Magische hoorn

Wiegertje Postma (18) wil in haar allerlaatste column graag de eenhoorn bezingen

Zo. Het is uit met de pret. De koek is op. De kous en de klus respectievelijk af en geklaard. De clichés over ergens mee stoppen uitgewoond. De teerling geworpen. De vogel gevlogen. Voor hen die geen spreekwoordelijke kaas kunnen maken van enkele semi-willekeurig bij elkaar geraapte uitdrukkingen: dit is mijn laatste. Column, dus. Niet zonsopgang. Een nieuw jaar, met nieuwe mogelijkheden en een nieuwe, uitgestrekte columnloosheid, zo zeg ik tegen mijzelf. Ik zou tuinieren weer kunnen oppakken. Meer aan karaoke kunnen doen. Bij het circus gaan, mocht ik daar zin in krijgen. Ik noem maar wat. De mogelijkheden zijn eindeloos.

“Maar Wiegertje', hoor ik u vragen, “wat zal dan het onderwerp van je laatste column zijn? Waar heb je altijd over willen schrijven, maar ben je nooit aan toegekomen? De toepasbaarheid van modern existentialistische ideeën bij de oplossing van hedendaagse maatschappelijke problemen? Chocospritsen?' Nee, lieve mensen. Niks ervan. Mijn laatste column zal ik wijden aan het ondergeschoven kindje van de fictieve evenhoevige zoogdieren; Ik wil het boven alles nog graag een keer wat uitgebreider over de eenhoorn hebben.

Ik mag dan wel al regelmatig terloops aan ze gerefereerd hebben, eenhoorns verdienen een prominentere plaats in mijn oeuvre. Want ze zijn zo mooi. En glanzend wit. Ze hebben een enkele hoorn op hun snuitje, die gedraaid is, een beetje, en een geneeskrachtige werking schijnt te hebben. Een geneeskrachtige werking is mijn lievelingswerking, dat mag duidelijk zijn. Ze gaan alleen maar met maagden om, en daar zou ik mijn vrienden ook best wel op willen selecteren. Gewoon, omdat het zo extravagant en heerlijk ongefundeerd klinkt. Bovendien staan ze, naast bedeesde babykonijntjes en roze met glittertjes, voor alles dat mooi en oprecht is in deze tot rottende ontbinding gedreven wereld.

Helaas, onder invloed van de consumptiemaatschappij, gewelddadige videospelletjes en Angela Schijf zijn we onze voeling met de eenhoorn kwijtgeraakt. Vroeger, Middeleeuwenvroeger, toen waren eenhoorns nog eenieders baken van hoop en vreugde. Dan lag men met scheurbuyck of builenpest in een vochtig hok weg te schimmelen, en dan dacht men aan de fiere eenhoorn en haar alles genezende hoorn. Of aan God. En dan was de moraal weer wat opgekrikt, hoop gloorde aan de horizon. Zo eenvoudig. De middeleeuwse scheurbuycklijder had een punt, want eenhoorns helpen ook mij in tijden van oorlog om olie en Coldplay op de radio de zaken roze met glittertjes in te blijven zien. De gedachte aan een onder een bloemenhaag doorhuppelende eenhoornfamilie helpt me Yellow te verwerken. Voor Clocks heb ik nog wel een regenboog bij het geheel nodig. En moorkoppen aan de bomen. Maar het beeld werkt. Zoals geen hartvormig brok hazelnootchocolade dat doet.

Ja, de eenhoorn slaat het snot uit alle andere mythische beesten, qua leukheid. Dat mag u dan misschien om het even zijn, maar mij moest het nog van het hart. Doe er uw voordeel mee. Bedankt voor uw aandacht, ik zal de komende weken te vinden zijn in de betere karaoke-cafés in en rond Utrecht. Maakt u zich over mij dus vooral geen zorgen.

Tot zover.

    • Wiegertje Postma