De blik naar binnen

In 1968 zette ik voor het eerst voet op Amerikaanse bodem. Op weg naar Los Angeles waar ik kunstgeschiedenis ging studeren, maakte ik een tussenstop van een kleine week in New York. De musea daar maakten een overweldigende indruk, zowel de intieme Frick Collectie als het imposante Metropolitan Museum of Art.

Mijn favorieten waren op dat moment Vermeer en zijn Franse tegenvoeter Chardin, schilders van het verstilde en het innige.

In New York kon ik een klein dozijn werken van hun hand toevoegen aan mijn lijstje van 'gezien'. Maar er waren ook nieuwe ontdekkingen. In tegenstelling tot de intimiteit van Vermeer en Chardin waren dat veeleer kunstwerken van het grote gebaar: Titiaans Man met de rode baret in de Frick, een exuberante Van Dongen in het Museum of Modern Art, en in het Metropolitan: Rembrandts Aristoteles bij de buste van Homerus. De ontmoeting met dat laatste meesterwerk was het begin van een levenslange liefdesaffaire. Juist bij zo'n doek, dat ik nu een kleine veertig jaar op mijn netvlies heb, is het lastig te zeggen wat er nu precies de fascinatie van uitmaakt. Ik ben er zo mee vertrouwd dat ik er liefst ook geen analyse op zou willen loslaten.

Om te beginnen is het een majestueus geschilderd figuurstuk. Alles er aan is royaal en vorstelijk, mogelijk om zijn Italiaanse opdrachtgever Antonio Ruffo te plezieren. Het penseel heeft zich verlustigd aan het weergeven van rijke stoffen, dramatische lichteffecten, expansieve gebaren.

Imponeerkunst, zou je bij oppervlakkige beschouwing zeggen, ware de psychologische uitstraling ervan tegelijkertijd niet zo intiem. Voor mij is dit schilderij een loflied op de bewonderende liefde. Daarover gaat dit doek, waarin Rembrandt de filosoof Aristoteles ten tonele voert in zijn liefdevolle bewondering voor zijn grote voorganger Homerus.

De passages over de krijgskunst in diens epos had hij als exempla voorgehouden aan zijn pupil Alexander de Grote, wiens portretmedaillon aan Aristoteles' gouden ketting hangt. Een woordloze dialoog tussen twee giganten van de Griekse geest die diepe sporen in de cultuur van Europa hebben getrokken. Aristoteles plaatst teder zijn hand op de dramatisch aangelichte buste van de blinde Homerus. Het is echter niet zozeer het tastbare als wel het kijken, waarover dit kunstwerk ons leert. In de Engelse titel heet dat kijken 'contemplating'. Het is een woord dat wij ook kennen, maar dat bij ons toch wat geforceerder klinkt, 'in contemplatie'. Het is de uitbeelding van het samenvallen van blik en gedachte die Rembrandt in dit schilderij subliem is gelukt.

Rembrandt heeft dat vanaf het begin gekund als geen ander. In het vroege Jeremias treurend over de ondergang van Jeruzalem in het Rijksmuseum, later in de weergave van de peinzende scholier Titus in Museum Boijmans-Van Beuningen of in de getroubleerde blik van de badende Bathseba in het Louvre.

Het is veelzeggend dat Rembrandt veelvuldig mensen afbeeldde bij het lezen. Hij bezat de unieke gave de naar binnen gekeerde blik van zijn modellen voor ons open te vouwen.

Terug uit Los Angeles zette ik in september 1969 mijn studie in Leiden voort. Een maand later bezocht ik in Amsterdam de grote Rembrandt-tentoonstelling, waarmee het Rijksmuseum toen zijn 300ste sterfdag memoreerde. Grenzeloos was mijn vreugde daar opnieuw oog in oog met 'mijn' Aristoteles te mogen staan. Het is het werk dat ik nu, als enige Rembrandt, in het Rijksmuseum nog iedere dag mis.

Ronald de Leeuw is hoofddirecteur van het Rijksmuseum te Amsterdam

    • Ronald de Leeuw