De schildpadden hebben landrechten, maar wij niet

Galibi is een uniek natuurreservaat dat zeldzame zeeschildpadden herbergt. De indianen uit de omgeving kennen de dieren een `kwade geest` toe. Menstruerende vrouwen en zogende kinderen blijven maar beter uit hun buurt. En de toerist?

Het is `s ochtends vroeg, de zon komt tropisch snel en rozerood op tussen de palmen van het strand als we één van onze reisgenoten horen roepen. ,,Schiet op, hij is bijna weg. Kom snel naar buiten.“ Over het spierwitte zand flipflopt een zeeschildpad van ongeveer een meter lang naar de zee. Met tussenpozen, want het voorwerelds aandoende dier is zichtbaar vermoeid.

Ergens in de nacht is de grote schildpad uit de Atlantische Oceaan via de monding van de Marowijne-rivier in het gebied rond de indiaanse dorpen van Galibi in Suriname aan land gekomen. Daarop heeft het op een beschutte plek een kuil gegraven, waarin het in een gestaag tempo meer dan honderd eieren ter grootte van een pingpongbal heeft gelegd. Toen heeft het de kuil weer dichtgegooid, in de hoop dat de schildpadjes die later uit de eieren tevoorschijn zullen kruipen hun eigen weg naar de oceaan vinden.

Galibi, sinds 1968 een natuurreservaat onder de Stichting Natuurbehoud Suriname (Stinasu), is een uniek natuurgebied door de grote hoeveelheden en de zeldzame soorten zeeschildpadden die er jaarlijks tussen februari en augustus hun eieren komen leggen. Het is een bijzondere ervaring om dat `s nachts te zien. Met de toename van het toerisme naar Suriname krijgt ook Galibi steeds meer toeloop.

We staan steeds met zijn allen om de schildpadden heen, mannen en vrouwen door elkaar. Daarmee doorbreken we meteen het eerste indiaanse taboe. De plaatselijke vrouwen mijden de schildpadden, zeker als ze ongesteld zijn. ,,Dan is het verboden“, zegt de 75-jarige dorpsverteller Aloïsius, die ooit nog door Nederlandse paters is gedoopt. Hij spreekt een Surinaams doorspekt met Nederlandse woorden en zinnen.

,,De schildpadden kunnen heel goed ruiken, maar ze hebben een boze geest. Je mag er ook geen kinderen die nog moedermelk drinken naartoe brengen, want dat ruiken ze, en dan kunnen de kinderen opeens binnen het etmaal sterven“, zegt Aloïsius, die zijn verhalen het liefste vertelt bij een flesje Parbo-bier in de dorpswinkel die ook dienst doet als café. ,,Als je die taboes doorbreekt, word je zelf ziek of je brengt een ziekte over op anderen. Je krijgt stekende pijnen en zweren aan je voeten, die een gewone dokter niet kan verhelpen. Ze zijn alleen te genezen door een pyjaai.“

Verhalen over de pyjaai, een soort sjamaan die ook in contact kan treden met de geesten van schildpadden, krijgen we ook van het dorpshoofd Ricardo Pané te horen. Deze trotse indiaan die vloeiend Nederlands spreekt, vertelt van een jonge man die het verbod op het doden en eten van schildpadden schond. Mensen van buiten de gemeenschap hadden hem veel geld geboden voor schildpaddenvlees, en toen hij zijn mes onder het schild van een schildpad zette om het los te wrikken, sprong de half dode en gewonde schildpad weer terug in het water. ,,Toen was het duidelijk dat de jongen niet lang meer zou leven. Zijn dood was aangezegd door de schildpad die niet stierf, maar weer levend het water in dook“, zegt Pané, die voor ons gesprek de kwast met felroze verf waarmee hij zijn nieuwe boot aan het schilderen is even terzijde heeft gelegd.

,,Toen de jongen naar de pyjaai ging voor hulp, wilde die hem alleen maar genezen als hij beloofde om zelf ook pyjaai te worden. Dat is één van onze beste pyjaai geworden“, aldus Pané.

