De bloedsporen bladderen kalm van de muren

De zwarte kunsten, alchemie en zelfs het verwijt van kwakzalverij maakten doctor Faustus niet geliefd. Toch inspireerde hij vele schrijvers en kunstenaars tot meesterwerken. Mythevorming wint het van de werkelijkheid.

Theateraffice met Maurice Renaud (1861-1933), chanteur français, dans le rôle de Mephisto de "La Damnation de Faust" d'Hector Berlioz. Dessin d'Orens (1905). RV-926138 AFP

In een ronde toren in de Zuid-Duitse plaats Maulbronn, in de omgeving van Heidelberg, wilde duivelskunstenaar, zwarte magiër, astroloog en geneeskundige doctor Faustus goud maken. Sindsdien staat die toren bekend als de `Faust-Turm'. In diezelfde streek werd de werkelijke Faust in 1480 geboren. Hij was een zwervende handlezer en toekomstvoorspeller, dokter maar evengoed een kwakzalver. Hij riep duistere krachten aan.

Ook in Nederland doet een legendarisch Faust-verhaal de ronde. Faust had zijn ziel aan de duivel verpand in ruil voor aards geluk, rijkdom en liefde. Maar het pact werd hem in de hoekige toren van het middeleeuwse kasteel Waardenburg aan de Waal noodlottig. De duivel sleurde de kunstenaar door het traliewerk aan zijn haren naar buiten. De bloedsporen van Faust tekenen zich op het verweerde stucwerk naast het raamkozijn nog steeds af. Het zijn niet meer dan wat grillige, roestkleurige plekjes, door verschillende kasteelheren zorgvuldig gekoesterd. Toch heet die toren de Faust-toren. Hier zou hij in 1540 zijn omgekomen op zestigjarige leeftijd.

En dan is er een andere, tweede plek aan te wijzen waar hij gedood zou zijn door de duivel. Dat is in het Gasthaus zum Löwen in Staufen in de streek rondom Breisgau, Zuid-Duitsland. Onder gruwelijke omstandigheden kwam Faust `s nachts aan zijn einde. De gasten met wie hij eerder die avond had gesproken werden wakker van gekrijs. Veel medelijden konden zijn tijdgenoten trouwens niet opbrengen. Fausts zwarte kunsten, alchemie en zelfs het verwijt van kwakzalverij, godslastering en ontuchtige levensstijl maakten hem niet geliefd.

De herbergkamer waar hij in Staufen werd gedood heet sindsdien, hoe kan het anders, de Faust-Zimmer in Faust-Stadt. Ondanks deze verhalen die voornamelijk in volksboeken smakelijk werden opgedist, is de historische Faust beduidend minder legendarisch dan de muzikale of literaire Faust, de Faust van film of toneelstuk. De historische Faust is nagenoeg onvindbaar, slechts een glimp van hem is te vinden in die kastelen of herberg. Zijn geest inspireert tal van schrijvers, regisseurs en componisten onder wie Johann von Goethe, Hector Berlioz, Thomas Mann, Richard Burton, Paul Valéry en Pablo Picasso. En dit is nog maar een kleine greep.

Onderweg op zoektocht naar de historische Faust door het golvende, koperen herfstlandschap van de Zuid-Duitse staat Baden-Württemberg blijkt Fausts geboorteplaats Knittlingen ten zuiden van Heidelberg zo goed als onvindbaar. Ik probeer aan mijn zeventienjarige dochter en haar vriendin uit te leggen dat we op zoek gaan naar de mythe, het legendarische verhaal van doctor Faustus ofwel Johann Georg Faust. Waarom? Ja, waarom? Hoe verklaar je een mythe, legende of sage?

Wie zich erin verdiept stuit onherroepelijk op het gegeven dat de historische aanleiding in vergelijking tot de legendevorming betrekkelijk gering is. Want dat de duivel Faust ter hellevaart zond, is natuurlijk al mythevorming. Faust was misschien een gewone, kleine alchemist. Hoe minder gegevens, zou je haast zeggen, des te onstuimiger bloeit de legende. De Engelse toneelschrijver Christopher Marlowe (1564-1593) bewerkte als eerste in 1588 de lotgevallen van Faust tot het toneeldrama The tragical history of dr. Faustus. Maar het is Goethe geweest die met zijn levenslange arbeid aan Faust I (1808) en later Faust II het beeld van de `Schwarzkünstler` die heult met de duivel Mephisto definitief gestalte heeft gegeven. Faust is de mens die op rationale gronden de duivel afwijst maar door irrationele motieven wordt gedreven hem in zijn armen te sluiten.

