Sterk en schaamteloos

Toen ik jong was, hield ik niet zo van Rembrandt. Ik keek hem niet echt aan. Ik dacht dat het al met hem was gedaan. Bezield met de onkundige arrogantie van de jeugd, dacht ik dat ik het al kende voordat ik het zag.

Ik viel meer op de jongere, Spaanse Goya. Hij sprak mij sterker aan. Hij was zwart in plaats van bruin, zilver in plaats van goud. Hij toonde de rozige ondergrond van de huid, maar dan minder uitbundig lichtzinnig dan Rubens. Hij sprak met God (of de goden?), maar dan via mij onbekende wegen.

Ik ken de bijbel goed. Ik wilde iets exotischer dan nog meer vergulde schuld. Ik hield niet meer van protestante mannen in de kunst.

Die vergelijking was onterecht. Men moet zijn beminden niet zo tegenover elkaar plaatsen. Nu ben ik ouder, ronder, geeltandiger en wijzer. Jan Wolkers had gelijk: Rembrandt was een vieze man (NRC Handelsblad, 24 januari 1992). Hij schiep soms 'ronduit afstotende, zelfs een beetje smerige mensen' - zoals Adam en Eva op de ets van De zondeval. Wolkers schreef ook over 'de gruwelijke vaderhand van Abraham, verstikkend over het gezicht van het jeugdige slachtoffer tot klauw verworden'. In het schilderij Het offer van Isaac ligt de zoon halfnaakt op de voorgrond, terwijl Abraham, de monotheïstische vader van de joden, de moslims en de christenen, het mes laat vallen waarmee hij de jongen de keel wil doorsnijden, als een engel niet zijn hand had vastgepakt met de mededeling dat God van plan veranderd was.

De bijbel staat vol met zondige sensualiteit en wanhoop. De 'vunskrioelende' vrouw van Potifar is ook geen mooi gezicht.

Maar ik wilde het over iets anders hebben, niet iets goddeloos maar zondeloos. Een prachtig werk. Het gaat om de kleine ets Het pissende vrouwtje (1631). De vrouw is niet klein, de ets is klein. Zij is sterk en zwaar en schaamteloos. (Indien men er met plaatsvervangende schaamte naar zou kijken, moet men zich schamen, want hier is niets om over beschaamd te zijn.) Hier vindt een natuurlijke handeling in de natuur plaats (haar hoed is nog het meest cultuurgebonden voorwerp in het geheel). Zij plast niet, zij pist. 'Pissend' klinkt zoveel helderder en krachtiger dan 'plassend'.

Rembrandt heeft ook een ets van een pissende man gemaakt. Hij is echter lomp en onaantrekkelijk. Hij staat er maar, met al zijn kleren aan, met zijn schoenen, zijn rugzak en zijn tas. Zij daarentegen hurkt tegen een boom. Met de intens strakke blik van een dier kijkt zij naar iets of iemand buiten beeld. Zij tilt haar rokken omhoog. Niet alleen haar geslacht is ontbloot, maar ook een borst die uit haar jurk glipt (één ontblote borst is verleidelijker dan twee). Haar voeten zijn bloot. Ik kijk naar haar tenen. En toen, voor het eerst (ik heb al jaren een ansichtkaart met deze afbeelding in mijn bezit) zag ik dat zij nog iets anders doet dan pissen. Die diagonale witte straal trekt zoveel aandacht dat men niet meteen naar achteren kijkt, tussen haar benen. Daar waar een andere geur vandaan komt. Haar liploze, onbehaarde onderlichaam is vreemd groot en vormeloos, behalve die lange gleuf waaruit zij urineert. Haar blote voeten in de aarde staan vlak bij haar eigen uitwerpselen, haar eigen urine. Het is warm daar.

Erotisch? Dat woord is te verfijnd, te elegant en te afwachtend. Het ligt dichter bij het pornografische, omdat het hier gaat om het opwekken van lust en om niets anders. Hier is geen sprake van een kleinzielig verleidingskunstje. Het gaat hier om het tegendeel van lusteloos. Rembrandts ets is een icoon van oerdriftige, lustvolle vrouwelijkheid zoals je die niet vaak tegenkomt. Ik neem mijn hoed af voor Rembrandt en trek mijn schoenen uit.

Marlene Dumas is beeldend kunstenaar

    • Marlene Dumas