De dansvloer fungeert ook als een muziekinstrument

De vroeg-20ste eeuwse elektronische technologie van de Russiche theremin krijgt na 85 jaar een eigentijdse mutatie.

David Brandstaetter, Malgven Gerbes (dansers), Wilco Botermans (muzikant) FOTO LEX VAN ROSSEN ROSSEN, LEX VAN

Stel dat het menselijk lichaam als antenne fungeerde in een wonderlijke muziekinstallatie. Dan zouden dansers muziek kunnen maken door de beweging van hun lichaam. Met die gedachte ontwikkelde de Russische natuurkundige Lev Sergeyevich Termen in 1935 zijn terpsitone, een futuristisch dansplatform dat geluid voortbracht als iemand erop bewoog. Het principe kwam overeen met dat van de theremin, de uitvinding waarmee Lev Termen vijftien jaar eerder zichzelf en de wereld verraste. Deze vroegste versie van de synthesizer produceerde geluid door met de handen boven een kastje te bewegen in het elektromagnetisch veld rondom twee antennes.

Als er maar delicaat genoeg gespeeld werd op de weemoedig klinkende theremin, een soort elektronische zingende zaag met een bereik van zes octaven, behoorden muziekstukken als De Zwaan van Camille Saint-Saëns tot de mogelijkheden. Juist daarom werd het niets met de terpsitone, want er was op de hele wereld maar één danseres die er gracieus en beheerst genoeg op kon bewegen om er een coherent muziekstuk aan te ontlokken. Die danseres was Clara Rockmore, de oogappel van Termen die cello gestudeerd had en die veel meer zag in de serieuze mogelijkheden van de theremin als muziekinstrument van de toekomst, dan in het kermistoestel waarop ze moest dansen.

De Nederlandse thereminspeler en muziektechnoloog Wilco Botermans wilde al enkele jaren het principe van de terpsitone nieuw leven inblazen. Niet een klein platform, maar de hele dansvloer moest zijn instrument worden. Hij ontwikkelde een voorstelling waarbij twee dansers een gecompliceerde installatie aansturen, met vijf theremins die aan het plafond hangen en waarmee niet alleen geluiden, maar ook samples en ritmes gegenereerd kunnen worden. Als in een soort cockpit bedient Botermans aan de zijkant van het podium zijn computer, effectapparaten, samplers en besturingsmechanismen.

“Het duurde even voordat er een choreograaf was die dit aandurfde“, zegt Botermans over de voorstelling die al doende de titel I Don't Remember What Time It Was kreeg. Dansers/choreografen Malgven Gerbes (Frankrijk) en David Brandstätter (Duitsland), beiden kortgeleden afgestudeerd aan de Arnhemse Dansacademie gingen de uitdaging aan. De vierde partij is de Fransman Julien Crépieux die licht, visuele effecten en videobeelden voor zijn rekening neemt.

“Mijn inspiratie kwam voor een deel van Variatons V van John Cage, een voorstelling uit 1965 waarbij hij een aantal antennes rond een dansvloer had geplaatst. In een video die ik op internet vond, kun je zien hoe de dansers in dat stuk struikelden over de snoeren. Bovendien was nauwelijks duidelijk wat de individuele bewegingen voor geluiden teweegbrachten. Het werd een grote kakofonie met een rommeltje van door elkaar bewegende lichamen. Dat moest beter kunnen, vond ik, met hangende theremins waar de dansers vrijuit omheen kunnen bewegen. Ik ben vanaf september bezig geweest om allerlei problemen uit te schakelen, zoals de radiogolven die je opvangt en de grootte van de antennes die zodanig moet zijn dat ze zowel van dichtbij als van veraf een beweging kunnen oppikken.“

Een repetitie in het Arnhemse Theater aan de Rijn waar vanavond de première plaatsvindt, leert dat het veertig minuten lange stuk (na de pauze volgt de breakdance-voorstelling met geluidssensoren Space Invasion van een ander gezelschap) zich afspeelt in een imaginair maanlandschap, dat door het dansduo wordt gevuld met zoekende bewegingen en abstracte, klaaglijke en soms vloeiende, soms haperende geluiden. “Het is niet zo dat de bewegingen van de dansers rechtstreeks in melodieën vertaald worden. Ten eerste zou dat te veel van hun concentratie vergen. Bovendien wordt het na een paar minuten saai om alleen maar melancholieke thereminklanken aan te moeten horen. Door de aard van het instrument kun je er eigenlijk alleen vloeiende melodieën mee voortbrengen. Staccato spelen is veel moeilijker, hoewel mijn thereminlerares Lydia Kavina in Moskou dat als een van de weinigen kan. De installatie is zo ingericht dat ik op elk moment kan bepalen welke functie de dansers in het muziekstuk vervullen. Soms sturen ze samples aan, dan weer veroorzaken ze tikkende klanken of worden er vooraf opgenomen loops afgespeeld. Om een bonkend geluid met een mooie galm te verkrijgen, heb ik de oude piano hier in de hal flink op zijn donder gegeven.“

De nabijheid van de dansers bij een theremin wordt lang niet altijd direct vertaald in muziek, legt Botermans uit. “Het komt voor dat een danser druk staat te doen bij een antenne, maar dat je niets hoort omdat het op dat moment niet in de compositie past. Ik ben de dirigent, de grote dictator. De dansers zijn in feite mijn handen, en zelf fungeer ik als de hersenen van het organisme dat we samen vormen.“

De titel I Don't Remember what Time It Was ontstond toen de dansers zo in hun gedroomde muziekstuk opgingen, dat ze alle besef van tijd verloren. Na een solo van Malgven Gerbes begint opeens een klok te tikken, alsof ze ontwaakt uit een droom. Botermans houdt van de futuristische kwaliteiten die vaak aan de ongrijpbare theremin worden toegedicht, maar wil zich niet laten vastpinnen op de veronderstelling dat de voorstelling zich om de zweverigheid van de muziek in de ruimte afspeelt. “Soms is het juist heel aards, wanneer ik geluiden naar een omhoog gerichte speaker vol water stuur die dan begint te spetteren en pruttelen. Het geluid van water, hoe dat eruit ziet, vind ik prachtig.“

Voorstellingen: 9, 10, 11/1 Theater aan de Rijn, Arnhem; 25, 26/1 Melkweg, Amsterdam.

    • Jan Vollaard