De kudde die de beurs versloeg

Beleggen in goud, olie en graan leverde afgelopen jaar meer op dan aandelen. De Nederlandse pensioenwereld doet al voor 10 miljard euro mee op de grondstoffenmarkten.

Wat vaten olie, een paar baren goud, wat vee, een zak graan. En klaar is kees. Laat de kassa maar rinkelen.

Beleggen in grondstoffen was vorig jaar populair én profijtelijk. De meeste gebruikte graadmeter voor beleggingen in een mandje met grondstoffen, de Goldman Sachs Commodity index (GSCI), leverde vorig jaar een rendement in euro's op van ruim 46 procent. Het lijken de internet-aandelen van weleer wel.

Wie als particuliere belegger mee wil doen kan kiezen uit zeker vijf Nederlandse beleggingsfondsen in energie en drie in basismetalen. De basismetaal-fondsen leverden vorig jaar rendementen van 35 procent, becijfert onderzoeksbureau Iris. De energiefondsen zaten boven vijftig procent.

Professionele beleggers zoals pensioenfondsen stappen nog steeds in de beleggingsmarkt voor grondstoffen. De meest recente nieuwkomer is het Pensioenfonds Horeca & Catering, goed voor 2 miljard euro belegd vermogen, dat de pensioenregeling uitvoert voor 575.000 werknemers in de bedrijfstak.

Het Horeca pensioenfonds maakte eind vorig jaar bekend dat zij over een periode van twee jaar 100 miljoen euro in grondstoffen gaat beleggen. Niet alleen energie en edelmetalen, maar ook industriële metalen, landbouw en vee. Niet door de echte spullen en dieren te kopen, maar via papieren beleggingen op de termijnmarkten. Dat doet het fonds niet zelf, maar de Amerikaanse vermogensbeheerder Western Asset Management, die voor het fonds ook een portefeuille beheert met effecten met een vaste rente.

Ruim vijf jaar geleden brak PGGM, het pensioenfonds voor een miljoen werknemers in de bedrijfstakken zorg en welzijn, de markt open. Geld steken in grondstoffen om de kosten van de vergrijzing te betalen? Dat klonk onconventioneel, maar de behaalde rendementen spreken voor zich.

PGGM boekte in 2001 een negatief rendement van bijna 33 procent op zijn grondstoffen, maar die verliezen zijn vervolgens meer dan goed gemaakt. Plus 35 procent (2002), plus 23 procent (2203), plus 21 procent (2004), en plus 47 procent in de eerste negen maanden van 2005. Over anderhalve week komt PGGM, evenals een trits andere grote fondsen, met zijn cijfers over heel 2005.

Is het Horeca pensioenfonds gezien deze beleggingswinsten niet wat laat om nu in grondstoffen te stappen? Nee hoor, laat het fonds weten. Grondstoffen passen strategisch gezien op lange termijn in de beoogde spreiding van risico's. En ook op korte termijn verwacht het fonds de komende jaren aantrekkelijke rendementen “gezien de grote vraag naar grondstoffen door de nog steeds aantrekkende economie en de beperkte productiecapaciteit.“

De toezichthoudende Nederlandsche Bank en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)publiceren geen actuele informatie over de omvang van de grondstoffenbeleggingen. Maar uit de informatie die individuele pensioenfondsen in kwartaal- en jaarverslagen geven, kan worden afgeleid dat inmiddels meer dan 10 miljard Nederlands pensioengeld meedraait op de grondstoffenmarkten. Ter vergelijking: eind september hadden de pensioenfondsen volgens het CBS samen 618 miljard euro beleggingen.

De behaalde superrendementen op grondstoffen zijn de slagroom op een smakelijk beleggingsjaar. Europese en Japanse aandelen rendeerden in 2005 fantastisch. De mondiale beursgraadmeter steeg ruim 26 procent. Ook de beleggingen in effecten met een vaste rente (obligaties) leverden een wat bescheidener, maar aantrekkelijk rendement op van zeker zeven en soms wel tien procent, afhankelijk van het genomen risico. En vastgoed leverde eveneens geld op.

Een doorsnee pensioenfonds heeft zo'n 45 procent belegd in aandelen, een vergelijkbaar percentage in obligaties, en de rest naar keuze in vastgoed, grondstoffen en niet-beursgenoteerde participaties in bedrijven (zogeheten private equity).

Met de rendementen over 2005 zet de pensioenwereld definitief een streep onder de verliezen na de beurskrach van 2001 en 2002. ,,Ik denk dat pensioenfondsen rendementen hebben behaald van 15 à 20 procent“, zegt Jaap Koelewijn van de adviesfirma Financieel Denkwerk.

Frits Bosch van Bureau Bosch, dat pensioenfondsen adviseert over de verdeling van hun beleggingen, is wat voorzichtiger. Hij komt met zijn schatting uit op een rendement van 12 à 12,5 procent.

In 2004 maakte het doorsnee pensioenfonds volgens de becijfering van WM Company een rendement van 9,9 procent.

Hoe meer aandelen een fonds vorig jaar had, hoe hoger het rendement moet zijn geworden. Dat betekent dat bedrijfstakpensioenfondsen als PGGM en ondernemingspensioenfondsen als die van Shell en Unilever, die meer dan de helft van hun geld in aandelen en vastgoed steken, dichter bij de 20 procent zullen zitten dan bij de 15 procent.