Een eeuwige queeste

Officieel wijst niets op het bestaan van koning Arthur en de ridders van de ronde tafel. Toch wemelt het van de legendarische plaatsen in het Forêt de Paimpont. Dolen tussen waan er werkelijkheid.

Ook na vijftienhonderd jaar is de middeleeuwse magie van Brocéliande nog niet verbleekt. Het duistere Bretonse oerbos uit de tijd van koning Arthur is inmiddels vervangen door bossen met lichter geboomte, maar dat maakt niet uit. Waar men ook kijkt op een vroege herfstmorgen, honderden spinnenwebben houden de dauw nog even vast en glinsteren zilverig in de ochtendzon. Dit is fris ontwaakt sprookjesland na een nacht waarin mythes en mystiek hier opnieuw hebben geheerst zoals ten tijde van koning Arthur.

Sinds duizend jaar zijn vele legenden over Arthur vastgelegd in ridderromans. Hij zou rond het jaar 500 hebben geleefd in Bretagne en in Groot-Brittannië, Grande Bretagne in het Frans. Maar volgens de officiële geschiedschrijving staat niets - maar dan ook werkelijk helemaal niets - vast over koning Arthur, Guinevere, Viviane en zijn ridders van de Tafelronde. Zij vulden hun dagen met hun eeuwige queeste, op zoek naar de Graal, de avondmaalsbeker van Christus, die hier naar toe zou zijn gebracht door Jozef van Arimathea. Tal van westerse Homerussen hebben delen ervan naverteld, onder wie Chrétien de Troyes, Wolfram von Eschenbach, William of Malmesbury, Tennyson, Swinburne en Wagner.

In Brocéliande, een gebied van veertig bij vijfenveertig kilometer middenin Bretagne, weet men niets van sceptische wetenschap en bestaat nog geen verschil tussen feiten, fictie en fantasie. Hier leven mythen en mystiek gewoon voort, ongehinderd door de moderne tijd. Brocéliande is dan ook niet de officiële benaming van de streek ten westen van Rennes. Op de kaart staat de streek aangegeven als het Forêt de Paimpont.

Brocéliande schept zijn eigen historische werkelijkheid. We zijn hier op weg naar het graf van Merlijn, de tovenaar die koning Arthur als pasgeborene vond en hem heeft opgevoed. Het graf van Merlijn is een van de vele legendarische bezienswaardigheden op een kaart van Brocéliande. Die wordt verschaft door de VVV in Paimpont, een stadje middenin het Forêt met een klooster en een kerk aan een breed water. De kaart is getekend in schatgraversstijl. De begaanbare wegen zijn gewoon aangegeven, stippellijnen duiden op wandelingen door het bos en kruisjes markeren de doelen van de expedities naar het verre verleden.

Het aardige is dat ondanks al die aanwijzingen de tocht door Brocéliande nog veel avontuur en onzekerheid oplevert. Er staan langs wegen en paden wel her en der bordjes, maar systematiek ontbreekt. Het is vaak flink zoeken, al rijdend of wandelend door het bos. Soms keren we na een half uur dwalen onverrichterzake terug of winnen we inlichtingen in bij andere toeristen in het rijk van de verbeelding. Want wij zijn niet alleen. Ook zij dolen tussen waan en werkelijkheid op zoek naar het `Graf der Reuzen`, de `Tuin der Monniken`, de `Bron van Barenton` en de `Vallei zonder einde` met halverwege een wonderlijk bos van gouden bomen.

Maar hoe dan ook, na allerlei prachtige omwegen bereiken we `Het graf van Merlijn`. Het is dat er wat mensen bijstaan, anders zou je er zo voorbij lopen. `Ecco, la tomba di Merlino`, zegt een Italiaanse op verwonderde en zangerige toon. Het graf bestaat uit twee stukken natuursteen, waartussen wat groen groeit.

Bretagne ligt bezaaid met rotsen en stenen, maar deze twee zijn de laatste van een complete dolmen, een Bretons hunebed. Het dateert uit ongeveer 1500 v.Chr. en werd ruim een eeuw geleden grotendeels onttakeld. Tussen stenen en takken steken bloemetjes en briefjes. Zeker onder het oog van de tovenaarspelgrims respecteren we de privacy tussen Merlijn en zijn volgelingen en laten de fanmail ongelezen.

Een nogal richtingloos bordje wijst het volgende doel aan: de `Bron van de Eeuwige Jeugd`. Het blijkt een vijver bij een huis onderaan een heuveltje. Het water is met stevige hekken omheind, kennelijk om te voorkomen dat mensen ervan gaan drinken, erin gaan baden of jerrycans gaan vullen om mee naar huis te nemen. Egoïstisch is het wel, maar wie zou niet de eeuwige jeugd voor zichzelf behouden?

Merlijn moet er ook baat bij hebben gehad, hij is een man van alle tijden. Hij was niet alleen een tovenaar maar ook een ziener. Hij leefde volgens de vele legenden niet alleen in de tijd van de Keltische vorst Arthur en nog ver daarna, maar ook zelfs ver voordien. Zo zou hij betrokken zijn bij de bouw van Stonehenge, meer dan drie millennia geleden.

Zoals Dickens in A Tale of Two Cities schreef over Londen en Parijs, zo werd al ver voordien het Kanaal overbrugd door de complexe Frans-Engelse mythologie rondom Arthur, Lancelot, Parzifal, Merlijn, het zwaard Excalibur, de Graal, Camelot, Tristan en Isolde. Als koning Arthur echt leefde, en wie twijfelt daaraan, was hij een Keltische veroveraar in de post-Romeinse tijd en de winnaar van twaalf slagen. Hij was een vorst van twee rijken. Hij zou zijn geboren in Tintagel, aan de noordkust van Cornwall en hij bracht zijn vakanties door op een eilandje boven Bretagne.

Men kan het allemaal bestuderen in het half-ruïneuze kasteel van Comper, middenin Brocéliande. Daar is het Centre de l`Imaginaire Arthurien. Men ziet alle mythische figuren als echte wassenbeelden. Hier kan men ook deelnemen aan tal van evenementen, zoals concerten, lezingen en buffetten met regionale heerlijkheden. Er is nog veel meer echte Arthur-wetenschap. De Internationale Arthurian Society, opgericht in 1948 met 1500 leden overal ter wereld, hield deze zomer een congres aan de Universiteit van Utrecht.

De middeleeuwse, deels christelijke Arthur-mythologie vulde op dankbare wijze een vacuum omdat over de allervroegste bewoners van Bretagne en Groot-Brittannië eigenlijk helemaal niets bekend was, behalve dan dat zij veel spierkracht hadden. Het Engelse Stonehenge heeft zijn Bretonse complementen in de menhirs en de lange rijen van meer dan drieduizend megalieten bij Carnac. Ze dateren uit de tijd tussen 5000 en 3000 v.Chr. Over de betekenis van de megalieten wordt veel gespeculeerd, maar veel verder dan de verklaring `ritueel` komt men helaas niet. Zelf zie ik in die lange rijen stenen gewoon een goed geordende prehistorische camping: bij elke menhir één tent.

    • Kasper Jansen