Brandstof voor de macht

Het dichtdraaien van de gaskraan naar Oekraïne maakte een week geleden duidelijk wat vooral Europa was vergeten: energie is een machtsmiddel. En dat zal in de nabije toekomst steeds vaker worden gebruikt. “Mensen krijgen genoeg van de arrogantie van het westen.'

** FILE ** Russian President Vladimir Putin smiles as he holds a map of Norwegian pipelines running through the North Sea during his meeting with Norway's Prime Minister Kjell Magne Bondevik in the Moscow Kremlin, in this Monday, June 20, 2005 file photo. Analysts say the Kremlin's new policy, which it is implementing via state-controlled gas titan Gazprom marks a break with Russia's past, when it played the role of energy-rich big brother to the struggling former republics. Russia's hard-line stance against Ukraine in their natural gas price dispute could backfire and provoke a surge of pro-Western sentiment in this ex-Soviet republic, some analysts and lawmakers predicted Friday. (AP Photo/Ivan Sekretarev, Pool, File) Associated Press

Wake up call voor de westerse wereld. Deze week greep in Venezuela de regering van Hugo Chávez de controle over 32 olievelden, die tot dan in handen waren van internationale oliemaatschappijen zoals het Britse BP, het Spaanse Repsol en het Brits-Nederlandse Shell. Tegelijkertijd verlaagde in Rusland het gasbedrijf Gazprom voor één dag de gastoevoer naar Oekraïne en Europa, juist op een moment - niet toevallig - dat Oekraïne zich afkeert van Rusland en toenadering zoekt tot Europa.

“Wij in het westen dachten dat politiek, macht en energie niet meer zo sterk met elkaar verweven waren. We dachten dat de wereld op weg was om één grote, vrije markt te worden. Met die gedachte hebben we ons in slaap gesust. We zijn nu met een schok ontwaakt“, zegt hoogleraar Coby van der Linde, directeur van het energieprogramma van Instituut Clingendael.

“De relatie tussen politiek en energie is terug van weg geweest. Er wordt weer volop geopolitiek bedreven“, zegt ook George Verberg, voormalig directeur-generaal Energie bij het ministerie van Economische Zaken en oud-hoofddirecteur van Gasunie, de grootste gasleverancier in Europa. Zo is India pas nog teruggefloten door Amerika, nadat het land interesse had getoond in de enorme olie- en gasvoorraden van Iran. In Bolivia wil de nieuwe president, Evo Morales, de energiesector nationaliseren als protest tegen onder meer Amerikaanse overheidsbemoeienis.

Aan Brussel lijken de veranderingen voorbij te zijn gegaan. “Europa heeft de afgelopen jaren verzuimd een eigen energiepolitiek te ontwikkelen, omdat het met andere dingen bezig was. We missen daardoor nu de smoel en de power om indruk te maken op de buitenwereld“, zegt hij. Verberg vraagt zich ernstig af: wie van de grote olie-exporterende landen neemt Europa serieus als mogelijke partner?

De terugkeer van geopolitiek in verband met energie is des te zorgelijker, omdat die deels wordt uitgelokt door een andere ontwikkeling. Amerika en Europa raken door hun olie- en gasvoorraden heen. Ze worden afhankelijker van import. Nu al haalt Europa veertig procent van zijn gas van buiten - ruim de helft daarvan komt uit Rusland. Binnen 25 jaar zal die import verdubbelen, zo is de verwachting. Voor olie is het nog erger.

Dat maakt de situatie wezenlijk anders dan bijvoorbeeld na de eerste oliecrisis, midden jaren zeventig. “Toen kreeg de off-shore technologie een enorme impuls. De Noordzee werd in een noodtempo in productie genomen. Net als de Golf van Mexico“, zegt professor Bert de Vries, onderzoeker bij het Milieu en Natuur Planbureau in Bilthoven en tevens hoogleraar Mondiale verandering en Energie, aan de Universiteit Utrecht. Volgens hem hebben Amerika en Europa dit keer niet meer zulke voorraden om op terug te vallen.