Pané, die net als de meeste dorpshoofden in Suriname de titel `kapitein` voert, ziet de ontwikkeling van Galibi als toeristenplaats niet zonder meer als positief. ,,Ze willen hier een vliegveld aanleggen, maar zolang ik hier kapitein ben, komt dat er niet.“

Zijn reden is even simpel als overtuigend. ,,Je moet alleen een vliegveld aanleggen als je zelf ook het geld hebt om er een vliegtuig voor te kopen. Alleen dan kan je als dorp in de hand houden wie je binnen laat. Anders raak je de controle volledig kwijt“, aldus Pané, die ook niet wil dat er een weg naar het gebied komt. Hij heeft nu al moeite met alle gidsen van buiten die reisgroepen naar Christiaankondre en Langamankondre, de twee dorpen van Galibi, brengen.

Hij heeft er ook moeite mee dat zijn volk nu leeft in een natuurreservaat. ,,Waarom moet een derde organisatie onze gronden beheren? In zo`n natuurreservaat gaan de dieren vóór de mensen. Wij moesten onze kostgrondjes [akkers, red.] verlaten, maar wij leefden al eeuwen in harmonie met de schildpadden. Toch worden we vaak aangezien als de boosdoeners in de verdwijning van de dieren. De schildpadden hebben in 1968 landrechten gekregen, maar die hebben wij als indianen nog steeds niet“, aldus Pané bitter.

Met het beheer door een niet-plaatselijke organisatie die de omgeving en bewoners onvoldoende kent, lijkt de controle op het leegroven van de schildpadnesten te zijn afgenomen. De eieren blijken ook in Paramaribo op de markt verhandeld te worden.

Tokoe Wijnberg, ook een lokale indiaan, manager van een plaatselijk gastenverblijf en van reisbureau Myrysji Tours dat reizen naar Galibi verzorgt, ziet toerisme juist als de enige manier om de schildpadden te redden én om te zorgen dat de jongeren uit Galibi niet allemaal naar Paramaribo trekken. ,,De plaatselijke bevolking weet dat de toeristen niet meer komen als er geen schildpadden meer zijn, aldus Wijnberg, die een doodskopaapje als huisdier heeft. Hij woont met uitzicht op zijn gastenverblijf voor 25 mensen waar we logeren. Er zijn vijf gastenverblijven op Galibi, vier daarvan alleen met slaapmogelijkheid in traditionele indiaanse hangmatten.

Pané, die ergens in de veertig is, vertelt hoe hij vroeger als kind niet op het strand kon lopen door de enorme hoeveelheid schildpadden die er in het legseizoen aan land kwamen. Nu zijn dat er veel minder. De dieren komen deels vast te zitten in de netten van de vissers, deels worden hun nesten geraapt.

Maar hoeveel eieren kunnen de ongeveer zevenhonderd inwoners van Galibi nou helemaal op? Per gezin mag de bevolking drie nesten per jaar leeg halen. Meestal bakken zij er een schuimomelet van. Het blijken vooral Chinezen en Javanen te zijn die op de zwarte markt goed willen betalen voor de eieren, en het is niet gemakkelijk om het rapen van eieren in de praktijk strak in de hand te houden.

,,Je moet de jeugd een alternatief bieden“, vindt Wijnberg, die dat alternatief vooral ziet in aan toerisme verwante activiteiten zoals het opleiden van jonge, lokale gidsen voor de ontvangst van nieuwe groepen toeristen die over een nieuw aan te leggen weg komen aangereden en die verblijven in een nieuw te bouwen gastenverblijf buiten het dorp.

Kapitein Pané is daar niet zo zeker van. ,,Aan de overkant van de Marowijne, in Frans Guyana, zijn de schildpadden door de opkomst van het massatoerisme al bijna helemaal verdwenen. Ik vraag me af of de schildpadden hier op den duur nog blijven komen als ze steeds weer worden omringd door drommen toeristen.“

    • Garrie van Pinxteren