Donker

De wielerploeg van Rabobank heeft zich plechtig uitgerold voor het nieuwe seizoen. Het is de sterkste Rabobank-ploeg ooit, glunderde Erik Breukink. De Rabo's zijn gewapend voor het voorjaar en de Giro, voor de Tour en de Vuelta.

Het is tijd dat er weer gefietst wordt. Renners houden, meer dan andere sporters, de belofte van nieuw leven in. Vooral in de aanloop naar de klassiekers oogt het peloton als een vrolijke menigte. Parijs-Nice: kermis. Met de renners verschijnen ook de eerste bloemenjurken langs de weg. Eerder dan krokussen.

Het zal wel dat de Rabo's een ongemeen sterk collectief zijn, maar veel humor zit er niet in. Design ook niet. Er is iets mis met de uitstraling. Ik zie weinig Talpa-coureurs. Niet dat ik zit te wachten op een tweede Tom Boonen. De in Monaco residerende Belg is te veel cinema geworden, te veel mannequin voor en na de koers. In zijn razende levensvreugde heeft hij de schoonheid van het stoempen onthoofd.

Maar toch: het Rabo-gezelschap is mij te donker. Het hangt van zwaarmoedigheid aan elkaar. Weinig lachebekjes. Oscar Freire is nog met de hand gemaakt, heeft wereldtitels gewonnen, maar nooit heeft iemand hem zien lachen. Van Denis Mentsjov wordt gezegd dat hij tijdens de Tour geen woord heeft gesproken. Altijd maar voor zich uit staren, alsof hij op een horizon achter de ploegmaats kristallen paarden zag lopen. Het succesvolle rasklimmertje Michael Rasmussen? Ook een zonderling die van over de bergen komt. Hij is zo in zichzelf gekeerd dat hij vaak weigert te eten. Toch in gemeenschap. En dan zijn er nog de kolenschoppen Mauricio Ardila, Alexandr Kolobnev en Grischa Niermann, die het aanbreken van de eerste glimlach nog moet overkomen.

Rabobank: peilloze somberheid.

Dissident van de duisternis is het jonge talent Thomas Dekker. De James Dean van zijn generatie heeft een frivole zit op de fiets, stoeit en bloeit in elk landschap, maakt vrouwen blij als een kind. Zelfs de zus van Ivan Basso is wild van de wereldse slungel uit Noord-Holland.

Nog maar 21 en toch reeds uithuizig. Wat heet: Thomas verhuist naar de historische badplaats Viareggio in Toscane. Zogezegd omdat daar bergen zijn. Bergen die een rok dragen? Deze renner is de stamppot voorbij. De laatste keer dat ik hem sprak, was zijn culinaire register al verbreed met truffel, aceto balsamico en mozzarella. Een Italiaans wijntje ging er ook vlot in. Dekker komt niet meer overeind voor een kippensoepje. Een atypische renner dus, zoals Fausto Coppi en Louison Bobet dat ook waren.

De ploegleiders Erik Breukink en Joop Zoetemelk schudden meewarig het hoofd bij zoveel eigenwijsheid. Wat moeten ze anders? Dekker is niet meer te bespelen met wat provinciale tralala. Hij gaat zijn eigen weg, zoals het een kampioen past.

Ofschoon vrij van zinnen en ledematen heeft de belofte toch behoefte aan een wonderdokter: ene Luigi Cecchini. Italiaan, uiteraard. Ook daar herken je de kampioen in: altijd op zoek naar mysterieuze zalfjes, naar bezweringen en goddelijkheid. Dat die dokter een kwalijke reputatie heeft, maakt hem niet uit. Lance Armstrong was ook niet te beroerd om van een epodokter te houden. Wat of wie zou Thomas Dekker dan nog zichzelf ontzeggen?

Prachtige eigenzinnigheid. Niet voor Rabo natuurlijk. Ach, provincialen die nog denken dat de verlossing in hoestsiroop te vinden is. Of in vitamientjes. Nou, dan win je de Ronde van Vlaanderen niet. Vraag dat maar aan Johan Museeuw.

Thomas Dekker: grensverlegger van leven en welzijn, van knechten en kampioenen, van wetenschap en moraal. Je zou het hem niet nageven. Maar wat is het prachtig dat een jongen uit Noord-Holland niet wil onderdoen voor hedendaagse DDR-systemen. Wat is het ontroerend om te horen dat een campionissimo in spe meer fiducie heeft in een obscure Italiaan dan in de gecoiffeerde charlatans van een bank.

Voor wie dollars ook maar hormonen zijn.

Toch jammer dat Thomas Dekker voor twee jaar heeft bijgetekend. Hij zal dus nog twee jaar in onthouding moeten leven, van flair en blijheid, van controverse en geluk. Hij zal een rimpel moeten zijn in het voorhoofd van Theo de Rooy, in het voorhoofd van kak en business.