New Yorkse deurmannen Ze weten alles van je Maar zelf zijn ze raadsels

In New York werken 25.000 “deurmannen', doormen op zijn Engels. Ze houden de deur open en nemen pakketjes aan, maar vooral verzamelen ze verhalen over de bewoners. Doormen zijn de oren en ogen van de stad, schrijft Freek Staps

Howard kent mij. Hij weet welke kranten ik lees. Hij weet dat ik soms 's ochtends in mijn sportkleren het pand verlaat, met diezelfde kranten onder mijn arm, klaar voor de sportschool. Hij weet dat ik wel van Thais maar niet van Chinees eten houd. Hij weet wie mijn vriendin is, wie mijn vrienden zijn en hij weet zelfs dat ik vrijgevig word als ik een pakje met zwarte snoepjes uit Nederland ontvang.

Ik weet niets van Howard.

Howard Rosen is mijn doorman. Hij zit beneden in de lobby naast de deur en is daarmee de machtigste man van het gebouw. Machtiger dan de bewoners van de 262 appartementen. Hij bepaalt wie naar binnen mag, de lift in. Hij ontvangt de post, de fris gewassen kleding van de stomerij en de levensmiddelen die de supermarkt laat bezorgen. Hij belt om aan te kondigen dat iemand met een dampend zakje op weg naar de elfde verdieping is. Hij weet wie boven elk uur een nieuwe gast ontvangt. En hij kan geheimen bewaren als geen ander. Hij kent de huurders - maar niemand kent hem.

Overal ter wereld hebben hotels portiers, kantoren conciërges en clubs uitsmijters. Maar nergens zijn 25.000 mannen op een paar vierkante kilometer samen die al die functies verenigen en een niet te vertalen functieomschrijving hebben. Voldoende reden voor hoogleraar Sociologie Peter Bearman van de prestigieuze Columbia University om onderzoek te doen naar het werk en de macht van de doorman. Bearman schreef er een boek over dat in heel de stad is uitverkocht.

Howard kent The Carteret van kinds af aan. Dit pand op Manhattan heeft deze naam nog uit de tijd dat het een hotel was. In de jaren '60 besloot de eigenaar dat het gebouw als appartementencomplex meer zou opbrengen. Howards vader werd toezichthouder en woonde met zijn vrouw en drie zoons in het driekamerappartement dat speciaal hiervoor op het dakterras werd gebouwd.

KERKHOFDIENST

Toen hij zeventien was, begon Howard de graveyard-shift te draaien, de kerkhofdienst. Elf uur 's avonds beginnen, 's ochtends om zeven uur naar huis. Hij houdt van lezen, onthult hij na doorvragen, toch viel hij elke nacht in slaap. Hij studeerde kunstgeschiedenis, maar baantjes in een museum en bij een uitgever hield hij niet lang vol. Howard wilde meer tijd om urenlang niets te doen, verhalen te horen en makkelijk geld verdienen. “Ik hoef voor dit werk geen raketwetenschapper te zijn.“

Howards domein, de lobby, glimt van het marmer en nepgoud. Maar luxe is het niet echt hier. Doormen zijn hier niet verplicht een lange jas, een pet en witte handschoenen te dragen. De appartementen in dit gebouw beslaan een kamer, een badkamer en een eenpersoons keukentje op samen nauwelijks achttien vierkante meter. Écht vermogenden wonen elders op Manhattan. Maar welke doorman je ook spreekt, overal zijn de ingrediënten hetzelfde. Drugs, prostitutie, vreemdgaan - en dikke fooien in ruil voor makkelijk werk: zien en zwijgen.

In de meest klassieke taak van de doorman heeft Howard zelden zin: de deur open en dicht doen. “Dan moet ik helemaal vanachter deze balie vandaan komen“, legt hij uit alsof de drie meter onoverkomelijk zijn. “Ze zijn veel sneller bij de deur dan ik.“

1000 doormen onderzocht

De onderzoekers die Doormen schreven hebben een kleine duizend van Howards collega's ondervraagd over wat ze eigenlijk doen. Negentig procent van het werk is het groeten van bezoekers en naar boven bellen om ze aan te kondigen. Ook nemen ze de hele dag door pakjes in ontvangst. Anderen houden de lobby schoon, brengen eens iets naar boven, scheppen sneeuw als dat nodig is, lopen naar buiten om een taxi aan te houden en parkeren soms zelfs de auto van bewoners.

