Een gesubsidieerde kerstman

Veliki Oestjoeg was `het juweel van Ruslands hoge noorden` maar gleed begin achttiende eeuw in de vergetelheid. Tot de burgemeester van Moskou besloot dat Grootvadertje Vorst, de Russische kerstman, een eigen stad verdiende.

Deer Kesha in Ded Moroz's ownership. The way to the tale. Velikiy Ustyug - Motherland of Ded Moroz. North Russia. Specail for the article by Coen van Zwol. Theme, Travel desk. Photo by Oleg Klimov Klimov, Oleg

Kan een sprookje een stad aan de vergetelheid ontrukken? Dat is de vraag die ons in deze nachttrein naar het hoge noorden van Rusland brengt. In een treinkantine lepelen we puree, doperwtjes en vette schnitzel van ons bord terwijl jongelui de boel op stelten zetten. Straalbezopen en met twee giechelende meisjes: dat belooft weinig goeds.

Ik blijf even plakken om een gesprek aan te knopen met Sergej, een grijze reus die pijpleidingen legt voor energieconcern Gazprom. Plots staat Dima voor me. “Waarom scheld je me uit?“, gromt hij. “Waarom denk jij dat alle Russen idioten zijn?“ Dima is een gedrongen jongen met een kaalgeschoren punthoofd en dicht opeenstaande ogen die wegdrijven in wodka en razernij. Een acuut probleem. Gelukkig neemt Sergej het voor me op en leggen vrienden een arm om Dima`s schouders. Kom op, die Hollander is een gast. Wat moet hij wel denken van Rusland?

Dima kalmeert. Onder een vredestoast van honderd gram wodka moet ik naar zijn militaire papieren kijken: hij blijkt een `kontraktnik` die een jaar heeft gediend in Tsjetsjenië. Na een bewonderend knikje maak ik me uit de voeten. Later schrikt onze coupé wakker van geloei, klappen en vallende lichamen. Als ik mijn hoofd naar buiten steek, rollen vechtende jongelui onze gang op en komen twee agenten van de andere kant aanrennen.

We zijn op weg naar Veliki Oestjoeg, het `juweel van Ruslands hoge noorden`. In 1147 werd dit stadje voor het eerst in de annalen vermeld. Het ligt op de punt van een hoge landtong waar de rivieren Joeg en Soechona samenvloeien. In de Middeleeuwen is het een trouwe buitenpost van vorstendom Moskou, tot in 1553 de Brit Chancellor strandt in Archangelsk op zoek naar een zeeroute naar Azië. Hij knoopt betrekkingen aan met het exotische rijk van Ivan de Verschrikkelijke, Veliki Oestjoeg ligt opeens in het hart van een nieuwe handelsroute. Hennep en vlas uit Moskou, pelzen en ivoor uit Siberië: de halve Russische export stroomt langs deze dan welvarende landtong naar Europa.

Tot de wrede logica van handelsroutes zich tegen Veliki Oestjoeg keert: tsaar Peter de Grote sticht in 1703 zijn `venster op Europa`, Sint Petersburg. Veliki Oestjoeg ligt weer in de periferie.

Als Rusland eind negentiende eeuw spoorwegen aanlegt, is men al zo diep ingedut dat niemand een tsaristische ambtenaar omkoopt om rails langs Veliki Oestjoeg te leggen: de nieuwe spoorlijn loopt langs Kotlas, zestig kilometer noordelijker. Daar selecteren later goelagmanagers slaven voor de kampen die zich als een kanker langs de spoorlijn uitzaaien. Eindpunt is Vorkoeta, waar tienduizenden doodvriezen om de Sovjet-Unie van steenkool te voorzien.

Maar Veliki Oestjoeg zet zijn schemerbestaan voort, de bolsjewieken doen zelfs geen moeite zijn kerken en kloosters te slopen. Die vervallen zo ook wel, rotten weg, bladderen af. Het verval wordt versneld door overstromingen, gevolg van bergen kruiend ijs die in de lente de rivieren blokkeren.

