China is een knappe paardenfluisteraar

China streeft een grotere diversificatie na van zijn enorme deviezenreserves. Die aankondiging werd donderdag knap gebracht: de Amerikaanse dollar gaf geen krimp.

Maarten Schinkel

De Chinese financiële autoriteiten tonen zich net egeltjes: ze doen het heel voorzichtig. Voorzichtigheid is zeker geboden waar het gaat om de uitweg van een van de meest explosieve problemen in de wereldeconomie. Dat is de “structurele onevenwichtigheid' tussen de Verenigde Staten en vooral Azië.

De VS hebben een enorm tekort op hun betalingsbalans, dat richting de 7 procent van het bruto binnenlands product gaat. Dat tekort wordt met name gefinancierd door de Aziatische landen, met China voorop. Zij financieren hun belangrijkste afzetmarkt, de VS. En ze houden door de aankoop van dollars hun eigen munten laag ten opzichte van de dollar.

Die symbiotische relatie is niet zonder problemen. Eén daarvan is dat met name China enorme deviezenreserves van nu al 800 miljard dollar (657 miljard euro), opbouwt die voor 70 bestaan uit dollarbeleggingen, vooral Amerikaanse staatsobligaties. Die eenzijdige samenstelling van de reserves is riskant. Want mocht de dollar in de toekomst kelderen, dan zijn de verliezen aan Chinese kant enorm. Dat geldt ook voor landen als Japan en Zuid-Korea. Maar op het moment dat één van uit dollars zou willen stappen, is het effect zo groot dat zij de gevreesde dollardaling zelf zouden veroorzaken. Zie hier het dilemma. Dat China donderdag een grotere spreiding van zijn reserves aankondigde, was dan ook revolutionair én riskant. Maar tegelijkertijd maakten de autoriteiten bekend dat Chinese bedrijven meer vrijheid krijgen bij het aankopen van buitenlandse deviezen (lees: dollars) om hun overzeese expansie te financieren. Tot nu toe was het totaalbedrag per jaar beperkt tot 5 miljard dollar.

Zo werd bewerkstelligd dat de vrees voor dollarverkopen door de Chinese autoriteiten werd geneutraliseerd door de verwachting van dollaraankopen door Chinese bedrijven. Bovendien bleef China vaag over de schaal en het tempo waarin de spreiding van de deviezenreserves zouden plaatsvinden.

Het effect op de valutamarkt was oorverdovend stil. Het doet denken aan de manier waarop afgelopen zomer een opwaardering van de Chinese munt, de yuan, werd gepresenteerd: een kleine revaluatie met 2 procent, en het instellen van een kleine bandbreedte waarbinnen de yuan voortaan mag fluctueren. Op papier kan de yuan sindsdien met dagelijkse stapjes omhoog, maar in de praktijk blijft de munt keurig binnen de band.

Zo toont Peking zich een knappe paardenfluisteraar van de valutamarkt. Maar dat zegt nog weinig over het effect op de wisselkoersen als de spreiding van de valutareserves daadwerkelijk wordt doorgevoerd. Of dat ook zo heimelijk kan, moet nog blijken. Want egeltjes doen het dan wel héél voorzichtig, aan hun bijbehorende geritsel in de bosjes kunnen ze weinig verhelpen.

    • Maarten Schinkel