Ik lees van jongs af aan veel

Els Swaab (1946) is advocaat en adviseur bij het Amsterdamse kantoor Boekel De Nerée. Daarnaast heeft ze een groot aantal culturele en maatschappelijke nevenfuncties op haar cv staan. Ze is voorzitter van de Mondriaan Stichting, de Raad van Toezicht van de Amsterdamse Stadsschouwburg, het Comité 4/5 mei en de Stichting Democratie en Media, de mede-eigenaar van uitgeverij PCM (onder meer NRC Handelsblad). Swaab is ook commissaris bij De Nederlandsche Bank.

Els Swaab Boekel De Nerée Boekel De Nerée

“Toen ik vier jaar geleden stopte met de functie van managing partner bij Boekel De Nerée, leek een werkweek van vijftig procent advocatuur en vijftig procent relevante nevenfuncties me ideaal. Als voorzitter van de Raad zal ik mijn werk als advocaat nog verder afbouwen, en neem ik ook afscheid van een aantal nevenfuncties: ik stop met de Mondriaan Stichting, de Stadsschouwburg en het bestuur van de Business Club van het Stedelijk Museum. Dit om mogelijke belangenverstrengeling te voorkomen.

“Ik ben een pragmatisch mens, ik hou van hard werken. Maar ik ben ook breed cultureel geïnteresseerd. Ik ga graag naar toneel, concerten en de bioscoop, ik bezoek musea in binnen- en buitenland. Ik lees van jongs af aan veel. Ik ben ermee opgevoed. Mijn ouders reisden veel en waren gretige cultuurconsumenten.

“De beslissing om de Raad voor Cultuur kleiner te maken is buiten de nieuwe Raad om genomen; ik moet nog uitzoeken waarom dat precies is gebeurd. Maar op zichzelf vind ik het heel aantrekkelijk om met iets nieuws te beginnen, en niet op een rijdende trein springen. De Raad moet bij alle betrokkenen bekend staan als een onafhankelijk, kritisch en gezaghebbend orgaan. Het is daarom goed dat de adviescommissies er wat verder vanaf komen te staan, denk ik, en dat de leden van de Raad geen direct belang in het veld meer hebben. Maar kritiek zullen we desondanks blijven krijgen. Die krijg je altijd op zo'n kwetsbare positie te midden van zoveel belanghebbenden.

“Nederland is in zijn kunstsubsidies een totaal ander land dan Amerika of Engeland. Daar kunnen we nog steeds heel trots op zijn. Maar er mogen hier wel wat meer particuliere bijdragen komen. Als het voor een kunstuiting commercieel haalbaar is op eigen benen te staan, moeten de kunstenaars ook ferm zijn en zich niet meer tot de overheid wenden. Maar voor veel kunstuitingen is dat niet haalbaar, zeker niet in een zo klein land als dit. Naast commerciële moeten er experimentele, meer individuele kunstvormen blijven bestaan. Het een is niet beter dan het ander. Er is voor beide een plek.

“Mijn voorgangster, Winnie Sorgdrager, pleitte onlangs voor een Nederlandse minister van Cultuur [in de Volkskrant, red.]. Ik ben het volstrekt met haar eens. Als we willen dat onze cultuur niet langer als een stiefkind wordt behandeld door de politiek, en ook door het buitenland als een volwaardig product wordt gezien, dan past daar een ministerschap bij. Een staatssecretaris heeft nu eenmaal minder macht. Onder dit kabinet zal er op dit gebied wel niets veranderen. Maar na de verkiezingen is alles weer mogelijk. De politieke partijen zouden de aanstelling van een minister van Cultuur en Media in hun programma's kunnen opnemen.

“De overheid moet zich niet direct met de inhoud van de kunsten bemoeien. En ook niet met wie er in de zaal zitten. Ze moet wel een manier vinden om de jongeren te bereiken. Een perfect middel daarvoor is cultuureducatie. Alles hangt daarbij af van bevlogen leraren. Dat was altijd al zo: of je geboeid werd door een muziekles of een avant-gardistische film, hield rechtstreeks verband met het enthousiasme van degene die je wegwijs maakte.“