In Utopia is het altijd zeven uur

Tomaso Buzzi was een architect die vooral villa`s voor de Italiaanse elite ontwierp. In stilte ontwierp hij voor zichzelf een utopische stad waar eigenlijk niemand mocht komen. Na zijn dood heeft de familie de fantasiestad opengesteld voor publiek. Een rondleiding.

De akropolis van La Scarzuola Rinaldi, Giovanni

Utopia bestaat. En het ligt in Umbrië. Dat niet iedereen dit weet, komt doordat Utopia niet gewoon Utopia heet, maar La Scarzuola, een naam die is ontleend aan scarza, een grassoort die in Utopia welig tiert. Het komt ook doordat het ligt verscholen achter een middeleeuws klooster. Wie bij het dorpje Monte Giove de onverharde hobbelweg naar La Scarzuola neemt, ziet onderweg nog niets van Utopia. Ook als hij na enkele kilometers bij het klooster arriveert, is er nog geen spoor van te bekennen. Daar worden de bezoekers opgevangen door Marco Solari, een slanke vijftiger die Utopia beheert.

Een korte wandeling door een dichtbegroeide, schaduwrijke tuin volgt en dan staat de bezoeker plotseling oog in oog met een fantasiestad. Tempels, zuilengangen, vijvers, labyrinthen, torentjes, piramides, basilieken, koepelkerken, paleizen - bijna alle gebouwentypes uit de architectuurgeschiedenis staan er dicht opeengepakt bij elkaar. Meteen valt op dat het ensemble zorgvuldig gecomponeerd is. Weliswaar zijn de meeste gebouwen, die bijna allemaal zijn gemaakt van geel-bruine bakstenen, niet groot - sommige komen niet verder dan heuphoogte - maar ze zijn zo naast en boven en elkaar geplaatst in het Umbrische dal dat ze niet achter elkaar schuilgaan, maar een betoverend ensemble vormen.

De ontwerper van La Scarzuola was dan ook een architect: Tomaso Buzzi. Buzzi (1900-1981) ontwierp tijdens zijn leven vooral villa`s voor de Italiaanse elite, vertelt Marco Solari. Al in de jaren twintig ontwierp hij tapijten met scènes uit de Griekse en Romeinse mythologie en fantasiesteden. Zijn magnum opus is La Scarzuola, een werk waaraan hij, in stilte, vijfentwintig jaar werkte. In 1956 kocht Buzzi van de laatste abt het klooster bij Monte Giove, dat in 1218 was gesticht door Sint Franciscus. Dit was de plek die bij hem paste. Hier kon hij, ongehinderd door de wensen van opdrachtgevers, werken aan zijn eigen ideale stad, `la città Buzziana`.

Na de dood van Buzzi zette zijn neef, Marco Solari, het werk van zijn oom voort. Solari, die voortdurend wordt omcirkeld door nerveuze honden, is een wat verlegen man. Eerst vertelt hij gehaast in een mengeling van Italiaans en Engels, maar gaandeweg wordt hij enthousiaster en weidt hij steeds meer uit over het klooster en de stad waar hij zelf nu een jaar of twintig leeft en werkt. Na het overlijden van zijn oom, vertelt hij, wist de familie Buzzi zich niet goed raad met de droomstad. Tomaso Buzzi had eigenlijk gewild dat de stad na zijn dood zou worden vernietigd: La Scarzuola was tenslotte zijn hoogstpersoonlijke universum, niet bedoeld voor anderen maar alleen voor hemzelf en goede vrienden als de Spaanse schilder Salvador Dalí.

Maar de achtergebleven familieleden lieten zijn bouwsels na zijn dood ongemoeid, al deden ze ook niets aan het onderhoud. “Ze wilden er eigenlijk van af“, zegt Solari. “Toen heb ik me opgeworpen om het werk van mijn oom af te maken. La Scarzuola was namelijk nog lang niet af toen mijn oom overleed. Hij heeft vele vage schetsen en notities nagelaten over hoe het verder moest. Het is nu nog steeds niet af. Ik ben samen met een bouwvakker bijna nog elke dag aan het metselen. Ik wil ook niet dat het wordt voltooid. Er moet steeds worden gebouwd - dat hoort voor mij bij deze utopie. Mijn familie begrijpt me niet, maar ze laten me maar begaan.“

