“Ze gaan met roze bril op naar speeltuin Uruzgan'

De uitzending van Nederlandse militairen naar de Afghaanse provincie Uruzgan is nog onzeker, maar moeders van militairen beginnen zich zorgen te maken.

Urenlange gesprekken aan de eettafel heeft Paulien van Vlaanderen (45) gevoerd met haar zoon (20), die mogelijk wordt uitgezonden naar de Afghaanse provincie Uruzgan. “Ik heb alles uit de kast gehaald om hem tegen te houden, maar hij is vastbesloten te gaan. Maar ik wil het niet. Het is gewoon veel te gevaarlijk daar.“

Donderdag vond er een zelfmoordaanslag plaats in Tarin Kowt, de hoofdstad van de provincie Uruzgan. Daarbij kwamen zeker tien mensen om het leven. De Nederlandse regering wil dit jaar ongeveer 1.200 militairen naar de provincie sturen. Waarschijnlijk gaan de meesten naar Tarin Kowt.

“Dit bewijst maar weer eens dat we daar niet naartoe moeten. Mijn zoon is een levende schietschijf. Voor de Taliban is het gewoon prijsschieten. Hoe gaat Defensie het uitleggen als mijn zoon in de bekende zak naar huis komt?“

Het zal de eerste uitzending worden voor haar zoon, die niet met zijn voornaam in de krant wil. Hij is gestationeerd bij een transporteenheid van de landmacht. Volgens Van Vlaanderen ziet hij zijn werk als een nobel streven om orde te scheppen en het land op te bouwen tijdens de vredesmissie.

“Maar hoe kun je vrede brengen in een gebied waar die toch al dertig jaar oorlog is“, vraagt van Vlaanderen zich af. “Mijn zoon kijkt door een roze bril. Hij hoort alleen maar de idealistische verhalen van mensen helpen - en rondrijden op snelle jeeps.“

Haar zoon begon zijn carrière in het leger tijdens een oriëntatiejaar van de landmacht. Omdat hij niet wist welke andere opleiding hij wilde doen. Zijn moeder: “Soms heb ik het idee dat het één grote speeltuin is bij de landmacht. Ze worden onvoldoende gewezen op de gevaren tijdens de missie.“

Van Vlaanderen is zelfs een keer mee geweest tijdens oefeningen in Duitsland en Noorwegen. “Het is een prachtig beeld wat ze mijn zoon daar voorschotelen, té prachtig.“ Volgens Paulien van Vlaanderen krijgen “onze jongens“ een verkeerd beeld van de situatie in Afghanistan. “Ze zijn zo jong en zo onvoorbereid op de ellende daar.“

Militairen die mogelijk naar Afghanistan worden uitgezonden, mogen volgens de richtlijnen niet met de pers praten. “Hij zal niet staan te juichen dat ik als moeder dit allemaal vertel, maar er moet een signaal komen van ouders die dit niet pikken. Defensie zegt garanties te kunnen geven, maar die zijn er gewoon niet.“

Van Vlaanderen staat niet alleen in haar bezorgdheid. Yolanda Klooster, moeder van een 21-jarige zoon die ook bij de landmacht zit, staat wekelijks alleen op de Dam in Amsterdam te protesteren tegen de voorgenomen missie naar Afghanistan. Dan neemt ze een bord mee met de tekst “ouders tegen uitzetting van hun kinderen naar Afghanistan'. Afgelopen twee weken moest ze verstek gaan, want ze werd weggestuurd door de politie. Ze zou geen vergunning hebben. Inmiddels heeft ze die aangevraagd.

Haar eenvrouwsactie kan volgens Klooster op steun rekenen van voorbijgangers. Toch krijgt ze ook wel eens de wind van voren. “Sommige mensen vinden dat ik zeur. “Jouw zoon heeft daar toch zelf voor gekozen', hoor ik dan. En dat is ook zo: hij heeft zijn keuze gemaakt, en daar ben ik zelfs trots op. Maar ik heb óók de keuze om mijn zoon te beschermen.“

Klooster hoopt dat haar protest navolging zal krijgen. Iets vergelijkbaars gebeurde ook tijdens eerdere missies in Irak en Afghanistan. Toen richtten ouders van militairen ook belangengroepen op. Tot nu toe heeft Klooster 160 handtekeningen verzameld. Het steekt haar dat Nederland moet samenwerken met de Amerikanen. “Ik ben geen pacifist, niet eens anti-leger, alleen wil ik niet dat mijn zoon samenwerkt met mensen die martelen.“ Klooster denkt dat de Amerikanen in Afghanistan een slechte naam hebben en daarom agressie van de bevolking oproepen. “De inwoners van Uruzgan zien niet direct het verschil tussen mijn zoon en een Amerikaan“, zegt Klooster. “Voor de Talibanstrijders is mijn zoon gewoon een extra schietschijf. En daar ben ik niet eenentwintig jaar moeder voor geweest.“

    • Jaus Müller