Daar komt bij dat China op het wereldtoneel is verschenen. Met in het kielzog India, en een serie andere snel groeiende Aziatische landen. Allemaal hongeren ze naar olie, gas en andere grondstoffen, om hun snel groeiende economieën te voeden en de stabiliteit ervan niet in gevaar te brengen. Samen met Amerika, Europa en Japan cirkelen zij als aasgieren boven de gebieden met de meeste reserves: het Midden-Oosten, Rusland, de regio rond de Kaspische Zee, Noord-Afrika, Zuid-Amerika.

Orkanen

Maar met zo veel kapers op de kust, ontstaat er krapte. Die is er nu dan ook, en wordt nog verhevigd door bijkomende omstandigheden. Er is te weinig geïnvesteerd in de uitbreiding van boorplatforms en raffinaderijen. De aanvoer uit Irak is teruggelopen - door de oorlog die de toevoer juist veilig moest stellen. De orkanen in de Golf van Mexico, het conflict rond Yukos in Rusland, de dreiging van oorlog in Nigeria en Saoedi-Arabië hebben eveneens bijgedragen aan de huidige schaarste en de hoge olieprijzen. “De spanningen zullen er de komende jaren door gaan toenemen“, zo verwacht De Vries.

Het Internationale Energie Agentschap in Parijs heeft al gewaarschuwd dat de drukte rond een aantal oliegebieden kan leiden tot ongelukken met schepen. Bijvoorbeeld in de Straat Malakka bij Indonesië. Ook piraterij zou makkelijker worden, aldus de IEA.

Amerika kijkt inmiddels met argusogen naar de opmars van China. Het land doet al ongegeneerd zaken op zijn territorium. China heeft contracten getekend met Canada en Australië, traditioneel trouwe handelspartners van Amerika. Het zoekt ook naar olie en gas in Brazilië en Argentinië, door de Verenigde Staten graag beschouwd als hun achtertuin. Het Amerikaanse politieke tijdschrift Foreign Affairs schreef onlangs dat China inmiddels de hegemonie van de enig overgebleven wereldmacht uitdaagt. En met buurland Japan heeft het intussen ook een conflict. Beide landen claimen de gasvoorraden in de Oost-Chinese Zee.

De landen die over de grote olie- en gasreserves beschikken, lijken zich nu meer dan ooit bewust van hun machtspositie. Iran wist dan wel geen overeenkomst te sluiten met India - daar stak Amerika een stokje voor - maar met het Chinese staatsbedrijf Sinopec tekende het land wel een contract ter waarde van maar liefst zeventig miljard dollar. Tegen het grote China treedt Amerika niet zo gemakkelijk op, en dat beseft Iran.

Zo lieten de olie-exporterende landen, verenigd in de OPEC, vorige maand ook weten dat ze voorlopig geen reden zien om hun productie op te voeren. Daar was hen nadrukkelijk om gevraagd door de westerse wereld. Vroeger werd zo'n verzoek altijd gehonoreerd. Na de tweede oliecrisis in de jaren tachtig voerde de OPEC de productie wel fors op. Door de overcapaciteit die daarvan het gevolg was, zakte de prijs destijds onder de tien dollar per vat. Al voor de crisis tussen Oekraïne en Rusland, in november vorig jaar, waarschuwde het IEA in Parijs voor een mogelijk energietekort, ergens in de komende 25 jaar. Het agentschap deed dat nooit eerder. “Het idee dat het westen vrije toegang heeft tot de reserves, is achterhaald“, zegt De Vries.

Olie en politiek zijn altijd al nauw met elkaar verweven geweest. Vanaf het moment dat de Amerikaanse oliemaatschappijen honderd jaar geleden de wereld begonnen af te struinen op zoek naar oliebronnen, is Amerika de veruit grootste energieconsument ter wereld geweest - en gebleven. In hun zoektocht werden de multinationals gesteund door de Amerikaanse regering die nauwe betrekkingen onderhield met het land waar werd geboord. Bij voorkeur vriendelijke betrekkingen. Zat dat er niet in, dan werd er gedreigd met sancties. Of met militair geweld. In het uiterste geval kwam het ook echt zover.