Tot in december 1996 een machtige bojaar uit het zuiden op bezoek komt. Zijn naam luidt Joeri Loezjkov en hij is burgemeester van Moskou. Zijn hoofdstad viert in 1997 haar 850-jarig bestaan, samen met Vologda en Veliki Oestjoeg. Loezjkov nuttigt er een bord vissoep en is gecharmeerd van het oude stadje, de dichte dennenbossen en de hagelwitte sneeuw, zo anders dan de grijze blubber van Moskou. Loezjkov is bezeten van een nieuw `Russisch idee`. Hij schaamt zich voor zijn land, dat sinds de val van het communisme slechts idolaat in de gapende muil van de westers consumentencultuur staart. Hij heeft een tweede obsessie: kerstfeest. Winkeliers in Moskou dwingt hij met forse boetes hun etalages `s winters met kerstversiering te vullen.

Het verhaal wil dat op die winteravond, boven dat dampende bord vissoep, het idee ontstaat. Enkele maanden later slingert Loezjkovs pr-machine het de wereld in: Veliki Oestjoeg is voortaan woonplaats van Ded Moroz, of Grootvadertje Vorst: de Russische kerstman. In een pionierskamp elf kilometer buiten het stadje wordt met Moskouse miljoenen zijn paleis gebouwd, met pretpark en hotel. Vanuit Moskou komt een snelweg van duizend kilometer met onderweg benzinestations en motels. In de Moskouse propaganda figureert Ded Moroz sindsdien als spiritueel tegenwicht voor de westerse, materialistische kerstman. “Want die kerel mag ik niet“, bromt Loezjkov. In 2000 organiseert hij zelfs een topontmoeting tussen de Kerstman en Ded Moroz, waarbij de beide sneeuwmagiërs hun invloedssferen afbakenen.

Helaas is die snelweg met benzinestations en motels er nooit van gekomen, en dat blijkt lastig wanneer ik ten onrechte aanneem dat Veliki Oestjoeg bij de stad Vologda ligt, op slechts vijfhonderd kilometer van Moskou. Dus verlummelen we op weg naar het rijk van Ded Moroz kostbaren uren in kerken, kopen op ons dooie gemak strengen rode uien en souvenirs. We passeren lintdorpen van verzakte houten huisjes met namen als `Zuipfestijn`, `Met Spek` en `Liefde`, door steeds langere stroken naaldwoud van elkaar gescheiden. Dan, vlak onder de stad Vologda, de schok. Langs de weg staat een bord: `Welkom in Veliki Oestjoeg, moedergrond van Ded Moroz.` Daaronder, in vrolijke letters: nog 530 kilometer. Het is half vier `s middags, het schemert al. 530 kilometer door de Russische nacht, dat betekent een helletocht over glad, pokdalig asfalt die gemakkelijk kan eindigen op een onverlichte kont van een vrachtwagen. We horen dat de route `s winters bekend staat als `de zelfmoordweg`.

Dan maar overnachten in Vologda en `s morgens vroeg de reis hervatten, besluiten we. Tweede schok: alle hotels in deze stad van 300.000 zielen zitten vol wegens het congres `Russisch Bos 2006`. We dineren in een enorme eetzaal met besnorde boswachters en houtvesters in zondags pak. Hun wacht een fijne week met seminars over `hervorming van de houtindustrie in het licht van innovaties in de bosteelt` afgesloten met een paaldansshow in nachtclub TNT.

Ons rest nog één optie: de auto achterlaten en op de nachttrein naar Vorkoeta stappen. We kopen kaartjes en zitten de avond uit in café Loekmoro, waar skinheads en hun meisjes voor giftig gekleurde aquaria wantrouwig aan cocktails zuigen die `Zwarte BMW`, `Neem mij langzaam` of `Treur niet, meisje` heten. De duurste kost twee euro, ze bevatten allemaal wodka, martini en suikerwater. Rond elf uur uur stappen we vermoeid op de trein, waar Sergej en veteraan Dima het in de restauratie al op een zuipen hebben gezet.

