Bij Gerben de Knegt lijkt alles te lukken

Gerben de Knegt veroverde gisteren de nationale titel in

het veldrijden. Voor het eerst sinds jaren ging er een spannende strijd aan vooraf. “Maar veel breder is de nationale top niet aan het worden.“

NK Veldrijden Huijbergen 08-01-06 © Foto Merlin Daleman Daleman, Merlin

Richard Groenendaal moet de komende weken extra opletten als hij zijn sporttas inpakt. De stapels met rood-wit-blauwe truien kan hij zeker één wielerseizoen links laten liggen, want gisteren werd de veldrijder op weg naar een nieuwe kampioenstrui in de sprint verslagen door Gerben de Knegt. “Het negende kampioenschap komt volgend jaar misschien wel. Of het jaar daarna“, zo sprak de 34-jarige Brabander luchtig.

De winst van De Knegt, die op het lastige parcours in Huijbergen zijn tweede nationale titel veroverde, is een voorlopige bekroning van een tot dusver succesvol seizoen. Na jaren van relatief droog staan, won de 30-jarige veldrijder dit seizoen al wedstrijden in Marle, Diegem en de Sylvester Cross in het ook al Belgische Veldegem. Hij versloeg Groenendaal, sinds deze maand zijn ploeggenoot bij Rabobank, gisteren met een meter verschil.

“Het lijkt wel alsof alles lukt dit seizoen. Ook nu weer stapte ik op de fiets en voelden mijn benen tot mijn eigen verbazing goed aan. Ik ben dit jaar veel meer ontspannen dan in voorgaande seizoenen“, aldus De Knegt.

Zijn ontspannende voorbereiding op de nationale kampioenschappen (“gewoon gisteren bij vrienden wezen eten en pas om kwart over tien naar bed gegaan“) heeft wellicht te maken met het belang van de titelstrijd dit jaar, hetgeen ook bleek uit de redelijk laconieke reactie van Groenendaal. Over drie weken zijn de wereldkampioenschappen in het Gelderse Zeddam en de dan te behalen regenboogtrui stelt bijna alles in de schaduw.

Gisteren was niemand “super“ volgens De Knegt, die afgelopen week nog een koudje had opgelopen en daardoor ontbrak in de internationale veldrit in Surhuisterveen. “Als Groenendaal op zijn best was geweest had hij Wilant [van Gils, als derde geëindigd] en mij er wel afgereden.“ Volgens Groenendaal lag het eerder aan het (bochtige) parcours dat de drie beste veldrijders van Nederland tot aan de finish in elkaars buurt bleven. “Eigenlijk kan je alleen afstand nemen als iemand een fout maakt. Niemand deed dat, behalve ik. Want ik begon te laat aan de sprint, omdat de streep voor mijn gevoel verder weg lag.“

Dat de supervorm ontbreekt heeft alles te maken met de grote serie wedstrijden die in december op het programma stonden. In tien dagen telde Groenendaal acht wedstrijden. “Gekkenwerk, maar iedereen doet er aan mee. Als ik geen zin had om in België te rijden, noemde ik een hoge prijs. En dat betaalden ze gewoon.“

De Knegt leidde de afgelopen maand naar eigen zeggen het leven van een zombie. “Je pakt je tas uit, doet de was en vervolgens vertrek je weer met een volle tas. Mijn zege in Diegem [eind december] lijkt wel een jaar geleden.“

De mannen klagen over het drukke programma, maar ze doen dat met een grote glimlach. Het geld is goed en het voordeel van veel wedstrijden rijden is dat het ritme niet verloren gaat. “Als ik op eerste kerstdag vrij heb en het regent, dan ga ik eerlijk gezegd ook niet trainen. Dus dan doe ik liever een wedstrijd dan de familie bezoeken“, aldus Groenendaal. “Maar als je echt wereldkampioen wil worden, kan je de maand december beter naar Mexico gaan om te trainen.“

Wie zich echt zorgen maakt over het drukke programma in verband met de naderende WK is bondscoach Frans Francissen. “Ik zie het met angst en beven aan, maar ik heb er geen invloed op. Bij een junior kan ik nog advies geven, maar mannen als Groenendaal en De Knegt hoef ik niets te vertellen. Zij willen zich zoveel mogelijk tonen aan het publiek en geef ze eens ongelijk.“

Voordeel volgens Francissen is wel dat Belgische concurrenten als Sven Nys, Erwin Vervecken en Bart Wellens een minstens zo druk programma hebben. Ook bij hen is het beste er misschien wel af. “Met alle respect, maar dan zie je bijvoorbeeld dat een jonge renner als Lars Boom Nys kan verslaan. Dat zou anders minder snel gebeuren.“ Wereldkampioen Nys, een ploeggenoot van Boom, De Knegt en Groenendaal, werd gisteren in Tervuren voor de vierde keer kampioen van België, voor Vervecken en Wellens.

Voor Francissen is het te hopen dat de twee Nederlandse kanshebbers op de wereldtitel de resterende drie weken vooral gebruiken om op adem te komen en goed te trainen. De smalle top in het veldrijden zou een stevige impuls via een Nederlandse wereldkampioen goed kunnen gebruiken. Ook al was de titelstrijd van gisteren voor het eerst sinds jaren erg spannend, veel jonge concurrenten voor de dertigers Groenendaal en De Knegt zijn er niet. “Ik ben eerlijk gezegd al blij als ieder jaar zich een redelijke renner aan dient. Dan heb ik het dus niet over een topper.“

De 20-jarige Lars Boom is in potentie een hele goede, maar die kiest voor een carrière als wegrenner. Boom werd zaterdag Nederlands kampioen met anderhalve minuut voorsprong bij de beloften. “Voordat zich echt potentiële toppers aandienen zijn we zeker vier tot vijf jaar verder“, zegt Francissen. Tot die tijd bepalen Groenendaal en De Knegt onderling wie de voorraad rood-wit-blauwe truien mag aanspreken. Zoals in de afgelopen tien jaar.

    • Erik van der Walle