Staak de subsidies voor de visserij

Het zou een zeventiende-eeuws stilleven kunnen zijn: een tafel met dode diepzeevissen met grote bolle ogen en paarse schubben, klaar voor de maaltijd. De namen grenadiervis, blauwe diepzeekabeljauw en rugstekelaal spreken tot de verbeelding. In zeventien jaar daalden de populaties van deze vissen met 87 tot 98 procent. Diepzeevissen zijn zo kwetsbaar omdat ze zich pas na een jaar of twintig kunnen voortplanten. Het is het zoveelste voorbeeld van onverantwoorde roofbouw op de wereldzeeën.

De visstand is niet opgewassen tegen het ongebreidelde gebruik van technologie met sonar en sleepnetten. Volgens het Wereldnatuurfonds wordt ruim 80 procent van de commerciële visstand met uitsterven bedreigd. Zelfs als die schatting overdreven is, blijft er nog genoeg reden tot alarm.

De Europese Unie doet mee aan de roofbouw, met subsidies waarvan de schadelijkheid die van de landbouwsteun overtreft. De EU heeft nu voor zo'n 700 miljoen aan viscontracten uitstaan die vaak leiden tot de uitputting van de zeeën van meestal arme landen. Zo staat het kleine Mauretanië voor 86 miljoen euro per jaar visserijrechten af aan Europa. De hulp is welkome steun aan de betalingsbalans van veel van die landen, maar het betekent wel dat voor de autochtone bevolking meestal niets meer in de zee overblijft.

De visserijsubsidie is schadelijker dan landbouwsteun, omdat gewassen niet uitsterven, maar vissen wel. De visserijsubsidie leidt precies tot de voedseltekorten die ze beoogt te bestrijden, omdat zeeën voor lange tijd worden uitgeput. Dat is gevaarlijk en onverantwoord. Een schrijnend voorbeeld van dit wanbeheer zijn de lege Grand Banks nabij Newfoundland, waar ook na een moratorium de kabeljauw nooit is teruggekeerd. De roofbouw wordt gesanctioneerd door overheden die bang zijn voor vissers die havens blokkeren.

Ook twee weken geleden had de Visserijraad van ministers zwakke knieën en besloot ze het advies van de Europese Commissie tot een reductie van het quotum van schol en tong met 15 procent niet te volgen. Voor minister Veerman (Landbouw en Visserij, CDA) was dit een overwinning omdat vooral Nederlanders op deze soorten vissen, maar voor de kabeljauw - die er vaak onopzettelijk bij wordt gevangen - was het weer een zwaar verlies. Visquota kunnen gemakkelijk worden ontdoken. Overheden knijpen vaak een oogje dicht, ook de Nederlandse.

Europa moet de subsidies voor roofbouw staken. Verantwoord opgezette viskwekerijen bieden een duurzamer perspectief, ook voor vissers. Het uitsterven van vissoorten is geen nationale, geen Europese maar een mondiale kwestie. Het is goed dat de Verenigde Naties opdracht hebben gegeven om visserijreservaten aan te wijzen. Een tot inkeer gekomen Europese Unie zou sterk en groot genoeg zijn om druk uit te oefenen voor een goed internationaal beheer van de visstand.