Werkloosheid in Europa stabiel, in Nederland zelfs relatief laag

De daling van de Europese werkloosheid is gestokt. Nederland heeft de op twee na laagste werkloosheid van de EU. Dat blijkt uit cijfers die het statistisch bureau van de Europese Unie, Eurostat, gisteren bekend maakte.

In november 2005 was de gemiddelde werkloosheid in de Euro-landen 8,3 procent, net als in oktober. Het jaar daarvoor was dat nog 8,8 procent. Als alle EU-landen worden meegerekend, had gemiddeld 8,5 procent van de beroepsbevolking geen werk in november. Dat zijn naar schatting 18,4 miljoen mensen. Dat was het jaar daarvoor nog 9 procent.

Ierland had de laagste werkloosheid in de EU met 4,3 procent. Daarna volgt Denemarken met 4,5 procent, en Nederland met 4,7 procent. De werkloosheid in deze landen ligt lager dan in de VS en Japan. In dezelfde maand zocht in de Verenigde Staten 5 procent van de beroepsbevolking naar een baan, en in Japan 4,6. In de cijfers van Eurostat wordt overigens geen onderscheid gemaakt naar het aantal gewerkte uren. In Nederland werken veel werknemers parttime, vooral vrouwen.

Het hoogst was de werkloosheid in Polen (17,4 procent), Slowakije (16 procent) en Griekenland (10,1 procent). Ook Frankrijk en Duitsland stonden met een percentage van 9,2 en 9,3 onderin de ranglijst.

In zestien van de 25 EU-landen daalde de werkloosheid vorig jaar, in acht landen nam het aantal werklozen toe. De grootste daling was te zien in Litouwen, waar de werkloosheid in een jaar afnam van 9,8 procent naar 7 procent. Ook Estland (van 8,4 naar 6,6 procent) en Spanje (10,5 naar 8,5 procent) deden het goed.

De werkloosheid onder werknemers onder de 25 jaar is in Nederland na Denemarken het laagst in heel Europa met 8,2 procent. Gemiddeld heeft 18,4 van de jongeren in de EU geen werk.