Pittore Famoso

Vierhonderd jaar geleden, op 15 juli 1606, werd Rembrandt van Rijn geboren, als negende kind van een molenaar en een bakkersdochter. Al eeuwenlang is hij een van de beroemdste wereldburgers.

Ook dit jubileum zal weer uitbundig gevierd worden. Tientallen tentoonstellingen, boeken, muziekstukken, een film en twee musicals staan op stapel. Honderdduizenden bezoekers zullen zich een weg banen door overvolle musea in binnen- en buitenland, en posters, paraplu's, koffiemokken en placemats met Rembrandt erop aanschaffen. Een jaar lang.

Over Rembrandt zijn al heel wat superlatieven uitgestort en het is niet eenvoudig daar nog iets origineels aan toe te voegen. Toch gaat M, het maandblad van NRC Handelsblad, dat proberen met deze speciale uitgave.

We vroegen Robert Hughes, kunstcriticus van Time Magazine en schrijver van beroemde boeken als The Fatal Shore, The Shock of the New en Goya, zijn visie te geven op leven en werk van Rembrandt. Hughes wijst op de ontroerende menselijkheid van zijn schilderijen en tekeningen. Op zijn oog voor het alledaagse, ja zelfs het platvloerse. In de Gouden Eeuw was Nederland daarmee uitzonderlijk modern. Dat ontwapenende realisme signaleren ook beeldend kunstenaar Marlene Dumas in haar loflied op Rembrandts Pissende vrouwtje en Oek de Jong, schrijvend over de subtiele schetsen van de dode Elsje Christiaens, opgehangen op het Amsterdamse galgenveld.

Veel aandacht in dit nummer voor de techniek van Rembrandt. Hoe speelde hij het klaar? Waarom was hij zoveel beter dan de rest?

Ernst van de Wetering, de leider van het roemruchte Rembrandt Research Project, legt tot in de kleinste details uit hoe Rembrandt het voor elkaar kreeg de sensatie van écht licht op zijn doeken te creëren.

En tekeningenexpert Peter Schatborn laat aan de hand van concrete voorbeelden zien hoe Rembrandt slaagde, waar collega's als Nicolaes Maes en Ferdinand Bol faalden.

Door de eeuwen heen hebben tal van mensen geprobeerd de fabuleuze schilder en tekenaar te annexeren of tot boegbeeld te verheffen. Kunsthistoricus Eddy de Jongh laat zien hoe de nazi's hem tot Edelgermaan bombardeerden en marxisten hem vereerden als rebelse proletariër.

Rembrandt maakte minstens tachtig zelfportretten. In het omvangrijke deel IV van de serie A Corpus of Rembrandt Paintings, net verschenen, legt Van de Wetering uit dat gepsychologiseer over de bespiegelende aard van de schilder flauwekul is: het schilderen van 'tronies' was in die tijd niet meer dan oefenmateriaal. Rembrandt ontroert nog steeds, misschien wel omdat hij bovenal een weergaloze vakman was.

    • Laura Starink