courant - in 1942 op last van de Duitsers samengegaan met het Haarlems Dagblad, dat de langere naam nog steeds als ondertitel voert - vierde gisteren zijn 350ste verjaardag. Dat maakt het de oudste nog verschijnende krant ter wereld. Hoewel er voor het toekennen van dat predikaat wel enige semantische lenigheid vereist is. Want wat is een “krant'? De Zweedse Post och Inrikes Tidningar verschijnt al sinds 1645, maar dat is een periodiek mededelingenblad uitgegeven door de Zweedse Academie, die ook verantwoordelijk is voor de Nobelprijzen. Het oudste nog bestaande dagblad is de Wiener Zeitung uit 1703, het oudste Nederlandse dagblad is de Leeuwarder Courant uit 1752. De Oprechte Haarlemsche Courant verscheen pas in 1847 op een dagelijkse frequentie. Hoe het ook zij, volgens het Guiness Book of Records is het Haarlems Dagblad de oudste nog verschijnende courant ter wereld.

Veel van de geschiedenis van de krant ligt opgeslagen in de kelders onder de persen van drukkerij Johan Enschedé in de Haarlemse Waarderpolder, waar postzegels en euro's worden gedrukt. Het Museum Enschedé is, om veiligheidsredenen, niet voor het publiek toegankelijk. En dat is jammer, want in de archief- en vitrinekasten ligt een fraaie verzameling opgeslagen. Andrea Roosen, medeverantwoordelijk voor het beheer van de collectie, haalt een van de twee bewaard gebleven eerste nummers uit zijn beschermende omslag. Ze legt uit: ,,Het papier is nog in relatief goede staat na al die jaren omdat het is gemaakt van lompen, en niet van houtpulp zoals nu het geval is.“ De letters springen inderdaad nog goed leesbaar van het papier.

En wat is het allereerste bericht? Een verhaal over de verovering van een vijandelijk schip; hoe kan het ook anders midden in de Gouden Eeuw? ,,SPANGIEN. Cadix den 27 Novem: 1655. Den Commandeur Gidion de Wilde heeft in zee verovert en alhier opgebracht een treffelyck Turcks Schip, gemonteert met 32 stucke, op hebbende 250 Turcken, en by de 40 Christen Slaven. De Turcken sullen, tot goedtmaeckinge vande Onkosten en voorts tot Prijse vand' Officieren ende ghemeene Maets, verkocht worden.“

Ter gelegenheid van het jubileum van de krant is dit eerste nummer te bekijken op de website van het museum, vertelt Roosen. ,,De courant is opgezet door Abraham Casteleyn, die dit ene vel nieuws liet drukken in de drukkerij van zijn ouders. Tot 1737 bleef het blad in het bezit van de Casteleyns, waarna de familie Enschedé de krant overnam. Die bezaten tot 1990 een deel van de aandelen. Vandaar dat grote delen van het archief, inclusief een deel van de originele brieven van de correspondenten, hier opgeslagen liggen.“

Ze laat een vitrine zien met daarin de krant van 6 augustus 1822. Het tweede bericht betreft een verslag vanuit Parijs van het optreden van een groep Engelse acteurs. Die hadden de euvele moed gehad om een stuk van Shakespeare in het Engels op te voeren. Dat lag kennelijk nogal gevoelig zo vlak na de slag bij Waterloo, want het publiek reageerde woedend. Roosen: “Hier heb ik de originele brieven van correspondent Jacobus Blauw. Veel van wat hij schreef kwam ongewijzigd in de krant, zonder dat er een uitgebreide redactie overheen ging. Hij heeft van 1819 tot 1829 iedere dag een brief naar Haarlem gestuurd met het laatste nieuws uit de Franse hoofdstad.“

Behalve de voortdurende bemoeienis van de familie Enschedé is er veel veranderd in de loop der eeuwen, weet de huidige hoofdredacteur Hugo Schneider. Onlangs gepubliceerde cijfers van de dagbladen tonen voor het Haarlems Dagblad een oplagedaling van 4 procent. ,,Ik denk echter dat het ergste leed geleden is. De cijfers laten zien dat de krimp in de oplage iedere maand wat kleiner wordt. Als de economie nog wat aantrekt, moet er stabilisering of zelfs groei inzitten.“

Alle regionale dagbladen in Nederland kampen met een afnemend aantal lezers, titels als het Rotterdams Dagblad en het Utrechts Nieuwsblad verdwenen, maar Schneider, tevens hoofdredacteur van Leidsch Dagblad, heeft goede hoop voor de toekomst van het Haarlems Dagblad, onderdeel van het Telegraaf-concern. ,,Wij zitten in Zuid-Kennemerland, een bijzondere regio. Het is hier economisch welvarend en er heerst een sterk regiobewustzijn voor een streek in de Randstad. Dat geeft vertrouwen.“

Drukt de loden last van het roemrijke verleden af en toe niet zwaar op zijn schouders? Schneider: ,,Tja, het is mooi als je zo'n rijke traditie hebt, maar dat zegt weinig over de toekomst. De bedreigingen voor het Haarlems Dagblad zijn structureel. Het is het welbekende rijtje van minder tijd, ontlezing, gratis nieuws op internet. We zullen genoeg mensen moeten zien te vinden die bereid zijn te betalen voor regionaal nieuws. Op dat gebied vormt internet nog niet zo'n grote bedreiging. Heeft het Haarlems Dagblad in de toekomst nog bestaansrecht? Ik meen van wel, en dat denk ik lang niet van alle nog resterende regionale titels.“

www.museumenschede.nl

    • Bart Funnekotter