Eens

Absolute armoede bestaat. Als je te weinig inkomen hebt om eten, drinken, kleding en huisvesting te kopen, dan ben je absoluut arm. Zalm heeft gelijk, dit soort armoede is hier zeldzaam. Armoede in de zin van “te weinig inkomen om volwaardig deel te kunnen nemen aan de maatschappij' is relatief ten opzichte van wat je als minimale deelname accepteert. Maar politiek gezien is dit een flauw en tamelijk zinloos woordenspel.

Wel interessant is het antwoord op de vraag: welke minimale deelname aan de maatschappij moet voor iedereen gegarandeerd zijn? En: wat is oorzaak en wat is gevolg? Zijn mensen arm omdat de maatschappij ze uitsluit, of sluiten mensen zich uit en zijn ze daardoor arm? Moeten we mensen die in de laatste groep vallen belonen met geld waar ze niets voor hoeven te doen?

Kortom: voor welke gevallen pakken we armoede op als een verdelingsprobleem, en voor welke als een productieprobleem?

    • Deventerwilko Dijkhuis