Eerbied voor het onaanraakbare

De Oostenrijkse bergbeklimmer en schrijver Heinrich Harrer geldt als de “koning van de bergen'. Zijn beklimming in 1938 op vijfentwintigjarige leeftijd van de beruchte en levensgevaarlijke Eiger Noordwand in de Alpen bij Grindelwald bezorgde hem wereldfaam. Afgelopen zaterdag is hij in zijn geboortestreek Karinthië in alle “vrede overleden en aan zijn laatste expeditie begonnen“, zoals de familie laat weten.

Austrian mountaineer Heinrich Harrer (L) stands with the Dalai Lama in Graz in Austria's southern Styria province in this October 15, 2002 file photo. Harrer, whose life was portrayed in his book and the film "Seven Years in Tibet", died on January 7, 2006, aged 93, Austrian officials said in a statement. He was the first person to climb the north face of Switzerland's Eiger mountain in 1938, but won world renown after his book, the film version of which was directed by Jean-Jacques Annaud and starred Brad Pitt. REUTERS/ Miro Kuzmanovic/File Heinrich Harrer met zijn vriend de Dalai Lama in 2002. Reuters REUTERS

Harrer werd op 6 juli 1912 in Hüttenberg geboren. Hij is meer dan een bergbeklimmer, hij is voor alles schrijver, geoloog en expeditieleider. In 1958 verscheen van zijn hand het verslag van de “Erstbesteigung' van de Noordwand onder de titel Die weisse Spinne, zo genoemd naar een sneeuwveld vlak onder de top die de vorm van een spin heeft. Dit boek is fascinerend als een roman.

In de jaren dertig sloot Harrer zich aan bij een Duitse Himalaya Expeditie om de Nanga Parbat te beklimmen. Hiervoor moest hij zich aanmelden bij de NSDAP. In een interview met deze krant in 2003 betuigt Harrer zijn spijt over dit nazi-lidmaatschap, maar zegt hij dat hij en zijn bergvrienden destijds geloofden in een nieuwe wereld van vrede. “Ik zou willen dat ik toen een ziel had die gevoeliger was voor veranderingen in de wereld. Een seismografische ziel.“ Tijdens zijn tocht naar de Himalaya brak de Tweede Wereldoorlog uit. Als Oostenrijker werd hij door de Britten gevangen gezet.

Harrer ontvluchtte een kamp in India en zwierf gedurende de oorlog door Tibet totdat hij uiteindelijk terechtkwam in Lhasa, de voor westerlingen verboden hoofdstad. Hier ontmoette hij de zeer jonge Dalai Lama. Tussen 1944 en 1951 is uit de bergbeklimmer Harrer de schrijver gegroeid. Het mystieke Tibet leerde hem eerbied voor de onaanraakbare schoonheid van de bergen. Het boek Zeven jaar in Tibet (1952) gaat over zijn ervaringen in Lhasa. In 1997 werd het verfilmd met Brad Pitt als Harrer, een jonge, blonde en ambitieuze man die de bergen wil beklimmen “eenvoudigweg omdat die er zijn“.

In 1983 verscheen Widersehen mit Tibet waarin hij zijn liefde voor dit land en zijn steeds boeddhistischer levensovertuiging uiteenzet. Harrer bleef tot op hoge leeftijd expedities maken, onder meer naar Alaska, Indonesië en Afrika. Maar altijd keerde hij in gedachten terug naar de Eiger, zijn grootste avontuur. In zijn recente autobiografie Mein Leben beklemtoont Harrer dat de bergen over de hele wereld met eerbied benaderd moeten worden en zelfs in hun eigen stilte met rust gelaten. Deze overtuiging ontleent hij aan de Tibetanen, voor wie bergspitsen de woonplaats zijn van de goden.

In zijn geboorteplaats Hüttenberg is een museum aan Harrer gewijd. Een van de belangrijkste ruimtes is een Tibetaanse gebedskamer, rijkelijk gedecoreerd met gebedsvlaggen van zijde.

    • Kester Freriks