Een mythische figuur

Daar dronk Freud zijn koffie, at hij zijn taart en ontving hij zijn patiënten op zijn divan voor een psychoanalyse: Wenen. Stad van aangeharkte properheid. En stad van leegte. “Ik ga naar de plek waar die verhalen ontstaan zijn.“

Maandagochtend, acht uur. Op de divan bij de psychiater.

“Ja?“

“Ja, eh... vandaag wilde ik het over Wenen hebben. Daar ben ik dit weekend geweest. Ook omdat ik deze therapie nog steeds niet goed begrijp, ik bedoel, ik weet dat het eigenlijk allemaal sprookjes zijn, die theorieën van Freud. Dat Oedipus-complex bijvoorbeeld, wie wil er nou bij zijn volle verstand zijn vader vermoorden om met zijn moeder te kunnen trouwen? En waarom zou ik jaloers moeten zijn op de piemel van mijn broer?“

“Hm.“

“Maar u heeft gelijk, het voelt op een bepaalde manier ook weer veel te gemakkelijk om zo te denken. Het zijn zulke mooie verhalen. Freud trekt toch nog steeds. Anders zou ik hier ook niet jarenlang elke ochtend hoopvol komen onderzoeken of ik ook zulke mooie verhalen in me heb. Kunt u het nog volgen?“

“Vertel verder.“

“Ja, o ja, goed. Dus ik dacht, ik ga naar de bron. Ik ga naar de plek waar die verhalen ontstaan zijn. Zo kwam ik in Wenen. Ik wilde rondlopen in het huis waar hij gewoond heeft, in het café zitten waar hij altijd koffie dronk, de taart eten die hij daar ook altijd at, `Guglhupf`. Ik dacht, misschien krijg ik een belangrijk inzicht over mezelf als ik ook in Café Landtmann zit en Guglhupf eet. Ik ben trouwens eerst naar koffiehuis Sperl gegaan, want dat was dichter bij mijn hotel en het is ook beroemd - als je in een film een mooi oud Weens koffiehuis tegenkomt, dan is het waarschijnlijk Sperl. Niet heel lekkere koffie trouwens, en een klein kopje ook nog. Ik was blij dat ik daarna een Starbucks tegenkwam, waar ik gewoon mijn gebruikelijke halve liter standaard-smakende cappuccino naar binnen kon werken. Met twee blueberry muffins.“

“Misschien is het een idee als we nu even wat dieper ingaan op uw neiging tot mateloos gedrag en hoe die ontstaan kan zijn?“

“Nou, weet u wat ik veel interessanter vind: Freud heeft toch geschreven dat mensen alleen plezier kunnen ontlenen aan contrasten, en niet aan onveranderlijkheid? Dat had hij van Goethe, die zei dat niets ondraaglijker is dan een reeks van prachtige dagen achter elkaar - de mens went aan alles. En weet u, het was inderdaad heerlijk om na dat kleine, ouderwetse Sperl met zijn chagrijnige oude serveersters even ondersteboven in een knalpaarse fauteuil in een ruime Starbucks te hangen, na Amerikaans beglimlacht te zijn door jong personeel. En nog tussen de locals ook, van scholieren tot kantoormensen, want al die toeristen hangen in zo'n semi-authentiek koffiehuis.“

“Interessant, maar ik krijg de indruk dat u uw eigen neiging tot mateloos gedrag niet zo interessant vindt?“

“Nou, die is me nooit zo opgevallen. Maar nu u het zegt, en over contrasten gesproken - in Wenen wél. Want alles is er verder zo gematigd, zo schoon, zo aangeharkt. En dat met een sociaal-democratisch stadsbestuur. Als beschaving een teken is van gesublimeerde seksualiteit, dan is Wenen de meest zinderende stad waar ik ooit geweest ben. Het stoutste wat ik ben tegengekomen is dat een stukje van het centrum bij de Stephansplatz de Bermuda-driehoek genoemd wordt, omdat daar wel eens een dronken toerist verdwaald zou zijn. Interessant is trouwens ook de manier waarop alle Verlichtingsidealen in Wenen zijn gesublimeerd. Letterlijk. Nooit eerder zó veel prachtige design-lampenwinkels bij elkaar gezien. En je kunt overal Swarovski-kristal kopen, ook al zo fijn. Maar misschien vindt u mijn behoefte aan reflectie ook nogal mateloos.“

“Vindt u uw eigen behoefte aan reflectie mateloos?“

“Soms. Ik probeerde eigenlijk een grap te maken, om de toegang tot mijn onbewuste te vergemakkelijken. Maar goed. Ik zal nog even over mijn bezoek aan Freuds huis vertellen. Alsof ik terugging in de tijd! Dat begon er al mee dat ik voor de deur een meisje met een discman tegenkwam - zó jaren negentig! Van de twintigste eeuw dan. Binnen was het nog een paar decennia eerder; Freud woonde er van 1898 tot 1938. Prachtige oude tekeningen aan de muur in de wachtkamer, een vitrinekast vol oude beeldjes... Freud verzamelde mythologisch geïnspireerde kunst uit allerlei culturen, en hij legde tijdens zijn sessies aan zijn cliënten uit hoe de symboliek ervan op hun situatie van toepassing was. Daarom werd Freuds theorie ook het eerst geaccepteerd door schrijvers en artiesten, die konden dat wel waarderen. Dit heb ik overigens allemaal van de audiotourgids in het Freud-museum, een soort enorme ouderwetse mobiele telefoon.“

“En heeft u nog een inzicht gekregen, of iets gezien dat indruk maakte, dat van belang kan zijn voor de analyse?“

“Nou, Freud had een nogal bizarre zithouding als hij las, en hij had een stoel laten maken, zo bleek, die daar helemaal aan aangepast was. Daar zag ik wel iets symbolisch in, dat de wereld zich aanpast aan Freud in plaats van andersom. Ja, en wat indruk maakte was natuurlijk dat zowel zijn behandelkamer als zijn werkkamer vrijwel leeg was. Er hingen veel foto's van hoe het eruit had gezien; Freud heeft alles meegenomen toen hij vlak voor de oorlog naar Londen vluchtte. Dáár staat nu ook zijn beroemde divan. En weet u, dat gevoel van leegte, van ontbreken, zette door, de rest van de dag. Ik kwam in het Freud-park - groot, rustig, leeg. En in Café Landtmann hadden ze een krantje waarin ze trots de namen van beroemde bezoekers hadden vermeld, en Freud stond er niet bij - wel koningin Juliana, wel Hillary Clinton, wel Burt Lancaster, maar niet Sigmund Freud. Zelfs de Guglhupf stond niet op de chique kaart, alleen op een koffiefoldertje. Het bleek trouwens een plak marmercake te zijn. Van een tulband, zo'n ronde cake met een gat in het midden.“

“En bood die nog enig inzicht?“

“Nou, weer iets met leegte hè, vanwege dat gat. U denkt misschien aan seks, maar dat had ik niet zo. Ik moest denken aan wat Freud schrijft over de infantiele behoefte van de mens aan religie, aan een altijd wakende godheid. En ik dacht: Freud is natuurlijk ook een mythische figuur geworden, met al die verhalen over hem, en door zijn eigen verhalen. En ik doe eigenlijk niet anders dan die infantiele mensen waar hij het over heeft, de psychoanalyse is ook een soort religie. En Freud zei: religie is een dwaling, daar valt het geluk niet te halen. Vandaar ook dat ik die leegte overal zo symbolisch vond, begrijpt u?“

“Goed, uw tijd zit er weer op. Ik zie u morgen, neem ik aan?“

    • Ellen de Bruin