Dat gaat Howard allemaal te ver. Als iemand van de Chinese wasserette aan de overkant van de straat de schone was komt bezorgen, wil hij die nog wel in ontvangst nemen. Maar de huurders moeten deze eerst zelf maar afleveren.

Dan komt gangmaker Laurie langs. Haar man sloft voor haar uit. Hij is vuilnisman, draaide een nachtdienst tot vier uur en moet nu om tien uur 's ochtends weer beginnen.

“Veel plezier“, roept Laurie.

“Ik zal het proberen“, bromt hij.

Howard glimlacht. Dit is zijn privé-theater. Sommige van de huurders zijn vrienden geworden, zoals Laurie. Het echtpaar vroeg hem eens mee te gaan naar een stripclub. Dat wees hij maar af. “Ik snap die clubs niet. Je moet betalen voor iets dat ik hierboven ook kan doen.“

Hoogleraar Bearman is geïntrigeerd door die relatie. Volgens hem gaat de relatie tussen doorman en bewoner ver voorbij een normale werkrelatie. Allemaal te verklaren aan de hand van het Matthew-effect; deze sociologische theorie stelt, vertaalt naar de doorman, dat hoe beter de doorman zijn bewoners behandelt, des te beter hij zichzelf daarover voelt. De eigenwaarde van de doorman is gebaseerd op het podium waarop hij de bewoners plaatst.

Dat zou verklaren waarom de met hoeden, lange jassen en witte handschoenen uitgeruste doormen in de luxueuze buurten rondom Central Park een wereldwijde reputatie van onaantastbaarheid hebben, terwijl Howard in spijkerbroek vertelt over zijn vrienden die hem niet begrijpen. Hij heeft toch een opleiding? Waarom dan een baan “met zo'n lage status als deze'?

gewilde baan

Wat zijn vrienden vergeten is hoe goed hij het voor elkaar heeft. Zijn basisloon, nog zonder de duizenden dollars fooi, bedraagt 40.000 dollar per jaar (34.000 euro) voor een werkweek van vijf dagen van elk acht uur - inclusief een uur lunchpauze die Howard vooral slapend doorbrengt.

Daarom is deze baan een van de meest gewilde van de stad. Howard hoort niet bij het kwart bewoners van de stad die onder de armoedegrens moet leven. Hij hoeft niet zoals de Mexicanen door de vrieskou over straat te rennen om eten te bezorgen. Hij hoeft niet zoals de Aziatische meisjes twaalf uur per dag nagels te lakken. En in een taxi rijdt hij alleen op de achterbank.

Omdat hij nooit écht moe is, vindt hij altijd energie voor een glimlach en een aardig woord. Deze weken ziet hij dat terug in zijn portemonnee. Want ook al is zijn inkomen relatief goed en verdient hij nog een paar honderd dollar per maand bij met het spelen van backgammon op internet, de eindejaarsbonus van de bewoners is waar het de doormen om gaat. Weken van tevoren proberen New Yorkers bij elkaar uit te vinden wat te geven. Om daarna opnieuw vast te stellen dat vijftig dollar toch wel het minste is waarmee je wegkomt. En elk pand heeft ten minste vier doormen.

Talloze complexen beleggen deze weken vergaderingen om op hetzelfde bedrag uit te komen. Maar, zo stelt Bearman vast, er zijn er altijd een paar die stiekem extra geven. Want alleen dan ben je gegarandeerd van de beste service. Het is allemaal niet zonder reden. Want mensen als Howard vergeten niet snel. Zo weet nog Howard precies van wie hij jaren geleden die witte sportsokken cadeau kreeg. Peter Bearman: Doormen, The University of Chicago Press, 2005. 288 pagina's. 25 euro.

    • Freek Staps