Uit de rails

Politici en onderzoekers buitelen over elkaar heen met voorstellen om het aantal schoolverlaters terug te dringen. Het probleem is hardnekkig. Deel 5 in een serie over knelpunten in het onderwijs. Anja Vink

lemelerveld hangplek voor jongeren foto rien zilvold Zilvold, Rien

Aan de rand van Amsterdam, op een industriegebied van het stadsdeel Osdorp, is de “Young1' gevestigd, een opvangproject om voortijdig schoolverlaters aan een stage, werk of een opleiding te helpen en weer te leren wennen aan regelmaat in hun leven. Het kost veel moeite om de jongeren aan het woord te krijgen. Meerdere verzoeken bij soortgelijke projecten draaien op niets uit. De jongeren willen hun verhaal niet aan een journalist kwijt: ze schamen zich en ze voelen zich mislukt. Maar bij Young1, een opvangproject voor voortijdig schoolverlaters van Maatwerk en de welzijnsorganisatie Impuls in Amsterdam-West wil een aantal van deze jongeren wel praten. Adil (23), geboren in Nederland en van Marokkaanse afkomst, schaamt zich er niet voor dat hij geen diploma heeft: Dat is nu eenmaal gebeurd. Ik zou het wel graag over willen doen, maar dat kan niet meer.“

Adil heeft drie scholen voor voortgezet onderwijs achter de rug maar was meer op straat dan op school. Door problemen thuis liep hij steeds verder uit de rails: Ik stal scootertjes en pleegde kleine diefstalletjes en werd van school afgestuurd omdat ik niets deed en er nooit was.“ Nadat hij van school werd gestuurd, heeft Adil gewerkt, maar na 11 september 2001 lukte het hem steeds moeilijker om werk te vinden. Nu is hij door Maatwerk verwezen naar Young1. Hij woont in een begeleid-wonenproject en is vast van zin iets van zijn leven te maken. Maar Adil wil niet meer terug naar school om een diploma te halen: Ik kan niet stilzitten. Ik wil gewoon werken en misschien dat ik op deze manier weer aan werk kom.“

hoofdpijndossier

Adil is een van de vele voortijdig schoolverlaters die Nederland telt: ieder jaar verlaten 64.000 leerlingen hun opleiding voortijdig, aldus de cijfers in 2004. Deze voortijdig schoolverlaters zijn het hoofdpijndossier van het ministerie van Onderwijs zoals staatssecretaris van Onderwijs Rutte het eens omschreef. Nederland heeft in vergelijking met de andere westerse ontwikkelde landen een hoog aantal voortijdig schoolverlaters. Onderwijsminister Van der Hoeven wijt dat aan de hoge eisen die het Nederlandse onderwijs aan leerlingen stelt.

Wie denkt dat voortijdig schoolverlaten gelijk is aan “geen enkel schooldiploma', heeft het mis. Sinds het Lissabon-akkoord in 2000 hebben de landen van de Europese Unie, om de concurrentie als kenniseconomie aan te gaan, afspraken gemaakt over het verhogen van het opleidingsniveau van burgers. De minimale opleidingseis voor een schoolverlater is nu een middelbaar beroepsopleiding niveau 2 of een havo-diploma. Wie daar onder zit, hoort tot dat leger voortijdig schoolverlaters.

Nederland moet volgens het Lissabon-akkoord het aantal voortijdig schoolverlaters in 2010 met 50 procent terugbrengen. De teller stond in 2004 volgens het ministerie van Onderwijs op 64.000; voor 2010 moeten per jaar minimaal 28.000 voortijdig schoolverlaters moeten worden weggewerkt.

De cijfers rond voortijdig schoolverlaters zijn verwarrend. Zo waren er in 2004 volgens het ministerie van Onderwijs 108.000, terwijl het CBS op basis van een steekproef kwam tot een cijfer van 251.000. Dat het CBS gebruik maakt van een iets ruimere leeftijdsgroep kan dit verschil niet helemaal verklaren. Mogelijk is de registratie onvolledig.

