Zorgmarkt heeft nu zijn eigen prijzenslag

Tijd voor stuntwerk. De zorgpolissen gaan met korting de deur uit. Maar hoeveel geld hebben de verzekeraars zelf? “Ik ben bang dat de vier grote verzekeraars nummer vijf aanpakken die het zwakste is.“

(Photo: Dirk-Jan Visser / Rotterdam: 10-11-2005)Achmea zilverenkruis zorgwinkel op de Westblaak te Rotterdam Visser, Dirk-Jan

Het is net als de supermarktoorlog. Maar nu stunten de verkopers niet met pakken melk, kratjes pils of chips. Nu gaan de nieuwe zorgpolissen met korting de deur uit.

Het kabinet dacht met Prinsjesdag nog aan een premie van 1.106 euro per basispolis. Toen kwamen de grote verzekeraars met hun prijzen: rond 1.050 euro. En de afgelopen weken doken sommige verzekeraars met collectieve contracten met gemak onder de 1.000 euro.

Dat is leuk voor de consument, die nu tientallen euro's per jaar goedkoper uit is dan het kabinet op Prinsjesdag nog vermoedde. En fijn voor het kabinet dat én minder zorgtoeslag hoeft te betalen aan mensen met lagere inkomens én mooiere koopkrachtplaatjes kan laten zien.

Maar net als in de supermarktoorlog is de concurrentieslag bedreigend voor aanbieders die minder geld achter de hand hebben. In de supermarktstrijd kan Albert Heijn profiteren van zijn schaalvoordelen als marktleider én van zijn kapitaalkrachtige moederconcern, Ahold. Maar concurrent Super De Boer heeft juist een financieel zwakke eigenaar, Laurus. Tegenover lagere prijzen voor de consument staat de schade van banenverlies bij supermarkten, toeleveranciers en kleine winkels die de strijd niet volhouden.

Hoe ziet dat er bij de verzekeraars uit?

Hoe meer financiële reserves een verzekeraar heeft, des te langer kan hij een concurrentieslag op de markt voor basispolissen volhouden.

“Ik maak me grote zorgen dat de verzekeraars die te weinig vet op de botten hebben nu omver gedrukt worden“, zegt PvdA-woordvoerder Frank Heemskerk.

Het financiële vet is onder zorgverzekeraars ongelijk verdeeld.

Het eerste grote verschil is de afkomst: particuliere zorgverzekeraars hebben meer reserves dan de voormalige ziekenfondsen. Dat verschil hangt samen met de risico's die zij liepen. De ziekenfondsen konden met minder reserves toe doordat zij een beroep konden doen op een zogeheten vereveningsfonds, dat de extra uitgaven voor klanten met veel zorgkosten voor zijn rekening nam.

In het nieuwe ziektekostenstelsel kunnen ook verzekeraars van dit schadefonds profiteren. Zij kunnen nu toe met heel wat minder reserves dan vroeger. Zij hebben reserves over en kunnen dat geld, desgewenst, inzetten voor premieverlagingen om meer klanten te winnen.

Maar ook binnen de groep van verzekeraars zijn de reserves ongelijk verdeeld. Verder hebben sommige verzekeraars, zoals Zilveren Kruis/Achmea en Delta Lloyd/Ohra kapitaalkrachtige moederconcerns. Anderen, zoals regionale verzekeraars en een grote verzekeraar als Agis, staan er alleen voor.

Hoe deze verschillen in de praktijk uitpakken is mistig. Alle verzekeraars moeten bij de toezichthoudende Nederlandsche Bank cijfers deponeren over hun reserves, en de ziekenfondsen moesten dat doen bij hún toezichthouder, het College Toezicht Zorgverzekeringen (CTZ). Op basis hiervan is een schatting te maken van het reserve-overschot dat zij in het nieuwe zorgstelsel hebben. Sinds 1 januari is het onderscheid tussen ziekenfondsen en verzekeraars verdwenen: iedereen is nu een verzekeraar en staat onder toezicht van De Nederlandsche Bank.

De ranglijst met de reserve-overschotten is vooral indicatief voor de onderlinge verhoudingen. Je hebt rijke landelijke verzekeraars, zoals CZ, rijke regionale verzekeraars, zoals De Friesland, en je hebt de hekkesluiters, zoals Agis.

“Wie het zich financieel kan permitteren, kan aan prijsdumping doen“, concludeert Wynand van de Ven, hoogleraar ziektekostenverzekering aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit. “Als je in zo'n premie-oorlog bent verzeild geraakt, is het aantrekkelijk om premies onder de kostprijs aan te bieden.“ Hij vindt het een voorbeeld van valse concurrentie, waarnaar concurrentiewaakhond Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) snel een onderzoek moet uitvoeren. Maar tegelijkertijd is hij sceptisch over de uitkomsten: het is heel goed mogelijk dat op de versnipperde markt voor zorgverzekeringen niemand zo groot is dat hij een economische machtspositie heeft. En zonder machtspositie kan geen sprake zijn van misbruik van machtspositie en kan de NMa niet ingrijpen.

In de Kamerstukken voor de invoering van de zorgverzekeringswet heeft minister H. Hoogervorst (VVD) de kans op een premie-slag of zelfs “premie-dumping' de afgelopen maanden steeds gerelativeerd. De verzekeraars moeten aan hun reserves denken en daar let de Nederlandsche Bank wel op, bezwoer de minister. Maar de Nederlandsche Bank juicht de premieslag alleen maar toe, zei directeur D. Witteveen twee weken geleden in een interview met deze krant..

En prijs werkt in de concurrentieslag. Twee onderzoeken tippen Zilveren Kruis, dat de grootste collectieve contracten tegen de laagste premies op de markt heeft gebracht, als winnaar in de strijd om klanten.

PvdA-woordvoerder Heemskerk heeft van Hoogervorst wel een toezegging op zak van een NMa-onderzoek, maar hij vraagt zich nu af of de uitkomsten die in april worden verwacht niet te laat zijn. “Ik ben bang dat de vier grote verzekeraars nummer vijf aanpakken die het zwakste is. Dat is Agis.“

“Ik schat dat andere verzekeraars nu al zo'n miljard euro aan reserves hebben ingezet voor premiekortingen“, reageert bestuursvoorzitter E. van der Veen van Agis. Bovendien dreigt nu te gebeuren wat hij eerder al voorspelde: de kortingen van dit jaar zijn de premieverhogingen van 2007.

    • Menno Tamminga