In zijn hand heeft Solari fotokopieën van schetsen van zijn oom en van houtsnedes uit de `Hypnererotomachia Poliphili`. Dit boek uit 1499, dat wordt toegeschreven aan de monnik Francesco Colonna en binnenkort voor het eerst in een Nederlandse vertaling verschijnt, was een belangrijke inspiratiebron voor de vormgeving van La Scarzuola. In dit boek doet de ik-figuur, Poliphilus in een curieuze mengeling van Italiaans en Latijn verslag van een droom. Hij vertelt over de verwikkelingen rondom zijn geliefde Polia, maar vooral is de `Hypnerotomachia Pholiphili` een beschrijving van allerlei gebouwen, tuinen en landschappen die Polipholus in zijn droom tegenkomt.

In de tuin bij het klooster laat Solari een houtsnede uit de `Hypnerotomachia Poliphili` zien. “Kijk“, zegt hij, “Deze begroeide bogen heeft mijn oom laten nabouwen. In Colonna`s boek komen ook drie deuren in een rots voor, met opschriften. Daar heeft mijn oom drie tuinpaden van gemaakt. Een pad, Gloria Dei, leidt naar het klooster, een ander pad heet Gloria Mundi en loopt naar de stad. En een pad heet Mater Amoris, de moeder van de liefde. Ze komen alle drie uit op dit vijvertje waar een beeld staat dat ook is ontleend aan de houtsnedes uit `Hypnerotomachia Poliphili`.“

De tuin van La Scarzuola is een ouderwetse hortus conclusus, een geheel van de buitenwereld afgesloten tuin die in de middeleeuwen als de best mogelijke benadering van het Bijbelse paradijs werd beschouwd. De overgang van het paradijs naar de stenen wereld is abrupt en lijkt op de ervaringen van Poliphilo in zijn droom, als die weer voor een of ander wonderlijk droomgebouw komt te staan: het kost moeite om je ogen te geloven. Even lijkt het alsof je echt in een droomwereld bent beland. Maar blaffende honden en droge knallen in de verte halen je daar weer uit. “Dat is tegen de wolven“, zegt Solari.

Het stenen deel van La Scarzuola is niet alleen een verbeelding van de `Hypnerotochomachia Poliphili`, legt Solari uit. De `metafysische` schilderijen van de Grieks-Italiaanse schilder Giorgio de Chrico en het surrealisme van de Belg Magritte hebben zijn oom ook geïnspireerd bij de bouw van de ideale stad. “En de Villa Adriana, het uitgestrekte buitenverblijf in Tivoli van de Romeinse keizer Hadrianus“, voegt Solari er aan toe. “Hier liet de keizer gebouwen die hij bewonderde in het klein nabouwen. La Scarzuola is iets soortgelijks, het is een zelfportret van mijn oom. Alles wat hij belangrijk vond, komt er in voor.“

Uiteraard is dat veel uit de architectuurgeschiedenis. Zo zit er in een muur een ovale vorm gemetseld die overduidelijk een oog moet voorstellen. Boven het oog is zelfs een wenkbrauw gemetseld. “Dat is het derde oog“, zegt Solari. ,,Mensen die hier komen, moeten beschikken over een derde oog om alles te kunnen ervaren. Ik wil hier geen massatoerisme zoals in de tuin van Bomarzo hier niet ver vandaan. Je moet eerst opbellen om een afspraak te maken om La Scarzuola te bezoeken.“

Het gemetselde oog is ook een verwijzing naar een intrigerende 18de-eeuwse gravure van de Franse revolutie-architect Claude-Nicolas Ledoux, waar in de iris van een oog het interieur van het door Ledoux ontworpen theater van Besançon wordt weerspiegeld, en waar door de pupil een lichtstraal naar buiten komt die door het dak van het theater binnen moet vallen. Dat Buzzi Ledoux` prent van een theater heeft gebruikt is geen toeval. “Je moet La Scarzuola zien als een theater van de geest“, zegt Solari. De bezoekers die Poliphilus` tuin uitkomen, staan dan ook bovenaan een halfronde, geleidelijk aflopende ruimte. “Een klassiek theater“, zegt Solari. “Maar ook de andere ruimtes van La Scarzuola zijn eigenlijk theaters. In totaal zijn er zeven. Er is een theatertje dat is gemodelleerd op La Scala in Milaan, er is een watertheater met een vijver, er is een theater van het menselijk lichaam waar ik nog zo`n dikke, Niki de Saint Phalle-achtige vrouwenfiguur ga bouwen.“

