Tjap tjoi en autorijden

Koos Breukel portretteerde mensen met oogprotheses. Als laatste Paul Welsing, blind vanaf zijn peutertijd.

Stel je hebt nog nooit Chinees gegeten. Dan is het toch ondenkbaar dat je op een dag zal zeggen: “Goh, wat heb ik vandaag trek in tjap tjoi of in foeyonghai'?

Paul Welsing legt uit waarom het niet triest is om bijna vanaf je geboorte blind te zijn. Als peuter verloor hij door netvlieskanker zijn gezichtsvermogen. Hij was pas anderhalf jaar oud, hij kan zich niet herinneren hoe het was om te zien. En dus weet hij niet wat hij mist.

Ziende mensen kunnen zich maar moeilijk voorstellen hoe het is om blind te zijn, zegt hij. Logisch, want simuleren kan je zijn situatie niet. Een ziende die blindemannetje speelt kijkt tegen de achterkant van zijn oogleden aan. Die ziet alles zwart. Maar hij ziet niks, dat is anders.

Met de jaren is hij wel beter gaan beseffen dat hij soms iets mist. In een museum kunnen zijn vrouw en kinderen uitleg geven wat ze willen, zo'n omschrijving blijft surrogaat. Wat hij graag eens zou willen? Autorijden! Dat lijkt hem een geweldig gevoel van vrijheid geven. Afhankelijk zijn is benauwend en als blinde overkomt je dat regelmatig.

Thuis in Nijmegen kan hij gaan en staan waar hij wil, daar weet hij de weg. Maar in een vreemde omgeving doolt hij soms rond. Vervelend hoor, zegt hij, als je niet op eigen houtje het campingtoilet kunt vinden.

Waar geniet hij van? Van muziek, fluweel, zacht leer en van stenen. Ja, een gladde steen kan heerlijk in de hand liggen. “Jullie zienden“, zegt Paul Welsing, “zijn vaak zo geobsedeerd door het zien. Die obsessie drukt andere zintuigelijke sensaties naar de achtergrond.“

Bij Galerie Van Zoetendaal, Keizersgracht 488 in Amsterdam, opent vandaag een tentoonstelling met de portretten van Koos Breukel. Tegelijk verschijnt het boek “Cosmetic view' (ISBN 90 75574 0 02, € 25).