Cellen genoeg

De Bon Futuro-gevangenis oftewel de “hel', telt te weinig cellen volgens de Nederlandse politie. Onzin, vindt men op Curaçao. Maar buiten de “hel' bevinden zich nauwelijks minder criminelen dan binnen. Zelfs kinderen slikken bolletjes. “Ik moet mijn schulden toch betalen?'

OLYMPUS DIGITAL CAMERA Victor, Prince

De eerste zonnestralen schijnen op celblok drie van de Curaçaose gevangenis Bon Futuro. De vrouwenafdeling ontwaakt, het is half acht 's ochtends. Vanachter de tralies klinkt het gekletter van waterstralen op de douchetegels. In blok drie is alles mintgroen, van de tralies tot de elektriciteitskabels. Alleen de wachttoren boven de binnenplaats doet met zijn verschoten beige kleur denken aan de tijd dat Bon Futuro nog Koraal Specht heette.

In de jaren negentig was de gevangenis veelvuldig in het nieuws. Vooral de rapporten van de European Committee for the Prevention of Torture (CPT) over mensenrechtenschendingen in een penitentiaire instelling binnen het Koninkrijk der Nederlanden deden in de Haagse politiek het nodige stof opwaaien (zie kader).

Deze week haalden uitlatingen van de Nederlandse korpschef P. van Zunderd van het Korps landelijke politiediensten (KLPD) over Bon Futuro het nieuws. Volgens de hoofdcommissaris frustreert een tekort aan cellen in de gevangenis de aanpak van criminelen op Curaçao. Dit zou de effectiviteit ondermijnen van dertig Nederlandse rechercheurs, die sinds vorig jaar op het eiland worden ingezet. Omdat Curaçaose criminelen niet worden opgesloten, zouden ze zelfs makkelijk kunnen uitwijken naar Nederland, vreest Van Zunderd.

Maar volgens de Antilliaanse minister van Justitie, D. Dick, is dat “pure onzin“. Hij wijst op de cellen die er sinds zijn aantreden in maart 2005 zijn bijgekomen. Ook minister J. Remkes (Binnenlandse Zaken, VVD), verantwoordelijk voor de landelijke politie, vindt dat Dick met de uitbreiding van het aantal cellen “een voortvarende start“ maakt.

Gilbert Benita, assistent-directeur huisdienst in Bon Futuro, kan zich er kwaad over maken. Volgens Benita komt Nederland alleen in actie als het slecht gaat in de gevangenis. “Dan hebben ze daar allemaal verhalen, terwijl wij hier iedere dag wonderen proberen te verrichten.“ Jacqueline Blanken, afdelingshoofd van celblok 8, ziet dat Nederland veel geld stopt in onderwijsprojecten voor de Antilliaanse jeugd. “Op zichzelf is dat goed, alleen: de hele jeugd zit hier binnen, in de gevangenis.“

Volgens de gevangenisleiding wordt door de drugshandel het verschil tussen de Curaçaose bevolking en de gedetineerden in Bon Futuro steeds kleiner. “De problemen die buiten spelen“, zegt Benita, “spelen ook hier binnen. De Curaçaose samenleving is zo klein, we zijn net twee knikkers in een emmer, je komt elkaar altijd weer tegen.“

In celblok 3 begint gevangenisbewaarder Jansen met het openmaken van de cellen. Jansen draait vandaag haar eerste dienst na zes weken afwezigheid. Ze wordt luid begroet door de gedetineerden. “Wardia Jansen! Hoe gaat het, hoe waren je dagen?“ klinkt het vanachter de tralies. De cipier fungeert tegelijk als moeder, tante en zus. Ze staat wat langer stil bij een cel met een huilende zuigeling.

Op de vrouwenafdeling verblijven 47 gedetineerden, plus de baby. Jacqnelis, vier maanden oud, is niet de eerste baby die langere tijd in Bon Futuro woont. Kinderen kunnen bij hun moeder blijven tot tweejarige leeftijd. Negentig procent van de vrouwen zit vast in verband met drugshandel, de helft is onder de dertig. Niet alle gevangenen kunnen opvang voor hun jongste kinderen regelen. Ook de oma van Jacqnelis zit in de gevangenis. Zij en haar dochter worden ervan verdacht jonge kinderen als bolletjesslikkers op het vliegtuig naar Nederland te hebben gezet. In oktober vorig jaar werden de eerste jonge koeriers, van 12 en 13 jaar, aangehouden op Bonaire.

Taakstraf

Cipier Jansen trekt zich terug in een getraliede kooi aan de rand van de binnenplaats. Ze fluit een keer als teken dat het ontbijt is gearriveerd. Al snel komen de meiden in hun khaki broeken en witte T-shirts uit de cellen. Enkelen lopen meteen naar de telefoons op de binnenplaats, om met thuis te bellen. Jansen vraagt hoe het was, de afgelopen weken. “Leuk! We hebben Sinterklaas gevierd“, antwoordt Sharraima P. (20). Sharraima heeft op haar hoofd gebonden vlechtjes, verschillende gouden tanden en een vrolijk, open gezicht. Met vier ontbijtbakjes loopt ze terug naar cel 221.

