Sultan Gün

Het verhaal van Sultan Gün over haar moeilijkheden bij het vinden van een baan in het Zaterdags Bijvoegsel van 17 december leidde de eerste twee weken tot zo'n 130 brieven. Daar kwamen er in de eerste week van het nieuwe jaar nog een stuk of dertig bij. Hiervan volgt er een.

Vorig weekend stonden in het Zaterdags Bijvoegsel reacties van uw lezers op het interview met Sultan Gün afgedrukt. In de geplaatste reacties overheerste het `hoofddoekje`, maar naar mijn smaak ontbraken een tweetal argumenten.

In Nederland is het rechtssysteem volledig losgekoppeld van het geloof. Net zomin als ik een advocaat wil zien met dominee/priesterboord of een keppeltje, wil ik geconfronteerd worden met behoofddoekde advocate.

Zo zijn er nog een aantal functies in het maatschappelijke leven waar ik, en met mij velen, niet geconfronteerd wens te worden met een uiting van een geloof.

Haar Turkse afkomst is in deze belangrijk, omdat in haar vaderland het ronduit verboden is, bekrachtigd door het Europese Hof, om in openbare ruimtes en functies met een hoofddoek rond te lopen. In haar betoog gaf ze zelf aan dat in een aantal landen - ze noemde onder meer Iran - het geloof zelf reden is om een aantal banen niet te krijgen. In Nederland is dat niet zo, maar het blijft mogelijk dat door een geloofsuiting als een hoofddoek een aantal banen voor moslima`s niet toegankelijk is. Als je dan in ogenschouw neemt dat zelfs in moslimkringen de hoofddoek omstreden is - er zijn immers miljoenen gelovige moslima`s zonder hoofddoek - dan begrijp ik niet dat deze gestudeerde vrouw zichzelf willens en wetens buiten de maatschappij plaatst. Ben je opeens minder gelovig zonder hoofddoek? Het opeisen van een slachtofferrol blijft blijkbaar nog steeds een aanlokkelijke optie.

Op basis van haar studie rechten had ik enig analytisch denkvermogen verwacht. Daarin ben ik teleurgesteld. Onlogisch argumenteren stond voorop in het interview. Wellicht krijgt ze daarom de door haar zo gewenste baan niet?

    • Kees Romkema