De wereld is een zee van verhalen

Reizen aan de hand van een sprookje of legende betekent op zoek gaan naar een plaatselijk verhaal. De lang gekoesterde fantasie wordt dan omgezet in alledaagse werkelijkheid. In Italië bestaat de utopie nog - daar blijft een verhaal ongeschonden.

De mens is gefascineerd door verhalen. Kleine verhalen, grote verhalen, anekdotes, vertelsels, sprookjes, mythen en legenden. Een verhaal kan een kort zinnetje zijn dat je als meeluisterend kind nooit meer vergeet (`Ja, die man hinkt omdat hij als NSB`er aan het Oostfront heeft gevochten`). Het kunnen complete romans zijn die je in één ruk uitleest (`Argentijn dwaalt rond in Parijs maar besluit terug te gaan naar zijn vaderland`). En er zijn natuurlijk de Grote Verhalen die wetenschap en religie in alle soorten en maten verspreiden (`Jezus werd verraden door Judas en stierf aan het kruis` of `Een aap ging rechtop lopen en verliet het oerwoud`). Iedereen kent duizenden voorbeelden.

Vreemd is die fascinatie niet. In een verhaal wordt een enorme hoeveelheid betekenisvolle informatie samengebald. Het is de krachtigste vorm om informatie over te dragen. Maar toch, de wetenschap weet er niet goed raad mee. “De gemakkelijkste en meest natuurlijke manier om onze ervaringen en onze kennis te ordenen is hoogstwaarschijnlijk in de vorm van een verhaal“, schrijft de psycholoog Jerome Bruner. De Amerikaan Bruner, geboren in 1915 maar nog altijd actief, is een van de weinige wetenschappers die zich bezig houden met de rol van het verhaal in het menselijke denken. Maar zelfs de pionier Bruner concludeert dat zijn theorie van de `verhalende constructie van de werkelijkheid` (`narrative construal of reality`) slechts moeilijk is te doorgronden. “Want wij leven in een zee van verhalen en zoals de vis de laatste zal zijn die het water ontdekt, hebben wij mensen onze eigen moeilijkheden om te ontdekken wat het is om rond te zwemmen in verhalen. We zijn er eigenlijk te goed in“, aldus Bruner in een van zijn latere boeken (The culture of education, 1996).

Eigenlijk heeft de wetenschap niet veel op met verhalen. Wetenschap is juist ontstaan om al die verhalen te controleren. Hééft die man wel aan het oostfront gevochten, hoe wist die buurvrouw dat? En hoe verraderlijk was Judas eigenlijk als hij in feite van Jezus de opdracht krijgt (Joh. 13:27 `Jezus zei: Doe maar meteen wat je van plan bent`)? Wetenschap is argumentatie, maar een verhaal is geen betoog, in een vertelling gaat het niet om bewijzen. Een goed verhaal heeft verder niets nodig.

En dan, wat is een verhaal? Ieder mens voelt dat er een verhaal kan komen als iemand zegt `Ik ben vanmorgen gevallen`, maar niemand wacht op de afloop als je zegt `Ik ben vanmorgen opgestaan`. Verhalen gaan meestal over mensen die iets willen, voor problemen komen te staan en die problemen te lijf gaan (het HOA-schema, held-obstakel-afloop) - zoveel is duidelijk. Maar wie wil weten hoe veel variatie de mensheid in dat schema heeft weten te brengen moet eens de Motif-Index of Folk-Literature opslaan. Daarin worden 2.500 thema`s uiteengezet waarin zo'n beetje alle mythologieën en volksverhalen zouden zijn onder te brengen - alle met hun eigen Aarne-Thompson-nummer, genoemd naar de auteurs van de Motif-index. Op www.beleven.org/verhalen/lijsten/atlijst.php staat een keuze uit de motieven met bijbehorend sprookje. Zoals AT 0123 The Wolf and the Kids (De wolf en de zeven geitjes), of AT 0401-A The Enchanted Princess in Her Castle (De koningszoon die nergens bang voor was), AT1535 The Rich Peasant and the Poor Peasant (Kleine Klaas en grote Klaas), enzovoort. AT 0312 is The Giant-killer and his Dog (Bluebeard), met natuurlijk daarbij het bijbehorende blauwbaardverhaal.

En dat Blauwbaardverhaal brengt ons eindelijk bij de complexe interactie van reizen en verhalen. De meeste vakanties worden later ingedikt tot een verhaal (`Dat was die keer dat `s avonds in de kloof onze oude Golf niet wilde starten...`). En natuurlijk is er het klassieke verhaal van de moderne strandvakantie, over de dag dat `we het binnenland zijn ingegaan`. En dat zijn alleen nog maar de verhalen achteraf.

Ter plekke is de verstandige reiziger op zoek naar het plaatselijke verhaal, en de toeristenindustrie helpt hem daar gretig bij. De verhalen van de vervolgde Katharen in Zuid-Frankrijk, van de Moren in Zuid-Spanje of van de Renaissance in Italië zijn er niet te missen. Zoiets is gemakkelijk te ervaren en te begrijpen. Op een ingewikkelde manier wordt de toerist zelfs onderdeel van zo'n verhaal, als hij bijvoorbeeld door de Mesquita in Cordoba rondloopt en plotseling op de gothische kathedraal stuit die Karel de Vijfde midden in die oude moskee heeft laten bouwen.

Zelfs wie op zoek is naar het kasteel van Blauwbaard, omdat dat nu eenmaal zijn favoriete sprookje is, stuit op een nogal uitbundige lokale toeristenmythologie - op zichzelf een knappe prestatie gezien het lugubere karakter van de échte Blauwbaard. Ook blijkt er nu een Russische poolcirkelplaatsje te bestaan dat toeristen lokt als woonplaats van Vadertje Vorst - de Russische Kerstman.

Meestal blijkt het verhaal beter dan de werkelijkheid, kan de de conclusie zijn van de verhalen in deze reisbijlage. Vreemd genoeg lijkt van alle plaatsen vooral het Italiaanse Utopia La Scarzuola niet tegen te vallen. Maar dat is dan ook - schrijft Bernard Hulsman - `gewoon een even onbegrijpelijke als wonderlijke, bizarre en schitterende droomwereld`. Dáár blijft een verhaal natuurlijk ongeschonden. Net als in de schimmige bossen van Noorwegen: `Zie daar, tussen de varens, wenkt daar niet een mistig trollen-oog?`

    • Hendrik Spiering