“Vervloekte' buitenlanders streden ooit mee met ANC

In Zuid-Afrika gaat geen week meer voorbij zonder rellen in de armste wijken. De onvrede over het uitblijven van een beter leven richt zich nu op de buitenlanders.

Olivenhoutsbosh... Zenophobia has rearit head in the usually quiet township south of Pretoria was thrown into turmoil after the death of two men aledgedly at the hands of Zimbabweans.A young resident goes about her buisiness of hanging washing as a shck owned by a Zimbawean is gutted by fire. 050106 Picture: Steve Lawrence inlsa

Ze gedoogden elkaar. Zo heet het. Langs de smoezelige steegjes van de krottenwijk Olievenhoutbosch, ten zuiden van de hoofdstad Pretoria, leefden de buitenlanders jarenlang zonder noemenswaardige problemen tussen de Zuid-Afrikanen. Hoewel, misschien meer langs elkaar dan met elkaar.

Tot het gerucht de township binnensloop dat één van “die anderen', afkomstig uit een buurland als Mozambique, Zimbabwe of Malawi - niemand die het zeker weet - één van de autochtone krotbewoners had neergestoken. Dood. Dat was de dag dat Olievenhoutbosch, ondanks zijn zoete naam, veranderde in een oorlogsgebied.

De steegjes zijn zwartgeblakerd nu, na de hevige rellen van de afgelopen dagen. De huizen van de buitenlanders zijn omver getrokken en in brand gezet. Tussen de smeulende golfplaten en autowrakken is geen Zimbabweaan, geen Mozambikaan of Malawiaan meer te vinden. Alleen nog op het stenen bankje in het politiebureau verderop. Daar komt Lameck Sithole, een 21-jarige Zimbabweaan zonder papieren, aangifte doen van de moord op zijn neef George, een van de drie dodelijke slachtoffers van de gevechten. Tegen de grond geslagen en toen met benzine overgoten.

“Ik begrijp het niet“, zegt Sithole, nog wat duizelig met twee kloppende wonden op zijn achterhoofd en een gebroken pols. “Ze zeggen dat we hun banen stelen. Ze zeggen dat we hun huizen stelen. Ze zeggen dat we terug moeten naar waar we vandaan komen. Maar ik ben pas twee weken in het land.“ De bejaarde Zuid-Afrikaanse die naast hem zit knikt instemmend. “Het is maar beter als ze terug gaan naar waar ze vandaan komen. Ze horen hier niet thuis.“

Een moord was alles wat er nodig was om de Zuid-Afrikanen in Olievenhoutbosch te laten zeggen wat ze al langer dachten. Het verhaal komt bekend voor. Klinkt alsof Zuid-Afrika zich aansluit bij wat onderzoekers van het Human Sciences Research Council in Pretoria noemen “een mondiale trend van groeiende xenofobie na 11 september“.

Die verklaring is leuk verzonnen. Maar in Olievenhoutbosch heeft niemand het over moslimterrorisme, normen en waarden of integratie. In Olievenhoutbosch spreekt wel iedereen over die prachtige stenen huizen, aan de andere kant van de sloot. De huizen van het Reconstruction en Development Programme (RDP) die de zwarte ANC-regering aan eenieder van de miljoenen krotbewoners beloofde, toen Nelson Mandela hier in 1994 aan de macht kwam.

“Hoe komt het dat wij nog altijd in deze kippenhokken wonen en die buitenlanders alle goede huizen krijgen?“, vraagt Elias Mpele. In november was hij erbij toen een menigte van 500 bewoners het huis van een lokale bestuurder in lichterlaaie zette omdat ze huizen zou verhuren aan “outsiders'. Hoewel het lokale gemeentebestuur de beschuldigingen ontkent, lijkt Olievenhoutbosch vastbesloten nu eens en voor altijd met het probleem af te rekenen. De buitenlanders moeten eruit.

