Topschaatsers?

Oudere topschaatsers als Gianni Romme en Rintje Ritsma plaatsten zich niet voor de Winterspelen. Doorgaan of de eer aan jezelf houden en eerder stoppen?

Hilbert van der Duim, tweevoudig Europees en wereldkampioen allround: “Als je kijkt naar de financiële contracten van tegenwoordig, kan ik me voorstellen dat oudere schaatsers nog een paar jaar doorgaan zolang ze aantrekkelijk zijn voor een sponsor. Het is een afweging van de schaatser zelf. Maar het heilige vuur is dan wel weg en ze worden vooral door financiën gedreven. Het sportieve kunnen neemt af en het herstel duurt langer. Ik heb respect voor Ritsma; hij reed dit seizoen zijn snelste vijf kilometer ooit. Maar als dat niet voldoende is, moet je conclusies trekken. Hetzelfde geldt een beetje voor Romme. Als je de tijden van Kramer, Verheijen en Hedrick ziet, komen Romme en Ritsma daar niet meer bij. Ik ben met een jaar of 28 gestopt met mijn allroundcarrière, toen jongens als Hein Vergeer opkwamen en ik dat niveau niet meer kon halen. Dan moet je realistisch zijn en zeggen: “Het is gebeurd'.“

Ard Schenk, won driemaal goud (1.500 meter, vijf en tien kilometer) bij Winterspelen in 1972 in Sapporo: “Ik heb wel eens gedacht: Rintje, waarom ga je geen talent opleiden en zelf afbouwen? Dat was een voorspelbaar einde geweest. Maar Ritsma koos er voor de strijd aan te gaan. Dat past bij zijn karakter. Dapper, maar die strijd zul je een keer verliezen. Bart Veldkamp (de oudste, dit seizoen nog actieve Nederlandse stayer, red.) heeft veel capaciteiten en is ook lang doorgegaan, door gedoseerd te trainen. Je kan tegenwoordig behoorlijk verdienen met schaatsen en nog een tijd doorgaan, als je voelt dat je nog wat kan en wilt in het topschaatsen. Maar het commerciële argument is het belangrijkste. Stoppen op je hoogtepunt? Wanneer is dat dan? Als topsporter kun je in je dromen altijd nog een hoogtepunt halen. Voor Romme geldt dit verhaal in mindere mate. Van hem zou je sportief nog wat mogen verwachten.“

Ab Krook, topsportcoördinator schaatsbond KNSB, oud-bondscoach Nederlandse kernploeg: “Ik heb Rintje en Bart in de kernploeg gehad. Toen zij jonkies waren, riepen ze ook dat Hans van Helden al lang had moeten stoppen. Van Helden reed voor zijn plezier; dat geldt nu ook voor Bart en Rintje. Beiden zijn nog heel gedreven. Het is aan Rintje om te bepalen wanneer hij stopt. Hij heeft dit jaar, na twee jaar stilstand, laten zien dat hij er nog is. Pas als je er echt wordt afgereden, moet je misschien stoppen. Schaatsers gaan langer door. Dat is niet alleen een kwestie van geld, maar ook van plezier en gedrevenheid. Nadeel is dat jong talent soms langer in de wachtkamer zit.“

Henk Kraaijenhof, “performance consultant', was begeleider van onder anderen atleet Troy Douglas (die op zijn 40ste brons won op 4x100m estafette bij WK): “Wat let een sporter die geld kan verdienen om zijn loopbaan zo lang mogelijk te rekken en uit te melken? Als je met schaatsen nog twee ton per jaar kan verdienen, kun je het hen niet kwalijk nemen. De top in het schaatsen is smal. Daardoor kan een oudere schaatser, zeker op de langere afstanden, nog met de subtop mee. Als je vijfde of zesde wordt, heb je het toch niet zo slecht gedaan? Het is niet te vergelijken met tennis of atletiek, waar je direct de vijftigste of honderdste op de lijst bent.“

Piet Kleine, oud-stayer, won goud (10 km) en zilver (5 km) bij Winterspelen in 1976, zilver in Lake Placid (10 km): “Begrijpelijk dat ze langer doorgaan, want je kan tegenwoordig een goede boterham verdienen met schaatsen. Ik was 28 of 29 toen ik stopte met langebaanschaatsen. Je moest in die tijd rekening houden met je maatschappelijke carrière. Ik begrijp wel dat Ritsma het nog een keer wilde proberen. Tot op een bepaalde leeftijd kan je je nog verbeteren; een schaatser heeft altijd het idee dat hij nog sneller kan.“

    • Pieter de Vries