Begin jaren negentig van de vorige eeuw is de overheid begonnen met het inventariseren van deze cijfers. Duidelijk werd dat ongediplomeerde schoolverlaters steeds vaker werkloos waren en blijven. Zeventien procent van hen is werkloos tegenover tien procent van de jongeren met een startkwalificatie. De voortijdig schoolverlaters bevinden zich voor het overgrote deel in de vier grote steden en hebben vaak ouders uit landen als Marokko, Turkije of de Nederlandse Antillen. Een kwart van de voortijdig schoolverlaters zegt niet te kunnen werken vanwege de zorg voor een gezin. Het gaat hierbij vaak om tienermoeders.

Sharon (22) is zo'n tienermoeder en ze heeft het gevoel in een onmogelijke spagaat te zitten. Ze mag niet studeren met de uitkering die ze heeft en ze kan met haar dochtertje ook niet rondkomen van de studiebeurs die ze krijgt als ze weer een mbo-opleiding gaat doen. Sharon woont bij haar moeder en krijgt een studiebeurs voor inwonenden plus een toeslag als alleenstaand ouder. Ik vlieg af en toe tegen de muren op.“ Toen ze zwanger bleek te zijn, stopte ze met de mbo-opleiding juridische hulpverlening. Ik kon het niet meer combineren met de zorg voor mijn kind.“ Young1 is het zoveelste project dat ze doet; niemand vind een oplossing voor haar. Ik ben al blij dat ik weer een beetje ritme en discipline heb door hier naar toe te gaan. Maar ik wil gewoon studeren en verder komen. De baantjes die ik nu kan krijgen, daar vlieg ik na verloop van tijd weer uit omdat ze tijdelijk zijn of omdat ik te duur word“.

Vooral de laatste tijd buitelen politici en onderzoekers over elkaar heen met voorstellen om het voortijdig schoolverlaten terug te dringen. Staatssecretaris Van Hoof van Financiën stelde een korting van de kinderbijslag voor van ouders van kinderen die veelvuldig spijbelen. De hoop van het kabinet is ook gericht op het creëren van stages en leerwerkbanen voor jongeren. En onlangs verscheen een onderzoek van de Taskforce Jeugdwerkloosheid naar de aanpak van voortijdig schoolverlaten, uitgevoerd door professor Roel in 't Veld. Volgens dat onderzoek vallen jongeren niet altijd uit onwil uit, maar vaak door het bestaande onderwijssysteem. Het is volgens In 't Veld veel goedkoper en effectiever oplossingen te bedenken die de oorzaken van schooluitval kunnen wegnemen. De hoogleraar wijst op het intensiveren van de zorgvoorzieningen binnen het onderwijs en meer begeleiding bij de overgang van vmbo naar mbo.

young 1

In de cijfers van zowel het ministerie van Onderwijs als het CBS zitten nog veel onvolkomenheden. Het aantal voortijdig schoolverlaters is nu wel bekend, maar onduidelijk is nog of ze ooit zijn teruggekeerd in de schoolbanken. Slechts een deel komt in beeld doordat ze, zoals bij het project Young1 in het Amsterdamse Osdorp, werkloos zijn en een uitkering hebben. Samira, een deelneemster van Young1, benoemt een groep die moeilijk bereikbaar is: meisjes die jong trouwen en hun mbo-opleiding niet afmaken. Samira zelf heeft haar vmbo-opleiding wel afgemaakt maar een mbo-opleiding brak ze voortijdig af omdat ze door haar ouders dreigde uitgehuwelijkt te worden aan een neef. De strijd ging ten koste van haar mbo-opleiding. Ze is niet uitgehuwelijkt en is nu 22 jaar maar nog steeds zonder werk. Ze kent veel meisjes in dezelfde situatie. Sommige lukt het niet om onder het huwelijk uit te komen en stoppen ook met hun opleiding. Ondanks haar zachte stem en haar neergeslagen ogen is ze vastberaden. Na lang werkloos te zijn geweest wil ze nu weer leren om een goede baan te vinden om voor zich zelf te zorgen. En dat gaat me wel lukken.“ Haar ogen lichten even op.

Adils indruk is dat er minder jongeren in zijn omgeving te vroeg van school gaan. Jongens als ik zeggen tegen hun broertjes dat ze niet hetzelfde moeten doen. Kijk naar mij, het loopt niet goed met je af, weet je.“ Adil is net als Samira ook vastberaden. Ik zal een baan vinden en voor mezelf zorgen. Al is het even door de zure appel heen bijten. Man, ik heb afgelopen jaren wel twintig kilo zure appels opgegeten. Dus het lukt nu ook wel. Ik ben een vechter geworden.“