Dat La Scarzuola zeven theaters telt, is ook weer geen toeval. Het bijbelse getal zeven keert steeds terug in Buzzi`s ideale stad. Een grote klok staat bijvoorbeeld op zeven uur. “Het is altijd zeven uur in La Scarzuola“, zegt Solari. “In een ideale stad bestaat tenslotte geen tijd. Hier moet je de tijd en het aardse leven vergeten.“

Later, als we in een door een cirkelvormige muur omsloten ruimte zitten waar in het midden een kale, dode cypres staat, zegt Solari: “Dit is de versie van mijn oom van het grafmonument dat een andere Franse revolutie-architect, Étienne-Louis Boullée, in 1784 ontwierp ter nagedachtenis van de natuurkundige Isaac Newton. Het was een gigantisch, rond mausoleum beplant met bomen, dat nooit is uitgevoerd maar nu in het klein min of meer alsnog is gebouwd.“

Zo is La Scarzuola ook een soort openluchtmuseum van beroemde bestaande én utopische gebouwen uit de architectuurgeschiedenis. De toren van Babel, de folly in de vorm van een afgebroken kolossale zuil uit de Franse landschapstuin Désert de Retz, de grote muil van steen (de toegang tot de onderwereld) uit de tuin van Bomarzo hebben er allemaal een plek gevonden. Hoogtepunt van La Scarzuola als architectuurmuseum is de `wereldse stad`, een akropolis waar Buzzi niet alleen het Parthenon en de Toren van de vier winden uit Athene heeft neergezet maar ook het Colosseum, het Pantheon en de Boog van Titus uit Rome.

Maar zoals Buzzi (en Poliphilus) niet alleen belangstelling had voor architectuur, maar ook voor religie, beeldende kunst en oude mythen en sagen, zo is ook La Scarzuola niet alleen een architectuurmuseum. Bij elke stap die je in La Scarzuola verzet, wijst Solari op iets en vertelt er een verhaal bij. “De zuilengang die je daar ziet, bestaat uit twaalf paren zuilen. Die staan voor de twaalf werken die Herakles moest uitvoeren. Het is een verbeelding van de last van het leven. De zuilengang voert naar boven, naar het oude klooster, die je de `heilige stad` kunt zien, een soort hemel.“ Bij een goudkleurig kunstwerk met een paar ogen, zegt hij: “Dat is een stupa, een symbool uit het Boeddhisme dat duidt op geestelijke verlichting.“ Bij een geometrisch patroon van zwarte lijnen dat op een witte vloer is geschilderd: “Dit is het labyrint dat ook op de vloer van de kathedraal van Chartres voorkomt.“ Bij de Toren van Babel, een glazen kegel, wijst hij op de spiraalvormige trap. “Dit is een verbeelding van een toonladder van zeven octaven.“ En bij de muil van het monster uit de tuin van Bomarzo: “Dit is de bek van Jonas` walvis. Hier moet je door om bij de Toren van de Eenzaamheid te komen.“

Zo zit Buzzi`s ideale stad tjokvol verwijzingen naar van alles en nog wat, die zonder de uitleg van Solari vaak ondoorgrondelijk zijn. Wat dit betreft lijkt La Scarzuola op James Joyce`s roman `Ulysses` die de meeste stervelingen ook alleen geheel kunnen begrijpen met behulp van een dikke bijlage die vol staat met toelichtingen. Maar boven `Ulysses`, dat onleesbaar is voor lezers die vinden dat een kunstwerk voor zichzelf moet spreken, heeft La Scarzuola als voordeel dat het niet gelezen hoeft te worden om genietbaar te zijn. Zonder uitleg is La Scarzuola een wonderlijke, bizarre en schitterende droomwereld.

    • Bernard Hulsman