Schokland - Nagele

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in de Noordoostpolder.

De sloten liggen onder troebel ijs met flinters aangevroren sneeuwkristallen erop. Dikker ligt de sneeuw over de akkerkluiten en de grassprieten, in regelmatige patronen komt tevoorschijn wat eronder zit.

Dit is stoer, eindeloos land, zeker als de sneeuw het aanlicht. Zware roofvogels hangen erboven, haviken, valkjes en ik geloof dat ik een sperwer zie. Als ze niet jagen, dan zitten ze in de kale takken uit te buiken.

De vrieswind blaast tranen in mijn ogen. Door mijn snot heen ruik ik de stallucht die elke boerderij die ik passeer afgeeft. Er is geen mens te zien op en om de erven. Er brandt heel weinig licht; er klinkt één haan. Nooit een hond.

De autoweg (waar geen auto's rijden) wordt verruild voor een smal wegje tussen knotwilgen met hun takken op zolder. Sneeuwkraak mort onder de schoenen - geluid dat tevreden stemt.

Een straffe winterzon steekt op, hij maakt van de linkersloot een vuurspoor. In de looien hemel verschijnt wat verdund blauw, alsof iemand met zijn adem gaatjes zit te maken.

Daar is Schokland. Het ingepolderde eiland ligt nog altijd hoger dan de rest. Van de Schoklandse haven is alleen een plasje over, teruggetrokken tot ver achter de meerpalen. Koolmezen hangen ondersteboven onder de loze steigers.

Het Schokkerbos is een hoog bos. De zon bespeelt de toppen van de naald- en de loofbomen, verder komt hij niet. Onder aalglad ijs lopen gebogen paden van verweerd asfalt. Kleine tuthola-pasjes zijn raadzaam voor wie geen schuiver wil maken.

De weg voert naar de Gesteentetuin. “Open tijdens openingsuren' staat er. Wat kunnen mij die zwerfkeien schelen. We slaan hem over en volgen, nog steeds met reduceer-stapjes, de zon-beglansde weg naar de terp met de Schoklandse kerk, een arkje met een roodgemutste toren middenop. Klaar voor afvaart, met slechts ruimte voor de kleine nachtdieren.

Eindelijk kiest de route voor stroef besneeuwd gras. Nu mogen de stappen weer groot. Hèhè. In mijn opluchting glij ik toch uit en val op een paaltje. Au. Dat wordt een blauwe plek.

Snel de dijk op, waarachter inktgrauwe golfjes naar elkaars kruinen pikken. De zon verliest aan kracht.

De weg naar Nagele is bijna wandelcorvee. Maar afgezien van hoeves met vreemde ornamenten, zoals een levensechte plastic koe of erg rode stalluiken, tekent de horizon een collectie zwarte lijntjes die de fantasie kan invullen met van alles. 15 km. Kaart 7, 8, 9 uit Pionierspad. Uitg. Wandelplatform-LAW, 2004. Begin- en eindpunt worden regelmatig verbonden met de bussen 147 (Nagele) en 141 (Ens, Stoefweg). Overstappen in Emmeloord, busstation. Inl .tel. 0900-9292 of www.ov9292.nl

    • Joyce Roodnat