In elk geval vinden we eindelijk in Knittlingen een vakwerkhuis met daarop de mededeling `Geburtshaus Dr. Johannes Faust'. Het huis kijkt regelrecht uit op een zijbeuk van de Leonhardskerk van de evangelische gemeenschap Knittlingen. Daarnaast is, in het voormalige stadhuis, het Faust-Archiv ondergebracht. Voor de argeloze bezoeker is de reconstructie van een alchemistenlaboratorium spectaculair, met natuurlijk een zwarte kat als symbool van kwaad en duivel, een reusachtige opgezette krokodil aan het plafond en verder retorten, destilleerkolven en een groot brandend vuur om goud te toveren uit onedele metalen. Op een lessenaar staan boeken met bezweringsformules.

Van de historische Faust zijn weinig contemporaine documenten bewaard gebleven. Zonder de belangrijkste getuigenis van een geestelijke uit 1507, ene Johannes Trithemius, zou de Faust-legende in die buitensporige mate nooit zijn ontstaan. Deze ontmoette Faust in een herberg in Gelnhausen bij Frankfurt. Hij deed in het Latijn een opsporingsbevel uitgaan, de befaamde Steckbrief, waarmee hij voorgoed een schaduwbeeld vooruit heeft geworpen. Het geschrift bevindt zich trouwens in de Vaticaanse Bibliotheek in Rome. Het woord `scheldbrief` zou beter op zijn plaats zijn. De geestelijke ziet in Faust een `kerkvijandelijke` man, iemand die de toekomst wil voorspellen door doden op te roepen, een verderfelijke astroloog, alchemist, godslasteraar, vogelwichelaar. Een man kortom die de hel verdient.

Zo`n opsporingsbewijs op je naam drijft je in het nauw. Reden dat Faust rondzwierf door Zuid- en Midden-Duitsland en zelfs in Nederland terecht is gekomen, behalve in het genoemde kasteel Waardenburg ook in Leeuwarden.

Zijn werkzaamheden konden het licht niet verdragen. Een man die altijd `s nachts werkt, wanneer de andere mensen slapen, laadt vanzelf de verdenking van zwarte kunstenarij op zich. Faust blijkt in Duitsland overal te zijn geweest, van noord tot zuid. Meer nog dan Mephisto is hij de vertegenwoordiger, of je zou moeten zeggen de raadsman en ambtsdrager, van het kwaad. Tal van steden beroemen zich op een Faust-Haus of een Faust-Keller in de plaatselijke herberg. Wie bijvoorbeeld in Leipzig Auerbachs Keller bezoekt, krijgt daar steevast het verhaal te horen dat Faust hier op een wijnvat naar buiten vloog. Ook hier wint mythevorming het van de werkelijkheid. Het wijnvat dat daar wordt aangewezen als historisch object dateert van na 1600.

Dan is er de dood van Faust als indrukwekkende finale. Was het nu Waardenburg met zijn bloedplekken aan de muur? Of was het Gasthaus zum Löwen? In beide gevallen komt hij op dezelfde manier aan zijn eind: de duivel sleurt hem bloeddorstig uit zijn kamertje naar buiten. Dus opnieuw met de auto door het herfstlandschap naar Staufen in Breisgau. Een ruïne op een wijnberg overheerst het stadsbeeld. Aankondigingen van de Mephisto Tour tonen de stad als decor van de tragedie van Faust, de `beroemdste inwoner`.

Weer onderweg proberen we elkaar alles te vertellen over zwarte magie, toverkunsten, de duivel en de ziel. Voor de zeventienjarigen op de achterbank blijkt dat het vanzelfsprekende van dit eeuwenoude Faust-motief veel uitleg behoeft. Een heks en hekserij zijn voorstelbaar, maar zwarte magie en alchemie maken geen deel uit van de jeugdige wereld. En de Duitse witgestucte vakwerkhuizen met de zware balken, zoals het Faust-Haus, het Faust-Archiv en Gasthaus zum Löwen, spreken met hun lieflijkheid al helemaal niet tot de verbeelding. Mythes bestaan vooral in de fantasie. Als bij een winkel niet eens zo elegante maar toch stoere schoenen staan van het merk Mephisto, dan blijken de duivel en zijn slachtoffer Faust opeens heel `cool`.

De alchemistenkamer in het Faust-museum nadert nog het meest het beeld dat wij van Faust hebben en ook koesteren: een zonderling die een teruggetrokken leven leidt en bij nacht en ontij met toverspreuken, bezweringsformules, heksentoeren en wat niet al, in de weer is het onmogelijke te verrichten. De mens die goud kan maken. De mens die even machtig is als God. Ik hoor het mezelf zeggen tegen de kinderen wanneer ik de verklaring van het prachtig samengestelde woord Höllenzwänge hardop lees: “Door het uitspreken van oeroude, beproefde formules probeert de duivelse geest de hel te bezweren.“ En ik voeg eraan toe: “Helbedwang heet zoiets in het Nederlands. Dat doen duivels om iets groots te verrichten. Een vijand verslaan bijvoorbeeld of een schat vinden.“

Iedereen wil zoiets kunnen: goud vinden, de vijand verslaan en nog veel meer. Het is net of we met zijn allen even vrienden van Faust worden.

    • Kester Freriks