Liever boete dan het schavot

Belastingdienst en justitie gaan hard optreden tegen fraude. Ook de burgemeester die een zwarte bankrekening van 10.000 euro verzwijgt, wordt aan de schandpaal genageld.

Belastingdienst en justitie hebben besloten dit jaar hard op te treden tegen iedereen die opzettelijk fiscaal de wet overtreedt. Op 1 januari zijn nieuwe regels van kracht geworden, waarbij mensen met een typische voorbeeldfunctie sneller door de fiscus voor de rechter kunnen worden gebracht. Ook zal worden geprobeerd om bedrijven die door illegale belastingtrucs de concurrentie op achterstand zetten, als voorbeeld voor de hele branche aan de schandpaal te nagelen. De belastinginspecteur staat in 2006 op scherp en springt op de barricaden voor maatschappelijke normen en waarden.

Er zijn twee manieren om fiscaal wangedrag te bestraffen. Het meest gebruikelijk is de administratieve afdoening door de belastingdienst zelf op basis van de belastingwetten. De tweede manier is een strafrechtelijke aanpak onder regie van justitie aan de hand van het Wetboek van strafrecht.

Zowel voor de inspecteur als voor de betrokkene hebben beide methoden hun voor- en nadelen. De fraudeur die op de goedkoopste manier van zijn zonden af wil, is vaak met de strafvervolging het best uit. Maar daar staat wel een openbare rechtszitting en een strafblad tegenover. Dat kan pijnlijker zijn dan een hoge geldboete. De boetes die de inspecteur oplegt, lopen meestal in de papieren. Ze kunnen net zo hoog oplopen als de alsnog te betalen belasting. Daardoor kan iemand bijvoorbeeld zijn complete zwarte inkomen kwijtraken. Maar alles wordt afgewikkeld met de discretie die we van de belastingdienst gewend zijn.

Ook voor de overheid hebben beide wegen zo hun meer en minder aantrekkelijke kanten. Zolang een zaak zich in de administratieve fase bevindt, is de belastingbetaler verplicht mee te werken aan het onderzoek van de inspecteur. Elke vraag die onbeantwoord blijft, kan ernstige gevolgen hebben. Die comfortabele positie van de inspecteur verandert op slag zodra hij moet beseffen dat de wet is overtreden. Dan wijzigt de status van belastingbetaler in die van verdachte. Daar zijn de rechtswaarborgen aan verbonden die ook de eerste de beste winkeldief heeft. Hij hoeft dan niet meer mee te werken aan het strafrechtelijk onderzoek van de inspecteur of van justitie. Zij moeten op eigen kracht het bewijs voor de opzettelijke belastingontduiking rond krijgen.

Wettelijk ligt dat omslagpunt duidelijk vast. In de praktijk heeft een inspecteur de neiging zo lang mogelijk zijn sterke positie uit te spelen en pas in een laat stadium zijn vermoeden van opzettelijke wetschending uit te spreken. Daardoor ontstaat er een mistig grensgebied waarbinnen ruimte is voor bluf en intimidatie. Aan de ene kant kan die worden uitgevoerd door een simpele, mogelijk frauderende burger, aan de andere kant door een machtig apparaat.

Maar als de betrokkene een belastingadviseur of een fiscaal advocaat in de arm neemt, kunnen de rollen omdraaien. Een zwijgende burger met royale rechtsbescherming tegenover gefrustreerde belastingambtenaren die een duidelijke fraude net niet goed genoeg kunnen bewijzen. Zelfs staatssecretaris Joop Wijn (Financiën) raakt gefrustreerd. Afgelopen jaar negeerde hij herhaalde rechterlijke bevelen om de regels voor een eerlijk strafproces in acht te nemen. Die weigerachtige houding mondde overigens uit in een vrijspraak van de verdachten.

In die gevallen kan de inspecteur niet alsnog met een fiscale boete op de proppen komen, zelfs al zou hij die op basis van de soepeler fiscale bewijsregels wel hard kunnen maken. Er zit nog een rem op een al te uitbundige gang van de fiscus naar de rechtszaal. Dat is de capaciteit van justitie. Uiteraard staat de officier van justitie aan dezelfde kant als de inspecteur maar hij heeft nog wel wat anders te doen dan belastingontduikers veroordeeld te krijgen. Daarom vindt er rondom de bonte verzameling aan ontduikende burgers en bedrijven een geheim selectieproces plaats. Dat loopt volgens een specifiek patroon.