Op het perron van station Kotlas staan de volgende ochtend boertjes met dampende broodjes, emmers aardappelen en bessen klaar. Een mistig panorama van sneeuwvegen en strepen zwart dennenbos strekt zich uit, met huisjes die als rottende boomstammen in het gele gras liggen. In Veliki Oestjoeg wacht Jelena, woordvoerder van de burgemeester, ons nerveus op. We moeten ons haasten, zegt ze. Ded Moroz verwacht ons.

Ded Moroz heb ik eerder ontmoet. Twee jaar geleden zag ik hem op een school een horlepiep dansen in een kring opgewonden kleuters. Ze zongen, dansten en riepen om zijn assistente Snegoerosjka. Daarna gilden de kleuters `Één, twee, drie, kerstboom ga aan!` Waarna de lichtjes in de boom gingen branden en Ded Moroz cadeautje uitdeelde.

Dat is het jolka- of kerstboomritueel waarmee iedere Rus vertrouwd is. Grootvadertje Vorst is afkomstig uit de Slavische sprookjeswereld, een boomlange, magere gestalte met witte baard en bojarenmuts die over de taiga zwerft. Waar zijn staf de grond raakt, kraakt het van de vorst en sneeuwt het. Hij schildert graag ijskristallen op de ramen, geeft meisjes met rode wangetjes die zingend hout sprokkelen in het bos cadeautjes, maar verandert verwende zeurpietjes in ijspilaren.

In de loop van de 19e eeuw, als Duitse prinsessen kerstbomen met pakjes in de tsarenpaleizen introduceren, zinkt de westerse kerstviering in bij de Russische bourgeoisie. De oude Ded Moroz smelt dan samen met de Duitse kerstman, maar in 1920 verbieden de bolsjewieken kerst en dwingen Ded Moroz ondergronds. Totdat een klein, geruchtmakend artikel in partijkrant Pravda de Sovjetburgers in 1935 oproept de jaarwisseling, niet kerstmis, voortaan te vieren met versierde `nieuwjaarsboom` en pakjes.

De cultus rond Ded Moroz neemt een hoge vlucht: het Sovjetagentschap voor huispersoneel verhuurt er rond oud en nieuw honderdduizenden aan scholen en particulieren. Hij krijgt een echt Russisch karakter, neemt naast pakjes voor kinderen ook wodka voor de ouders mee.

Het is een lange trek geweest, maar als rond twee uur de houten poorten van Ded Moroz` landgoed openzwaaien, betreden we een magische wereld. Een actrice in rendierpak wacht ons op en leidt ons over een houten vlonder door het naaldwoud. Het blijkt een sprookjesroute met spelletjes, houten beelden, sprekende bomen. We zien strengen gekleurde lichten door het bos schemeren, horen geloei van wolven, gebrul van beren en, ietwat ongerijmd, tsjirpen van krekels. Een bandje, stelt het rendier ons gerust. Dan arriveren we bij de hoofdstraat, omzoomd door een broeikas met wintertuin, sleebanen, speeltuinen, houten hotels en bungalows, met als middelpunt het elegante paleis van Ded Moroz. Alles is fraai verlicht en warm gestookt, het moet een kapitaal hebben gekost. Alleen bezoekers ontbreken.

In het paleis staat een enorme kerstboom vol pakjes in een feeëriek belicht sneeuwlandschap. Ladoezjka, een van Ded Moroz` helpertjes, verzorgt de rondleiding. Ze toont het bureau waar Ded Moroz brieven beantwoordt, schatkamers vol geschenken van Russische bureaucraten en huisvlijt van kinderen, zijn rijk gestikte wintermantels in zilver, blauw en rood, zijn slaapkamer met zeven kussens, één voor elke dag van de week, en zijn toverspiegel die kinderen verstandig maakt en volwassenen jong.