Daar zitten haar celgenoten Jenny B. (20), Miluska G. (18) en Sygline K. (34) op hun bedden. Jenny probeert haar kroeshaar met forse likken gel glad te strijken. Evenals Miluska werd Jenny gearresteerd toen ze drugs in haar vagina de gevangenis binnen probeerde te smokkelen. Dankzij de reclassering kwam ze er af met een taakstraf, maar voordat die er goed en wel opzat, werd ze op de Curaçaose luchthaven Hato aangehouden met cocaïne in haar handbagage. Ze stond op het punt naar Nederland te vertrekken.

Jenny wil graag in Nederland gaan wonen, bij de vader van haar tweejarig zoontje. Ook Miluska en Sharraima vinden Nederland veel aantrekkelijker dan Curaçao. “In Nederland heb je mogelijkheden“, zegt Sharraima terwijl ze een ei ruilt voor een stuk kaas uit het ontbijtbakje van Miluska. “Daar krijg je een tweede kans, hier kun je het vergeten, zeker als je in de gevangenis hebt gezeten.“

Sharraima werd op het vliegveld van Bonaire aangehouden met de 13-jarige zoon en de 12-jarige dochter van celgenoot Sygline - waarmee voor het eerst de inzet van jonge koeriertjes aan het licht kwam. Sharraima zou de kinderen, hun magen vol met bolletjes, naar Nederland begeleiden. Het was niet de eerste keer dat Sygline haar kinderen met bolletjes naar Nederland liet gaan. Ze bevestigt dat kinderen uit achterstandswijken regelmatig worden geronseld als koerier.

Sygline woonde met haar vier kinderen in bij de zus van haar laatste vriend en moest rondkomen van een uitkering van 160 Antilliaanse gulden (75 euro, red.) per maand. Dat lukte niet. Werk vinden ook niet. Sygline heeft een wantrouwende blik en een onvriendelijk gezicht. In november 2004 werd haar paspoort ingenomen na een mislukte poging drugs naar Nederland te smokkelen. Sindsdien leende ze geld van Jacqueline N., de moeder van baby Jacqnelis, die beneden haar in een cel zit. Volgens Sygline stelde Jacqueline vorige zomer voor de kinderen bolletjes te laten smokkelen, zodat ze haar schulden af kon betalen.

Twee weken later had Jacqueline de paspoorten geregeld en zaten de kinderen op het vliegtuig naar Nederland. Als beloning mochten ze daar een gouden tand laten zetten. De kosten, 100 euro, werden afgetrokken van de smokkelopbrengst. Dat gold ook voor de paar bolletjes die de kinderen in het vliegtuig hadden uitgepoept. Zo bleef er weinig geld over, de kinderen moesten nog een keer. En nog een keer, waarbij Sharraima, de vriendin van Sygline's broer, ze zou begeleiden.

Ook Sharraima heeft schulden bij Jacqueline. Ze woonde met haar moeder en haar 14-jarige zwangere zusje in een driekamerwoning. Haar moeder is in slechte gezondheid, als ze te veel staat valt haar baarmoeder uit haar vagina. Sharraima maakt zich zorgen. Haar moeder moet van een uitkering van 83 euro in de maand rondkomen, maar heeft 4.000 Antilliaanse gulden (1860 euro, red.) schuld bij het water- en elektriciteitsbedrijf Aqualectra. Haar vader werkt als bewaker en woont thuis, maar betaalt niet mee aan het huishouden.

Zelf wil Sharraima een opleiding volgen. In 2005 haalde ze haar mbo-diploma voor receptioniste/telefoniste, daarna schreef ze zich in voor een particuliere hbo opleiding. Schoolgeld: 3255 euro. Terwijl ze een cd in de dvd-speler van Sygline stopt, zegt ze: “Ik heb de hele zomer gesolliciteerd naar werk om dat te betalen. Echt overal: warenhuizen, kantoren, restaurants. Maar ze nemen je hier niet aan, zelfs niet als je diploma's hebt.“

Van de zomer heeft ze ook twee keer bolletjes naar Nederland proberen te smokkelen. Maar eenmaal op het vliegveld wilde ze niet door de bodyscan. Door de gemaakte reiskosten zat ze nog dieper in de schulden. Daarom stelde ze voor de kinderen van Sygline naar Nederland te begeleiden. “Ik moest mijn ticket toch terug betalen?“

Flirten

Cel 221 maakt zich op voor de dag. De dames ontbijten, doen hun haar en zingen mee met een door gevangenen in Bon Futuro opgenomen cd. “Nunka ta lat pa repentí“ (Het is nooit te laat om spijt te hebben). Om half negen gaan ze naar hun werk. In de wasserette van de gevangenis verdienen ze 58 eurocent per uur. De helft daarvan mogen ze besteden in de gevangeniswinkel, de andere helft wordt door de gevangenisleiding opzij gezet voor als ze vrij komen.