De inspecteur doet zelf de zaken af tot een belang van 6.000 euro voor particulieren en 12.500 euro voor bedrijven. De boete kan oplopen tot 100 procent van de alsnog te betalen belasting. De hoogte van de boete is van veel factoren afhankelijk, bijvoorbeeld of het een eerste geval van uit de hand gelopen slordigheid is of een herhaald geval van brutale fraude.

Alle andere zaken moet de inspecteur inbrengen in een beraad van drie gespecialiseerde belastingambtenaren waarvan een van de opsporingsdienst FIOD-ECD. De betrokkene weet daar overigens niets van. Tot een belang van 125.000 euro aan ontdoken belasting kan deze groep besluiten de zaak door de inspecteur af te laten handelen. Maar zeker als er sprake is van recidive of van een samenloop met bijvoorbeeld milieudelicten of omkoping gaat een zaak door naar een zwaarder overleg.

Dan schuift ook de officier van justitie aan. Het gaat dan om ontduikers met een voorbeeldfunctie zoals politici, advocaten, bankiers en belastingadviseurs; evenals bijvoorbeeld televisiepersoonlijkheden. Dat overleg neemt de uiteindelijke beslissing of de vermoede ontduiker in het strafrechtelijk circuit belandt.

Dat gebeurt al jaren zo. Op 1 januari heeft het kabinet een aantal zaken veranderd. Voortaan wordt met nadruk ingezet op openbare strafzaken die in de pers de aandacht zullen trekken. Voorbeeldzaken die er de schrik in moeten jagen bij anderen in dezelfde branche of beroepsgroep en die wetsgetrouwe burgers duidelijk maken dat betalen niet voor de dommen is. Ook minder integere advocaten of effectenhandelaren krijgen extra aandacht. Juridisch vertaald gaat het om een “generaal preventieve werking'. Dan hoeft het niet eens om tonnen aan belastingfraude te gaan.

Ook een burgemeester die jarenlang een zwarte bankrekening van 10.000 euro verzwijgt, kan onder het nieuwe beleid aan de schandpaal worden genageld. De straf die de rechter oplegt, zal in zo'n geval nog wel meevallen. De publiekelijke tik op de vingers en het onvermijdelijke strafblad zijn voor de betrokkene, zijn loopbaan en zijn gemeente veel pijnlijker en dus afschrikwekkender. Reken maar dat andere burgemeesters en wethouders vervolgens extra nauwgezet hun aangifte invullen en dat is ook de bedoeling. Zo wordt de nieuwe aanpak een steunpilaar onder het normen- en waardenbeleid van het kabinet. Niet alleen een bezoek aan de hoeren is funest voor de verdere loopbaan, ook een witteboordenvergrijp als het verzwijgen van een zwarte bankrekening als appeltje voor de dorst kan noodlottig zijn. Bedrijven die over een periode van enkele jaren meer dan 125.000 euro belasting hebben ontdoken, krijgen volgens de nieuwe richtlijnen altijd met de officier van justitie en uiteindelijk vaak met de rechter te maken.

Het kabinet is ook extra streng als er sprake is van omkoping of bedreiging. Dat zijn op zichzelf al zware misdrijven maar dan wel van de lastig bewijsbare soort. Via een omweg langs de belastinginspecteur kan het openbaar ministerie de betrokkenen makkelijker voor de rechter krijgen. Een wethouder die sjoemelt met de toewijzing van bouwkavels en daar een voordeeltje aan overhoudt, kan voor de officier van justitie een harde noot zijn om te kraken. Het gesjoemel is moeilijk bewijsbaar maar het voordeeltje is makkelijker te traceren. Honderd tegen één heeft die wethouder daarover niets in zijn belastingaangifte vermeld. Dat opent de weg naar een openbaar strafproces voor belastingfraude. Ook op die manier strandt de loopbaan van zo'n sjoemelende ambtsdrager.

De kracht van afschrikking door openbaarheid ligt niet alleen in die hooguit enkele honderden voorbeeldfiguren die dit jaar voor de rechter komen. De macht van het wapen schuilt ook in de duizenden gevallen waarin de inspecteur de dreiging met openbaarheid kan inzetten om belastingbetalers die een naam te verliezen hebben in het nauw te drijven. Dat werkt vaak even effectief.

In het mistige gebied tussen strafvervolging en administratieve afdoening zullen velen al lang blij zijn als ze ervan af komen met de hoogste boete die de inspecteur kan opleggen. Zelfs al is dat veel meer dan de inspecteur ooit hard zou kunnen maken. Velen verkiezen een discutabele boete boven vrijspraak in een openbare rechtszitting.