Dan zijn we terug in het atrium. Er klinkt een gong, er zijn lichtflitsen en plots staat hij in al zijn majesteit voor ons: Grootvadertje Vorst. De grijsaard neemt plaats op zijn troon en informeert met trage, diepe bas hoe het met zijn goede vriend Sinterklaas gaat. Goed, verzeker ik hem bedremmeld. Ik neem plaats op de stoel naast zijn troon, sla een blocnootje open en vraag waarom niemand vóór 1997 wist dat Ded Moroz hier in Veliki Oestjoeg woonde. “Eeuwen zwierf ik over de taiga op zoek naar een betere plaats om te wonen“, antwoordt Ded Moroz. “Die plaats vond ik nergens“ Klopt het dat hij ooit op de dodenlijst van Stalin stond? “Er was een tijd dat brieven van kinderen mij niet bereikten...“ Drinkt hij louter bessensap, zoals zijn helpertjes beweren, of lust hij ook een borrel? “Wijn en wodka zijn slecht voor kameraden“, ontwijkt Ded Moroz de vraag.

Rozig verlaten we het paleis, Grootvadertje Vorst zwaait ons vanaf de veranda uit. We keren terug naar Veliki Oestjoeg, waar een van de vervallen kerkjes een schattig `Museum voor de kerstviering` herbergt, met kerstvitrines uit de hele wereld en historische kerstbomen. Er hangt ook een poster uit 1944, waar `Generaal Ded Moroz` een angstige Hitler op de vlucht jaagt. “Napoleon en Hitler, zij weten wie onze grootste veldheer is“, zegt de directrice.

Daarna bezichtigen we Ded Moroz` troonzaal en zijn postkantoor, waar twintig man kinderbrieven beantwoorden. Ded Moroz heeft er tot vandaag 1.093.108 ontvangen: elke brief met het opschrift `Ded Moroz` belandt automatisch in Veliki Oestjoeg. Naast verlanglijstjes is er een gestage stroom hulpverzoeken. “Niet alleen van kinderen, soms ook van grootmoedertjes“, zegt postbeambte Irina Kovaljova. Die stuurt ze door naar sociale diensten, Irina bladert enthousiast door een map positieve beschikkingen. `25-08-05. Op een verzoek van E.J. Krasilnikova, 75 jaar, aan Ded Moroz wijst de stad Irkoetsk maandelijks zevenduizend roebel toe.` Irina: “Daar zijn we trots op, maar bij sommige brieven schakelen we een psychiater in.“

De volgende morgen ontmoeten we burgemeester Vitali Filimonov, een bestuurder van de oude stempel die eerst een lange reeks feiten over tafel galmt. Dat Ded Moroz zich in hier vestigde is een zegen, maar Veliki Oestjoeg heeft zoveel meer te bieden: geschiedenis, architectuur, oude ambachten, frisse lucht, wouden vol wild, riveren vol vis. Ligt het niet te ver weg, werp ik voorzichtig tegen. Duizend kilometer van Moskou, geen directe treinverbinding, per lucht alleen bereikbaar in een wrakke Jak-40? Zo`n groot project moet toch met verlies draaien? Filimonov: “Daarin verschilt Rusland nu van het westen. Niet alles kun je in geld uitdrukken.“ Maar wat als zijn Moskouse collega Loezjkov in 2007 opstapt en diens opvolger dit dure speeltje schrapt? Hervat Ded Moroz dan zijn zwerftocht over de taiga? De burgemeester zwijgt, staart naar het plafond. “Ja, dat is ook mijn grote angst“, bekent hij.

De toekomst laat zich dan raden. Het pretpark dat even op het kleine budget van Veliki Oestjoeg doorsukkelt, de discipline die wegzakt, het hout, de stenen en het koperdraad dat wordt gestolen. Ik zie een bos voor me met een asfaltweg die door boomwortels is omgewoeld, met aan weerszijden sombere ruïnes van weer zo`n onpraktische Russische droom.

Maar ik ben een dorre westerling die niet in sprookjes gelooft.