Van der Laan kritisch volgen

Henk Scholten (1953) is directeur van de Utrechtse Stadsschouwburg. Eerder was hij directeur van het Fonds voor de Podiumkunsten (1994-1998) en directeur van het Zuidlandtheater in Terneuzen.

Nederland, Utrecht, Henk Scholten , directeur van de stadsschouwburg van Utrecht. foto Michael Kooren raad voor de cultuur. Kooren, Michael

“Ik ben eindverantwoordelijk voor wat er artistiek en financieel gebeurt in de schouwburg. De programmering is breed, we hebben zowel serieuze kunst als de grote amusementsproducties. Daarnaast doen we veel projecten en doelgroepactiviteiten. Vorige week kregen we een van de de CJP Topper Awards voor onze inspanningen voor jongeren.

“Echte generalisten bestaan niet. Het gaat erom of je je specialisme in het brede verband van kunst- en cultuurbeleid kunt plaatsen.

“Mijn roots liggen in het theater. Bij De Voorziening, tegenwoordig het Noord-Nederlands Toneel, deed ik de dramaturgie. Dé theatervoorstelling van het jaar was Fort Europa, de afscheidsvoorstelling van Johan Simons, erg mooi.

“Ik hou van popmuziek en klassiek, van jazz weet ik wat minder. Wat de laatste cd was die ik kocht, zou ik niet weten. Ik kreeg er laatst één, van Goran Bregovic en zijn Wedding and Funeral Band.

“Een grote winst van de nieuwe Raad voor Cultuur is dat we geen belangenbehartigers zijn. We worden niet gestuurd door de commissies. Wat dat betreft zie ik een parallel met wat Wouter Bos wil, een compact kernkabinet met vakministers. Wij vormen een cultuurkernkabinet.“

“De rol van de raad als adviesorgaan is essentieel. De oude raad werd overspoeld door subsidieaanvragen en kwam te weinig aan adviseren toe. Ja, in de nieuwe systematiek blijven er veel aanvragen door de raad behandeld worden, maar gelukkig ligt nog niet alles vast. We kunnen de organisatie nog naar onze hand zetten.

“We gaan de staatssecretaris kritisch volgen. Nee, ik ben het er niet mee eens dat de musea saai en stoffig zijn. Het is grappig dat de bezoekcijfers over 2005 van musea het tegendeel bewijzen. Het lijkt mij juist weer eens tijd, en ik ben daar niet de enige in, om op het belang van de andere kant, de waarde van de collecties, te wijzen. Musea moeten niet allemaal pretparken worden.

“Als ik de achtergronden van onze club van generalisten afga, valt me wel op dat er weinig mensen uit de praktijk tussen zitten, weinig makers. We moeten straks goed beseffen dat wij er zijn voor de kunst, en niet andersom.“