Op weg naar de wasserette worden de meiden bekeken door de mannelijke gedetineerden die door de gangen lopen. Er wordt flink geflirt. Miluska en haar moeder, die vastzit om hetzelfde delict, praten snel met Miluska's broer, die in celblok 8B zit. De bewakers kijken gelaten toe. Ze zijn met te weinigen om in te grijpen en het contact lijkt onschuldig. Iedere cipier op de vrouwenafdeling werkt structureel over om het rooster vol te maken.

“Zonder overwerk is deze baan ook niet aantrekkelijk“, zegt bewaarder Martina. Een aspirant-bewaker verdient 553 euro in de maand bruto. Het is een van de redenen waarom de gevangenis kampt met structurele onderbezetting. “We hebben wel eens mensen uit Nederland gehad die hier voor een baan kwamen kijken, maar niemand heeft uiteindelijk gesolliciteerd. Het klimaat binnen de gevangenis is te hard“, denkt Martina.

Toch was het vroeger, voor de CPT-rapporten, harder en beter, vindt ze. “Nu zijn de bewakers te nonchalant, het kan ze allemaal niet zoveel meer schelen.“ Ook heeft de schorsing, vier jaar geleden, van driekwart van de bewakers met medewerking van hun chefs, een grote vertrouwensbreuk onder het personeel veroorzaakt. Volgens H. Felicia, hoofd van de gevangeniskeuken, is Bon Futuro sinds de veranderingen naar aanleiding van de CPT-rapporten meer een buurthuis dan een gevangenis. De gedetineerden hebben ventilatoren, dvd's, video's. “Ze hebben alles behalve hun vrijheid“, zegt Felicia in de keuken. Hij denkt dat het imago van de gevangenis naar het oordeel van het CPT en Nederland verbeterd is, maar structureel is volgens hem niets veranderd.

Op de gangen buiten de wasserette klinkt rumoer. Bewaarder Martina vraagt een gedetineerde ex-politieman - hij schoot in functie twee mensen dood - te komen vertellen wat er aan de hand is. “Een steekpartij“, is het antwoord. Even later wordt een jonge gevangene met verband om zijn hoofd afgevoerd. De meiden kijken hem vanuit de wasserette na, daarna gaat iedereen weer verder met kleding vouwen. Het is niet de eerste keer dat gedetineerden elkaar met wapens te lijf gaan, een bendeoorlog binnen de gevangenismuren kostte begin vorig jaar nog het leven aan een jonge Curaçaoënaar, twee andere gevangenen werden neergeschoten.

Siera C., die wegens drugssmokkel al vier keer in Nederland vastzat en twee keer eerder in Bon Futuro verbleef, vond het een paar jaar geleden ook beter in de gevangenis. “Toen had je kakkerlakken in je cel en dat was smerig“, zegt ze op de binnenplaats van de vrouwenafdeling. “Maar er was wel meer respect. Onder de gedetineerden onderling en ook tegenover de bewakers. Wat je nu ziet, is dat de meiden hier binnen steeds jonger worden. Ze zijn brutaal, gebruiken drugs, zetten de radio en tv keihard en er valt niet met ze te praten.“

Siera wil dat Luvensca W. (16) wordt overgeplaatst naar Nederland. Drie maanden geleden vermoordde Luvensca samen met haar eveneens minderjarige broer een bejaard echtpaar. Een geruchtmakende zaak, zelfs voor Curaçao. Nu wil Luvensca veranderen, maar dat ziet ze er in de gevangenis niet van komen. “Er gebeuren hier veel slechte dingen“, zegt ze terwijl een mede-gedetineerde haar cel in loopt. Het meisje gaat op een krukje voor het doucheraam staan en vraagt of Luvensca de wiet van buiten heeft binnengehaald. “Ja, het zit hier ergens in de shag.“ Ondertussen onderhandelt het meisje verder met de mannelijke gedetineerden die onder het raam in de gang staan.

Om half zeven 's avonds klinkt weer de fluit van bewaarder Jansen. Tijd om de dames op te sluiten in hun cellen. Aan het buurthuisgevoel komt direct een einde, Bon Futuro is wel degelijk een echte gevangenis. De volgende dag moeten Miluska en haar moeder voor de rechter verschijnen. Na een maand cel mogen ze naar huis, met een relatief hoge voorwaardelijke straf van zes maanden en een proeftijd van twee jaar.

“Om u ervan te weerhouden“, zegt rechter Bosch tegen Miluska's moeder, “weer drugs de gevangenis in te smokkelen. Door die handel ontstaan er vechtpartijen, daar komt uw zoon ook mee in gevaar. En als er te veel drugs de gevangenis binnenkomen worden we straks weer opgenomen in het CPT-rapport. Dat wil niemand.“