De onrust hier staat niet op zichzelf. Er gaat geen week voorbij zonder berichten over rellen in een van de verpauperde wijken rond de grote steden. De Human Science Research Council telde zo'n zesduizend demonstraties in het voorbije jaar. De klachten zijn steeds weer dezelfde. Geen huizen, geen stromend water, geen elektriciteit, geen banen.

Sinds het einde van de apartheid (1994) nam de werkeloosheid toe tot 40 procent van de beroepsbevolking, werden door stijgende armoe nog eens twee miljoen mensen dakloos, is het aantal krotbewoners met 50 procent toegenomen tot 12,5 miljoen. De armen van Zuid-Afrika zijn het wachten op een beter leven beu.

Natuurlijk worden dan de buitenlanders Kop van Jut, zegt socioloog Michael Neocosmos van de Universiteit van Pretoria. Hij is auteur van een nog te publiceren boek over xenofobie (From Foreign Native to Native Foreigners). “Migranten zijn de zwaksten in de samenleving. Zoals we de laatste jaren steeds vaker horen over verkrachting van kinderen, zelfs baby's. Zij moeten het ontgelden omdat ze niet worden gezien als volwaardige burgers. Het beroerde is dat niet alleen ontevreden krotbewoners dat zo zien, maar ook de vertegenwoordigers van de staat.“

Zo was het de minister van Binnenlandse Zaken die in 1994 allochtonen ervan beschuldigde de huizen van Zuid-Afrikanen in te pikken. Zijn uitspraak leidde toen tot een klopjacht op buitenlanders in Soweto. Zo zijn het politieagenten en rijksambtenaren die zich volgens een in november gepubliceerd rapport van Human Rights Watch op grote schaal schuldig maken aan misbruik van migranten. In politiekringen worden illegalen ook wel “pinautomaten' genoemd. Wie de agent geen fooi geeft, wordt de grens overgezet.

En zo was het ook de politie in Olievenhoutbosch die twee weken geleden de ontevreden autochtonen van de krottenwijk aanspoorde om de illegalen in de wijk op te sporen. “Ze zeiden: als jullie last hebben van illegalen, breng ze maar naar ons bureau. Dan rekenen wij wel met ze af“, zegt de verontwaardigde vertegenwoordiger van het ANC, Robert Matshete. “Dat is onacceptabel.“

De lokale bestuurders zitten met de rassenrellen in hun maag. “Ik schaam me diep“, zegt Matshete herhaaldelijk. Want de zo vervloekte buitenlanders stonden nog niet zo lang geleden aan dezelfde kant van de barricade als bevrijdingsbewegingen als het ANC. Het waren de buitenlanders, die net als zwarte Zuid-Afrikanen werden uitgebuit in de mijnen ten gunste van het blanke kapitaal. En het waren de buitenlanders, in Mozambique, Zimbabwe, Zambia of Tanzania, die de verbannen leiders van het ANC, inclusief de huidige president Mbeki, onderdak gaven in de donkerste dagen van apartheid. “Het is tijd dat we ons volk weer wat geschiedenisles gaan geven“, zegt Matshete.

In de xenofobie van wijken als Olievenhoutbosch schuilt Zuid-Afrika's “grootste paradox van na apartheid“, zoals socioloog Neocosmos het noemt.

Juist het einde van het systeem waarin huidskleur bepaalde wat je waard was, de komst van democratie en een van de meest progressieve constituties ter wereld, heeft een nieuwe vorm van racisme gebaard.

Neocosmos: “De bevrijdingsstrijd dreef op de idee van een verenigd Afrika tegen blanke overheersing. Nu zien zelfs zwarte Zuid-Afrikanen dat Afrikaan-zijn als iets minderwaardigs. Zoals een Zuid-Afrikaanse dokter het heel gewoon vindt om aan zijn patiënten te vragen: bent u misschien in Afrika op vakantie geweest?“