“CIA-agenten zijn gedesillusioneerd'

James Risen schreef een boek over de mondiale Amerikaanse oorlog tegen terreur. “De regering-Bush is de geheimzinnigste Amerikaanse regering in de moderne geschiedenis.“

James Risen (46) slentert binnen. Afgetrapte spijkerbroek, handen in de zakken. Een zachte stem. Sinds hij vorige maand in de krant The New York Times het binnenlandse spionageprogramma van de regering-Bush onthulde, is hij een van de meest besproken reporters in de VS.

Deze week publiceerde Risen, gespecialiseerd in inlichtingendiensten, het boek State of War: The secret history of the C.I.A. and the Bush Administration, een boek over de Amerikaanse aanpak van het internationale terrorisme. Hij plaatst daarin de affaire van vorige maand - het afluisteren van Amerikaanse staatsburgers zonder gerechtelijke machtiging - in het perspectief van de antiterreurstrijd die de Amerikaanse geheime diensten, vooral de CIA, in opdracht van de regering-Bush voeren. Volgens Risen vergiftigde die strijd de cultuur in de inlichtingendiensten. “De geloofwaardigheid van de diensten is zo geschokt de laatste jaren - dit is niet zomaar recht te zetten.“

Hoe kon het gebeuren?

“Na “11 september' liet de regering merken dat de handschoenen afmoesten. Alles werd intenser, hectischer, moeilijker. De CIA werd iets dat het nooit geweest was: een gehaaste organisatie waar niet meer werd gepland, waar nauwelijks toezicht bestond, waar alles aan improvisaties werd overgelaten. En uiterst gesloten. Ik schrijf sinds medio jaren negentig over inlichtingendiensten, maar de eerste jaren na 11 september was het bijna onmogelijk iemand aan het praten te krijgen.

“En nu, vier jaar later, komen mensen tot bezinning. Ze runnen geheime gevangenissen. Ze zien dat de VS oogluikend toestaan dat Afghanistan opnieuw een narcostaat is geworden omdat de antiterreurstrijd vóór gaat. Ze gebruiken wrede ondervragingstechnieken. Ze zijn betrokken bij de oorlog in Irak waarin ze niet geloven. Veel mensen binnen de CIA zijn gedesillusioneerd. Ze vragen zich af hoe ze dit nog kunnen oplossen. Wat móéten ze met al die mensen die ze vasthouden? Waarom bespioneren ze Amerikaanse staatsburgers terwijl dat illegaal is? Zo is het klimaat ontstaan dat mensen toch weer met mij gingen praten.“

Het pikante aan Risens scoop over het afluisteren van Amerikaanse burgers is dat daarmee, voor het eerst, is bewezen dat president George Bush zelf opdracht gaf tot een maatregel die hoogst vermoedelijk illegaal is. Bush bestrijdt dit laatste, maar weet weinig onafhankelijke deskundigen aan zijn zijde. Later deze maand zal de Senaat de zaak in onderzoek nemen; ook prominente Republikeinse senatoren vallen Bush af.

In het boek refereert u aan Watergate. Is het zo erg?

“Dit is de grootste binnenlandse spionageaffaire sinds de jaren zeventig. Of het eenzelfde uitwerking heeft als Watergate weet ik niet. De Republikeinen controleren het Congres dus het kan zijn dat er uiteindelijk niets mee gebeurt.“

Zeven jaar terug werd bekend dat de VS met “Echelon' miljarden gesprekken in het buitenland afluisterde. Geen rumoer. Nu wordt binnen de VS een veel kleiner aantal mensen getapt en er is een nationaal schandaal. Kunt u dit uitleggen?

“Dat is gemakkelijk. Dit gaat over ons. Als jouw regering iemand anders iets aandoet, is dat één ding. Maar als ze het jezelf aandoen, is het anders.“

Waarom wilde Bush dit?

“De regering zou zichzelf veel ellende hebben bespaard als ze naar het Congres of de rechtbank zou zijn gegaan. Ze dacht natuurlijk dat ze zich na 11 september alles kon permitteren. Maar hoe langer na 9/11, hoe minder dat opgaat.“

In het boek onderzoekt Risen ook, op basis van kennelijk hoge bronnen in de CIA, of het Witte Huis een rol had in het ontstaan van de martelpraktijken. Hij citeert een gesprek van toenmalig CIA-directeur George Tenet met president George W. Bush uit 2002. Daarin zou Bush, aldus één bron van Risen, met een suggestieve vraag over het verhoor van de eerste gearresteerde Al-Qaedaverdachte, Abu Zubaydah, Tenet hebben aangespoord tot een ruwe behandeling: zo zou de basis voor de latere escalatie zijn gelegd.

Hoe rechtvaardigt u deze beschuldiging hoewel u één bron hebt?

“Ik vond het belangrijk dit thema op te werpen. Het draait om de vraag welke instructies de CIA kreeg over de behandeling van terreurverdachten. Hoe kon de CIA tenslotte zo wreed met gevangenen omgaan? We moeten proberen dit mysterie te ontrafelen. De regering-Bush is de geheimzinnigste Amerikaanse regering in de moderne geschiedenis. Dus je moet op zoek naar aanwijzingen. Dit is er één. Maar ik wijs er in mijn boek ook op dat er beperkingen zijn: ik vertrouw de bron, maar zijn informatie wordt bestreden.“

U schrijft later dat Bush niet was geïnformeerd over wrede ondervragingen.

“Dat gaat over de vraag of de president hierover formeel en officieel is geïnformeerd. Ik schrijf dat mijn bronnen vertellen dat de inspecteur-generaal van de CIA te horen heeft gekregen dat de president hier niet vanaf wist.“

U schrijft ook dat Cheney het wel wist.

“Andere mensen in het Witte Huis zijn wél geïnformeerd. Mijn indruk is dat men de president wilde beschermen. Zo behield hij de mogelijkheid dat hij publiekelijk kon zeggen dat hij nooit opdracht had gegeven voor marteling.“

U suggereert dat het nog erger met de oorlog tegen terreur is dan we nu weten.

“Er zullen nog vreselijke verhalen bekend worden. Maar wat we nu weten is al erg genoeg. Aan de ene kant is alles extreem geheim, aan de andere kant is de macht van de president te groot en zijn er uiterst verontrustende praktijken ontstaan. Of het kan veranderen? De regering zit vast. Totdat we Irak verlaten zal het heel moeilijk zijn. Hetzelfde geldt voor de CIA: pas als we uit Irak zijn, kan het licht weer aan.“

James Risen. Staat van Oorlog. Uitgeverij Bert Bakker, prijs € 17,95.