EEN KOPIE VOOR DE KONING

De man op het schilderij is gehuld in een mantel met een bontkraag en draagt een zwarte fluwelen baret. Om zijn hals is een dasje geknoopt en over zijn schouders hangt een gouden ketting. Het is gesigneerd en een Nederlandse kunstexpert beschreef het in 1639 als een 'picture done by Rembbrant, being his owne picture & done by himself'.

De eigenaar was de Engelse koning Karel i. In dat ene zinnetje, in de inventaris van 's konings kunstcollectie, ligt de kern besloten van het onlangs verschenen vierde deel van A Corpus of Rembrandt Paintings. Ook dit deel uit de reeks verantwoordingen van het Rembrandt Research Project is grondig en volumineus, maar deze keer is het niet gewijd aan het werk in een bepaalde periode, maar aan één genre: het zelfportret.

Ook nu zijn de meest geavanceerde onderzoekstechnieken gebruikt - naar de ouderdom en herkomst van panelen, naar het type doek waarop hij schilderde, naar grondering, naar ondertekeningen en naar de samenstelling van de verf. Vernieuwend is het onderzoek naar de betekenis van de kleding op Rembrandts zelfportretten, naar de functie van het zelfportret en naar de toenemende waarde die men in Rembrandts tijd is gaan hechten aan de eigenhandigheid van schilderijen.

Vandaar dat in die inventaris van Karel i zo uitdrukkelijk staat 'by himself'. Kenmerkend voor het hele onderzoek is het zware accent dat is komen te liggen op Rembrandts atelierpraktijk, op het werk van leerlingen en assistenten.

Een van de belangrijkste uitkomsten is dat Rembrandt al vroeg uiteenlopende stijlen beheerste. Dat heeft verstrekkende consequenties. Vroeger ging men uit van een lineaire stijlontwikkeling, waarbij men de schilderijen in 'fijne' stijl voor de vroege periode reserveerde en de 'ruwe' stijl aan de oude Rembrandt koppelde. Nu is aangetoond dat die stijlen naast elkaar bestonden. Zo kunnen schilderijen eerder of juist later worden gedateerd. Wat meer is: 'ruwe' schilderijen die men vroeger niet aan Rembrandt wilde toeschrijven, zijn nu aangemerkt als authentiek. Dat geldt ook voor enkele zelfportretten.

Er is geen schilder van formaat van wie zoveel zelfportretten bewaard zijn gebleven (ongeveer 85). Daar komen nog kopieën van zelfportretten door zijn leerlingen bij en variaties daarop. Samen met de geëtste zelfportretten moeten er meer dan duizend zelfportretten hebben gecirculeerd. Maar waarom zijn ze gemaakt en voor wie? Ernst van de Wetering, die het leeuwendeel van dit werk heeft geschreven, rekent af met een psychologische verklaring. Volgens hem bestaat er geen enkele aanwijzing dat Rembrandt in zijn ziel aan het turen was. Inderdaad is die 17de-eeuwse introspectie een anachronistisch idee. Maar voor menig liefhebber is dat onverdraaglijk. De kracht van zijn beste zelfportretten is immers onweerstaanbaar. Al eeuwen lenen zijn zelfportretten zich voor projectie. Men ziet in hem het eenzame genie, of de man die geteisterd door het noodlot - verlies van vrouw en kinderen, financiële schulden - voor de spiegel de balans opmaakt. Maar Rembrandts hoofd was voor hemzelf evenzeer een object dat hij in twee dimensies moest zien weer te geven als een hond, een boomstronk, of het lichaam van Lazarus. We moeten ook niet vergeten dat wij hem anders zien dan hij dat zelf kon. Voor ons is het mogelijk in tien minuten Rembrandts hele leven voorbij te zien trekken. Van energieke Leidse blaag tot oude man, in reproductie of met een beetje geluk op een tentoonstelling. Wij zijn daardoor eerder geneigd om in de late portretten de melancholieke terugblik op een voorbij leven te lezen.

Er moeten andere motieven voor de productie van zoveel zelfportretten zijn geweest. Voor een deel kunnen die worden afgeleid uit Rembrandts kleding. Die bevatte een boodschap. Soms beeldde hij zichzelf af in fantasiekleding. En wanneer hij daarbij ook nog een grimas trok, dan kunnen we er zeker van zijn dat dit een studie was in gelaatsuitdrukking en lichtval, destijds een 'tronie' geheten. Ook komt hij voor in formele, modieuze kledij waarbij hij zichzelf afbeeldde als een heer van stand. Op andere schilderijen staat hij er bij in informele schilderskledij. Of in kleding van meer dan een eeuw oud, die hij ontleende aan prenten van de door hem bewonderde meesters als Dürer en Lucas van Leyden.

De vele zelfportretten - zie de volgende pagina's - moeten vermoedelijk als niets anders worden opgevat dan als koopwaar waarnaar bij verzamelaars een grote vraag bestond. Een kunstliefhebber haalde met zo'n zelfportret zowel een portret van de kunstenaar als een staaltje van diens kunnen in huis.

Wie A Corpus of Rembrandt Paintings leest, wordt meegevoerd op een fascinerende speurtocht naar Rembrandts denk- en werkwereld. De heldere uiteenzettingen, de vernuftige combinaties van de uitkomsten van de verschillende onderzoeken, de nieuwe toe- en afschrijvingen, ondersteund met honderden uitstekende reproducties in kleur en zwart-wit maken dit boek tot een meesterlijk monument.

In letterlijke zin krijgt de lezer ook een rondleiding over het gelaat van Rembrandt. Het is als een tocht door een vertrouwd landschap, waarbij de auteur je attendeert op typerende kenmerken, asymmetrieën, oneffenheden van de huid, de verticale groef in het voorhoofd, het licht afhangende rechter ooglid, de structuur van de neus en de opkomende onderkin. Details die Rembrandt als geen ander kende, maar die een kopiïst gemakkelijk konden ontgaan, wat dan ook een argument kan opleveren, voor of tegen eigenhandigheid. Het verschil ligt soms in één rimpel.

Een van de zelfportretten die op grond van stilistische en technische overwegingen nu worden toegeschreven aan een leerling is het Zelfportret met baret in Liverpool. Dat is het schilderij dat in 1639 zo beslist werd omschreven als 'done by himself'. De koning is een kopie in de maag gesplitst. Het Rembrandt Research Project is eeuwen te laat opgericht.

Ernst van de Wetering met bijdragen van Karin Groen, Peter Klein, Jaap van der Veen, Marieke de Winkel: A Corpus of Rembrandt Paintings. Volume IV, Uitgever Springer, iv + 690 blz., O 856,-.

Roelof van Gelder is redacteur van NRC Handelsblad

[citaten]

'In het schilderen van het menselijk gelaat heeft hij een wonderbaarlijke hoogte bereikt.'

Constantijn Huygens, 1629

'As for the art off Painting ..., I thincke none other goe beeyond them, there having bin in this Country many excellent men in thatt Faculty, some att Present, as Rinbrantt.'

Peter Mundy in zijn reisdagboek, 1640

'Den E. constrijcken (de edele kunstzinnige) Rembrant van Rijn'

Uit een notariële akte van 1650

'Rimprant, nostrae aetatis miraculum' (Rembrandt, het wonder van onze eeuw)

De Duitse Benedictijner monnik Gabriël Bucelinus, ca. 1664

'The incomparable Reinbrand, whose etchings and gravings are of particular spirit.'

De Britse kunstkenner John Evelyn, 1662

'Reinbrent, pittore famoso'

Uit het reisverslag van Cosimo de' Medici, 1667

    • Roelof van Gelder