Nieuwe stof tegen depressie ontdekt in muizenhersenen

Muizen met een tekort aan het herseneiwitje p11 zijn lusteloos, terwijl ze bij een teveel juist extreem opgewekt worden. Door antidepressiva geneesmiddelen stijgt de concentratie p11 in de muizenhersenen. Ook bij mensen lijkt p11 een rol te spelen bij depressies: de hersenen van personen die voor hun dood ernstig depressief waren, bevatten minder p11.

Samenwerkende wetenschappers in Frankrijk en de Verenigde Staten hebben aangetoond dat p11 zich in de hersenen van muizen bindt aan de 5-HT1B-receptor (Science, 6 jan). Het effect is dat die receptoren naar het celoppervlak verhuizen en “actief' worden. Daardoor komen er op het oppervlak van de hersencellen meer bindingsplaatsen beschikbaar voor de neurotransmitter 5-HT, beter bekend als serotonine. En die stof speelt een sleutelrol bij depressies, angsten, agressie en slaap. Het antidepressieve effect van een geneesmiddel als Prozac (een serotonineheropnameremmer) berust op het verhogen van serotonine in de hersenen.

De onderzoekers hebben daarna aangetoond dat zo'n serotonineheropnameremmer de concentratie p11 in de hersenen van muizen verhoogt, terwijl op een andere manier werkende antidepressiva dit effect niet hebben. Ook een elektroshockbehandeling (soms toegepast bij onbehandelbare ernstige depressieve klachten) blijkt in de hersenen van muizen p11 te doen toenemen.

De onderzoekers hebben vervolgens genetisch veranderde muizen gecreëerd die extra veel of juist helemaal geen p11 in hun hersenen aanmaakten. De eerste groep muizen was duidelijk minder gevoelig voor stress en bewoog extra heftig als ze bij de staart opgepakt werden. De groep zonder p11 maakte juist een depressieve indruk.

P11 heeft meer functies , maar toch zal de farmaceutische firma Eli Lilly, die aan het onderzoek heeft meegewerkt, p11 ongetwijfeld testen als een nieuw medicijn voor depressies.

Bart Meijer van Putten