Energie is politiek

De Russisch-Oekraïense gasruzie is voor Europa, en Nederland in het bijzonder, een reden te meer om nog eens goed te kijken naar de liberalisering van de Europese gasmarkt. Er bestaat een spanning tussen de toenemende concurrentie die de EU op deze markt wenst, en het belang van een krachtige energiepolitiek. Die kan principieel beter worden gevoerd met gasbedrijven die niet zijn versnipperd. Maar dat is nu net wat de eurocommissaris voor mededinging, de Nederlandse Neelie Kroes, wil aanpakken: de machtsconcentraties bij voormalige energiemonopolisten. Als het dichtdraaien van de gaskraan door de Russische leverancier Gazprom iets duidelijk heeft gemaakt, is het wel het benul dat geopolitiek in de energie een rol van betekenis speelt.

Het besef daarover bleek het grootst bij de oud-directeur van de Gasunie, drs. G.H.B. Verberg, die de afgelopen dagen in verschillende media - waaronder deze krant - een nuttig lesje machtspolitiek gaf naar aanleiding van het recente gasconflict. Verberg is lid van de Algemene Energie Raad, die de Nederlandse regering over energiebeleid adviseert. Deze raad publiceerde een jaar geleden het rapport Gas voor morgen, waarin de regering te horen kreeg dat de voorgenomen opdeling van Gasunie Trade & Supply geen goed idee is. Zo'n splitsing, waarbij de Nederlandse staat als aandeelhouder zou terugtreden, kan er volgens de raad toe leiden dat Nederland en de EU een sterke partij op de gasmarkt verliezen “in een periode waarin de energiesector in consumerende en producerende landen weer verpolitiseert“.

Mede op basis van dit advies besloot het kabinet verdere opdeling van de Gasunie voorlopig uit te stellen. Dat is verstandig, alleen duidt alles erop dat Brussel een andere koers vaart. En dat kan gaan wringen. Mevrouw Kroes neemt haar taak als mededingingscommissaris serieus en heeft herhaaldelijk laten blijken dat ze de Europese energiemarkt wil liberaliseren. Haar inzet siert haar, maar tegelijkertijd is de Europese hardnekkigheid om energie slechts te bezien door de bril van liberalisering naïef. Een EU-lidstaat als Duitsland is voor veertig procent afhankelijk van Russische gasleveranties. De Baltische lidstaten en Polen en Hongarije kopen hun gas grotendeels of zelfs uitsluitend in Rusland. Deze laatste landen betalen daarvoor nu nog een vriendenprijs, maar het zou logisch zijn als de Russen uiteindelijk de marktprijs voor hun gas gaan vragen. Dat doen namelijk alle energie-exporterende landen, waaronder Nederland.

Zekerheid van energieleveranties is belangrijk, waarschijnlijk belangrijker dan liberalisering van de Europese gasmarkt. De EU is goeddeels afhankelijk van Russisch gas. Morele oordelen over het Russische afknijpen van de gastoevoer naar Oekraïne staan een nuchtere afweging in de weg. Die luidt dat de Russen handelen naar oude politieke principes: macht uitoefenen waar dat mogelijk is. En als het via de energie moet, zal Moskou dat niet nalaten. De Russische president Poetin is er aldus in geslaagd zijn land weer helemaal op de kaart te krijgen. Het beleid van Europa - en van Nederland als gasleverancier - dient hierop veel meer afgestemd te zijn dan nu het geval is.