Kerkhof van torens

Wie wil weten hoe het leven in een beruchte Franse buitenwijk is als de auto's niet meer branden, huurt er een flat. Eerste deel van een korte serie uit de banlieue.

Dealers of bendes hangen niet rond aan de voet van het gebouw. Mijn huurauto staat de volgende ochtend gewoon op me te wachten: niet gestolen en ook niet in de fik gestoken. Wel is hij lelijk, de veertien verdiepingen hoge toren op nummer 63 van de Avenue des Martyrs de la Résistance, waar ik mijn intrek heb genomen.

Mijn toren staat in Les Minguettes, de hoogbouwwijk van Vénissieux nabij Lyon. Rondom staan identieke torens, allemaal even lelijk. Het is wat men hier het “urbanisme van de kraan' noemt, legt mijn Frans-Algerijnse gastvrouw Malika Matari (39) uit. Bedoeld wordt dat men de bouwkraan zo heeft geplaatst dat men er drie torens mee kon bouwen zonder hem te moeten verplaatsen. Dat was het concept waarmee over heel Frankrijk wijken als Les Minguettes zijn gebouwd. Het moest goedkoop zijn, en dat is er veertig jaar later aan af te zien.

“Ze hebben mij ooit voorgesteld mijn appartement te kopen“, lacht Malika , “maar ik zou wel gek zijn. Ik geef het leidingwerk nog hooguit twee jaar. En dan zal het waarschijnlijk goedkoper zijn om de hele boel af te breken.“

Het zou niet voor het eerst zijn. Les Minguettes is in Frankrijk een begrip. Het is een van de eerste wijken van zijn soort, hier braken in 1981 de eerste rellen van formaat uit, én het is de eerste plaats waar men ten gevolge van nieuwe inzichten woontorens begon te slopen.

Uit Malika's raam is net een glimp op te vangen van wat ze “le cimetière des tours' (het kerkhof van de torens) noemt. Ooit was Malika daar actief als straathoekwerkster, toen er in plaats van een groot grasveld nog tien woontorens stonden, met de naam Democratie. Vandaag verwijzen er overal in Les Minguettes nog wegwijzers naar maar ze leiden nergens meer naartoe: de torens zijn in 1994 opgeblazen.

Malika heeft het op dat vlak niet getroffen. In 2002 moest ze verhuizen uit een toren in de Monmousseauwijk, een ander deel van Les Minguettes, toen die werd afgebroken. In 1983 moesten haar ouders al opkrassen uit diezelfde wijk toen daar de eerste drie torens werden opgeblazen. “Dat was een reactie op de rellen van 1981. Twee van die torens stonden aan de ingang van de wijk en de jongeren hadden de politie op afstand gehouden door hen vanaf de daken te bekogelen.“

Zo overtuigd was de burgemeester van Vénissieux dat afbraak dé oplossing was dat hij het idee opvatte er een tv-evenement van te maken, met vuurwerk en een speciale compositie van Jean-Michel Jarre. “Gelukkig heeft men hem dat idee uit het hoofd kunnen praten“, zegt Malika. “De man besefte niet dat veel mensen het echt niet zo fijn vonden om de gebouwen waarin ze waren opgegroeid tegen de grond te zien gaan.“

De torens zijn sowieso niet het probleem, weet Malika. Sinds de afbraak van Democratie werkt ze in het nabije Fayzin. Dat was een vredig dorpje tot de bewoners van de verdwenen torens er werden gehuisvest, in een nieuwe wijk met alleen maar lieftallige, vrijstaande huisjes met tuintjes. De problemen bleven dezelfde. Ze komt net van een rumoerige buurtvergadering, waar een politieman bijna over een ballustrade werd gewipt.

“Fayzin is het volgende kruitvat“, vreest Malika. “Problemen neem je niet weg door mensen horizontaal te laten wonen in plaats van verticaal.“