EEN TURBULENT SCHILDERSLEVEN

1606 Rembrandt werd op 15 juli geboren in de Weddesteeg te Leiden, als het negende kind van de molenaar Harmen Gerritsz. van Rijn en de bakkersdochter Cornelia Willemsdr. van Zuytbrouck. De Van Rijns waren redelijk bemiddeld.

1613 Twee jaar lang bezocht Rembrandt de Latijnse school in Leiden, waar hij kennis maakte met de klassieke oudheid.

1619 Zijn eerste leertijd bracht de jonge Van Rijn door bij de Leidse schilder Jacob Isaacsz. van Swanenburg.

1620 Rembrandt schreef zich in aan de Leidse universiteit, maar volgde er waarschijnlijk geen colleges.

1623 Daarna vertrok hij naar Amsterdam om een half jaar schilderlessen te volgen bij de historieschilder Pieter Lastman.

1625 Negentien jaar oud vestigde Rembrandt zich in Leiden als zelfstandig schilder; hij deelde daar een atelier met Jan Lievens. Rembrandt schilderde er bijbelse scenes, maar ook veel portretten en zogeheten 'tronies', zelfportretten die bedoeld zijn als oefening in gelaatsexpressie. Zijn vroegst gedateerde schilderij, De steniging van Stefanus, stamt uit 1625.

1626 Rembrandt probeerde zijn eerste etsen uit.

1628 De eerste leerlingen dienden zich aan, onder wie Gerrit Dou.

1629 Rembrandts vroegst bekende zelfportret dateert van 1629. In hetzelfde jaar maakte hij kennis met Constantijn Huygens, die het atelier van Rembrandt en Jan Lievens bezocht. Huygens prees beiden zeer.

ca 1630 Rembrandt verhuisde naar Amsterdam en trok in bij de schilder en kunsthandelaar Hendrick van Uylenburgh.

Zijn roem steeg snel en hij kreeg veel opdrachten voor portretten van de Amsterdamse elite. Ook stadhouder Frederik Hendrik bestelde werk van hem.

1632 In opdracht van het Amsterdamse chirurgijnsgilde schilderde hij De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp.

1634 Rembrandt trad in het huwelijk met Saskia van Uylenburgh, een nichtje van Hendrick van Uylenburgh en de dochter van een vroegere burgemeester van Leeuwarden. Hun eerste kinderen stierven jong.

1635 Geleidelijk aan werd Rembrandt de meest succesvolle schilder van de stad. Hij zal tientallen leerlingen opleiden. Hij begon met de aanleg van een grote collectie kunstvoorwerpen; vooral zijn verzameling prenten werd vermaard. Hij huurde een huis in de Nieuwe Doelenstraat.

1639 Voor 13.000 gulden kocht Rembrandt een huis aan de Breestraat, het huidige Museum Het Rembrandthuis aan de Jodenbreestraat.

1641 Rembrandt wordt genoemd in de Beschrijvinge der stadt Leyden van Jan Orlers. In dit jaar werd zijn zoon Titus geboren.

1642 In opdracht van het Amsterdamse schuttersgilde der kloveniers voltooide hij Het kapiteinschap van Frans Banning Cocq, beter bekend als De Nachtwacht. Het kwam te hangen in de Kloveniersdoelen aan de Kloveniersburgwal. In hetzelfde jaar overleed Rembrandts vrouw Saskia.

Al snel trok de min van zijn zoon Titus, Geertje Dircx, bij de weduwnaar in. Rembrandt leefde op te grote voet en door prijzige kunstaankopen raakte hij langzaam maar zeker in financiële problemen.

1649 Dienstbode Hendrickje Stoffels trok bij Rembrandt in.

Zijn concubine Geertje Dircx klaagde Rembrandt aan bij de kerkenraad, omdat hij zijn trouwbelofte niet was nagekomen. Hij werd veroordeeld tot een jaarlijkse alimentatie van 200 gulden.

1650 Rembrandt wist gedaan te krijgen dat Geertje Dircx werd opgesloten in het Spinhuis te Gouda.

Rembrandts schulden namen toe.

1654 Hendrickje werd er door de kerkenraad van beschuldigd dat ze zich 'in hoererij (heeft) verloopen met Rembrant de schilder'. Na verscheidene aanmaningen bekende Hendrickje, waarna haar de toegang tot het Avondmaal werd ontzegd. In hetzelfde jaar werd hun dochter Cornelia geboren. Rembrandt schilderde het portret van de Amsterdamse patriciër en kunstliefhebber Jan Six.

1655 Om zijn schulden af te betalen organiseerde Rembrandt een veiling van een deel van zijn bezittingen. Het leverde veel te weinig op om aan zijn verplichtingen te voldoen.

1656 Rembrandts financiële positie werd langzamerhand onhoudbaar. Hij vroeg een cessio bonorum (boedelafstand) aan. Dit betekende dat hij afstand deed van zijn bezittingen ten gunste van zijn schuldeisers. Tegelijk gaf hem dat een vorm van rechtsbescherming die hij bij een gewoon, en als oneervol geldend faillissement niet zou hebben. Zijn schulden werden afgehandeld door de Desolate Boedelskamer. Daarvoor werd een inventaris opgemaakt 'van de schilderijen mitsgaders meubilen ende huysraet bevonden in den boedel van Rembrandt van Rijn'.

1657 In de loop van 1657 werden zijn bezittingen inclusief zijn kunst- en curiositeitenkabinet in fases geveild. Die verzameling alleen al - bestaande uit antiquiteiten, etnografische voorwerpen, penningen, schelpen, prenten en tekeningen - werd geschat op 11.000 gulden.

1658 Rembrandt, Hendrickje, Titus en Cornelia verhuisden naar de Rozengracht. Het huis stond op de plek van het huidige nummer 184.

Om de financiële problemen het hoofd te bieden en Rembrandt onder controle te houden, vormden Hendrickje en Titus een vennootschap, een kunsthandel. Rembrandt kreeg vrije kost en inwoning, maar zijn inkomsten gingen naar de vennoten. Hij bleef belangrijke opdrachten krijgen en begon een nieuwe verzameling.

1662 Op 56-jarige leeftijd schilderde Rembrandt voor het Amsterdamse lakengilde De Staalmeesters en voor het nieuwe stadhuis van Amsterdam, het huidige paleis op de Dam, De samenzwering van Claudius Civilis.

1663 Na het overlijden van Hendrickje zette zoon Titus de zaak voort.

1665 In dit jaar maakte Rembrandt Het Joodse Bruidje. Onduidelijk is of dit een opdracht was.

1667 De latere groothertog van Toscane Cosimo de' Medici, op studiereis in Nederland, bezocht Rembrandt, inmiddels wereldberoemd, in zijn atelier. Cosimo zou later een zelfportret van Rembrandt kopen.

1668 Zoon Titus trouwde, maar overleed nog datzelfde jaar.

1669 Op 4 oktober overleed Rembrandt, 63 jaar oud, thuis op de Rozengracht. Hij werd op 8 oktober sober begraven in een huurgraf in de Westerkerk.