“Zolang olie de belangrijkste brandstof ter wereld blijft zullen geopolitiek en energie met elkaar verweven blijven“, zegt De Vries. Hoe lang dat nog is? Volgens sommigen zal gas die rol over gaan nemen ergens rond het midden van de eeuw.

Nieuw is evenmin dat de verwevenheid tussen olie en politiek tot problemen leidt. De eerste mondiale oliecrisis in 1973 ontstond nadat de Arabische landen van de OPEC weigerden nog langer olie te verschepen naar Amerika en Europa. Die hadden Israël gesteund in het conflict met Syrië en Egypte. Vijftien jaar later blokkeerde Azerbajdzjan de olietoevoer naar Armenië in een conflict om de enclave Nagorno Karabach.

[vervolg op pagina 34]

De schaarste aan energie en de nieuwe geopolitiek

[vervolg van pagina 33]

Olie is zo essentieel voor de industrie, het verkeer, de hele economie, dat landen ervoor zullen vechten als er een tekort dreigt te ontstaan. De aanval van Japan op Pearl Harbor in 1941 had met de toegang tot olie te maken. Datzelfde wordt gezegd van de Amerikaanse inval in Irak, twee jaar geleden. President Bush passeerde de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties en begon de oorlog met het argument dat Irak in het bezit was van massavernietigingswapens. Maar die werden nooit gevonden. Al snel gingen stemmen op dat het Amerika te doen was om de rijke bronnen van het land. Irak heeft, na Saoedie-Arabië, Rusland en Iran, de grootste oliereserve ter wereld.

Onbetrouwbaar

Geopolitiek is trouwens niet alleen iets van ver weg, zegt Verberg. “Nu Rusland de gaskraan naar Europa een dag heeft teruggedraaid, heffen we meteen het vermanende vingertje. De Russen zouden onbetrouwbaar zijn. Laten we eerst eens naar onszelf kijken“. Hij herinnert zich dat voormalig minister-president Den Uyl na de eerste oliecrisis een brief schreef aan de regeringen van de landen die gas afnamen van Gasunie. Den Uyl wilde de exportcontracten niet langer nakomen. Omdat Nederland daarvoor waarschijnlijk voor het Hof in Luxemburg zou worden gedaagd, en die zaak zou verliezen, werd de brief uiteindelijk aangepast. “Gasunie liet zijn klanten tot hun grote schrik en ergernis weten dat er geen nieuwe exportcontracten meer zouden worden afgesloten.“ En zes jaar later, na de tweede oliecrisis, werd ambassadeur Dirk Spierenburg ingeschakeld om de afgesloten exportcontracten open te breken en vervolgens een hogere prijs te bedingen.

“Schreeuwen dat iemand niet betrouwbaar is, helpt niet in de geopolitiek“, zegt Verberg. Het zou volgens hem passen als Europa zich wat minder arrogant zou opstellen ten opzichte van Rusland.

Van der Linde vindt het ook hypocriet dat Europa nu verwijten maakt aan het adres van Rusland, omdat Poetin aan de touwtjes trekt. Alsof ook dat in Nederland anders is. Gasunie is voor het merendeel in handen van de staat. En het is de staat die beslist wat er gebeurt met het gas dat bij Slochteren en in de Noordzee in de bodem zit.

Maar hoe kan het dat Europa de afgelopen vijftien jaar in de veronderstelling is geweest dat geopolitiek geen rol meer speelt in de energiesector? “Door de globalisering“, zegt Van der Linde. Zo legde ze het ook uit tijdens haar oratie eind november aan de Rijksuniversiteit Groningen, waar ze hoogleraar Geopolitiek en Energiemanagement is geworden. “Het westen dacht dat de wereld, na de val van de Berlijnse muur in 1989, één grote vrije markt zou worden. Een McWorld.“

De hoofdrol in deze wereld was weggelegd voor ondernemingen, overheden hielden zich op de achtergrond. Ook in de energiesector. Maar na de aanslagen in New York en de miljardenfraudes bij Amerikaanse bedrijven als Enron en Worldcom werd alles anders. De vrije markt bleek toch niet zo perfect te werken. Dat Amerika zijn boodschap van democratie eenzijdig oplegde ging op weerstand stuiten. “Er kwam een tegenbeweging op gang. Mensen kregen genoeg van de arrogantie van het westen“, zegt Van der Linde.

Ouderwets

Overheden in onder meer Rusland en Zuid-Amerika zijn zelfbewuster geworden, stellen zich teweer tegen westerse dictaten en versterken hun greep op het eigen land. President Poetin heeft vorig jaar de energiebedrijven Yukos en Sibneft gerenationaliseerd. En deze week gaf hij weer een ouderwets staaltje geopolitiek weg. Hij wist een twee keer zo hoge prijs te bedingen voor het gas dat buurland Oekraïne ontvangt van het Russische staatsbedrijf Gazprom. Oekraïne heeft zich sinds de vreedzame revolutie in 2004 afgekeerd van Rusland en is zich meer op Europa gaan richten. Opmerkelijk genoeg ontvangt Wit-Rusland, dat wel bevriend is met Moskou, het gas voor dezelfde lage prijs als altijd - een teken te meer dat energie een wapen is. Van der Linde: “Poetin wil zijn land weer tot een wereldmacht maken, en gebruikt de energiebronnen als instrument.“

Toch zijn er ook landen waar de vrije-markt-gedachte overheerst. Algerije is begonnen zijn energiesector juist te liberaliseren. Saoedi-Arabië, de grootste olie-exporteur ter wereld, is sinds vorige maand lid van de Wereldhandelsorganisatie, waardoor het zich moet conformeren aan internationale handelsregels. Lybië heeft de grenzen vorige maand heropend voor Amerikaanse oliemaatschappijen, nadat die in 1986 eruit waren gezet. Globalisering en geopolitiek kunnen ook positieve effecten hebben.

Voor Europa vreest Van der Linde het ergste. Door de jarenlange focus op liberalisering heeft Brussel nagelaten een buitenlandse politiek voor de energiesector te ontwikkelen. En gezien de trage besluitvorming verwacht ze dat zo'n beleid er voorlopig ook niet komt. De lidstaten zullen elk apart hun belangen gaan bevechten. De afspraak die Duitsland onlangs heeft gemaakt met Rusland, voor de aanleg van een onderzeese gaspijpleiding, is een eerste voorbeeld.

Er is nog een andere complicerende factor voor Europa: het klimaat. Brussel heeft als officieel beleid om de temperatuurstijging op aarde, als gevolg van het broeikaseffect, te beperken tot twee graden Celsius in de komende anderhalve eeuw. Om dat te bereiken zal de uitstoot van broeikasgassen als CO2 drastisch omlaag moeten. Die mag na 2020 niet verder toenemen, terwijl de vraag naar brandstoffen zal blijven stijgen. Terwijl de vraag ernaar zal blijven stijgen. “Onze klimaatdoelstelling is mogelijk een nog grotere beperking op ons energiegebruik, dan een eventueel tekort aan olie en gas“, zegt De Vries. Volgens hem moet Europa op volle kracht naar alternatieven gaan zoeken. Windenergie, biomassa, kernenergie. Eurocommissaris Piebalgs (Energie) heeft deze week, na het Rusland-Oekraïne-incident, opgeroepen tot een diversificatie van het energieaanbod.

Ook de IEA in Parijs heeft de westerse wereld al opgeroepen om naar alternatieven voor olie en gas uit te kijken. Kolen zou zo'n alternatief kunnen zijn. Mits het schoner wordt verbrand dan nu - bijvoorbeeld door de vrijkomende CO2 op te vangen en in de grond te pompen. Ook over kernenergie wordt de laatste maanden weer meer gesproken. Maar de meest effectieve en snelle manier om de vraag naar olie en gas te beperken is besparen. Wat minder vaak de auto nemen, thuis op tijd de verwarming omlaag, zuinig met badwater, spaarlampen en zuinige apparatuur aanschaffen. Op grote schaal nagevolgd zou dit gedrag de druk op de energiemarkten kunnen verlichten. Het is een mooie gedachte: door het uitschakelen van het keukenlicht een internationaal conflict helpen voorkomen.

    • Marcel aan de Brugh