Arik, de koning van Israël

De laatste jaren heeft Ariel Sharon een publiek aanzien weten te bereiken dat alleen werd geëvenaard door dat van David Ben Gurion, de eerste premier van Israël.

(FILES) Israeli Prime Minister Ariel Sharon leaves the stage after cutting the ceremonial ribbon at the opening ceremony of the "Namal Eitan" terminal at the Port in the western city of Ashdod 02 August 2005. Sharon was fighting for his life 05 January 2006, after suffering a massive brain haemorrhage, throwing the country into turmoil barely three months before a general election likely to determine the future of Middle East peacemaking.AFP PHOTO/ Roberto SCHMIDT AFP

Ariel Sharon vecht voor zijn leven. Hij is een man van machtige oerdriften, van geweld, van strijd, sluw en briljant, een gehaaide manipulator, dapper en corrupt.

Zijn leven is als een geweldige slinger heen en weer gegaan tussen opbouw en afbraak, waarbij grenzen - internationale grenzen of de grenzen van de wet - botweg werden genegeerd. Hij zag zichzelf onmiskenbaar als een man die voorbestemd was om geschiedenis te maken, niet als een man die voor omstandigheden zwicht.

Telkens weer heeft hij de aanzet gegeven tot grootscheepse politieke en militaire manoeuvres die ten doel hadden de wereld ingrijpend te veranderen, de wereld aan zíjn visie aan te passen. En altijd heeft hij dat gedaan met vastberadenheid, soms met bruut geweld, zonder zich te bekommeren om de middelen die hij hanteerde om zijn doel te bereiken.

Nu Sharon in een ziekenhuisbed ligt, maken zelfs zijn gezworen vijanden zich zorgen. Zij hopen uiteraard dat hij van zijn ziekte zal herstellen, maar zij maken zich ook zorgen over het reusachtige vacuüm dat ineens in de leiding van Israël is ontstaan.

Sharon heeft namelijk in verbluffend korte tijd een metamorfose doorgemaakt, van een van de mensen die door de meeste Israëliërs het meest werden gehaat en gevreesd naar een gerespecteerd leider, die door zijn volk werd aanvaard en zelfs bemind. Hij is een soort grote, machtige vaderfiguur geworden, en de Israëliërs zijn bereid hem blindelings te volgen, waar hij ook gaat. Hun vertrouwen in hem is zo groot dat zij niet eens eisen dat hij hun zegt welke koers hij wil volgen, wat zijn buitenlandse beleid zal zijn, en welke toestand hij voor hen denkt te creëren.

Geen mens, zelfs zijn naaste medewerkers in het kabinet niet, wist woensdagavond - nog geen drie maanden voor de komende verkiezingen - of Sharon van plan was om na zijn herverkiezing vredesonderhandelingen te beginnen met de Palestijnen, dan wel nogmaals een grote, unilaterale terugtrekking op de Westoever uit te voeren.

Met voorbijgaan aan hun recht om te weten hebben de Israëliërs liever hun toekomst in de handen van Sharon gelegd, en hun persoonlijke mening, hun recht om informatie te ontvangen en om kritiek te oefenen op het beleid van hun land, opgeschort. Met de vloedgolf van steun die het publiek Sharons nieuwe politieke partij heeft geschonken, heeft de Israëlische meerderheid tegen Sharon gezegd: ,,Wij vertrouwen erop dat u doet wat goed is, en wij hoeven er het fijne niet eens van te weten.''

Het is verbijsterend, zoals de houding van de Israëliërs jegens Sharon is omgeslagen. Wie dát doorgrondt, doorgrondt de sterke en zwakke kanten van de Israëlische psyche. Hij zal de diepgewortelde joodse angsten begrijpen die Sharon zo handig wist aan te wakkeren of te sussen. De Israëliërs verlangden naar macht, zij wilden zich bevrijden uit de eeuwige vernedering die het lot was van de machteloze jood in de diaspora, altijd overgeleverd aan de genade van vreemdelingen.

Hier zijn wat feiten en uitspraken over Sharon die in het Israëlische bewustzijn gebrand staan. Samen bieden ze een van de mogelijke portretten - één maar, want zijn karakter is zo complex dat er ettelijke denkbaar zijn.

David Ben Gurion, de mythische eerste premier van Israël, heeft in de jaren vijftig over de jonge, stoutmoedige en briljante officier Ariel Sharon gezegd: “Als hij zijn slechte gewoonte om niet de waarheid te spreken zou kunnen overwinnen, zou hij een voorbeeldig militair leider kunnen zijn.“ Menachem Begin, die premier was in de jaren tachtig, zei: “Sharon is in staat om de werkkamer van de premier te omringen met tanks.“

In de jaren vijftig, toen hij geen geringe invloed uitoefende op de wijze waarop het Israëlische leger dacht en zijn taken verrichtte, was hij officier in de elite-eenheid 101. Hij stond toen bekend om zijn gewelddadige, wrede, extreme optreden tegen Arabieren, strijders zowel als onschuldige burgers. Zijn commandanten, onder wie Moshe Dayan, kapittelden hem om zijn minachting voor mensenlevens, inclusief die van zijn eigen soldaten.

Telkens weer is zijn bevordering in de militaire hiërarchie geblokkeerd door de bedenkingen en de scherpe kritiek van zijn meerderen. Hij was er trots op dat hij, toen hij nog maar tweede luitenant was, zijn meerderen al buitenspel wist te zetten. In 1972 voerde hij als generaal van de zuidelijke troepen een campagne om de Palestijnen uit Gaza te verdrijven om plaats te maken voor Israëlische nederzettingen. Tienduizenden Palestijnen werden wreed en met veel geweld verdreven. Hun huizen werden verwoest en hun putten gedempt. Dat was het begin van Sharons loopbaan als architect en uitvoerder van het Israëlische nederzettingenbeleid.

Je kunt je amper voorstellen hoe zonder zijn vastberadenheid, dubieuze methoden en ideologische felheid de honderden bloeiende Israëlische nederzettingen in de bezette gebieden hadden kunnen worden gebouwd. Als politicus heeft hij het leger en de budgetten van de door hem geleide ministeries gebruikt om steeds meer nederzettingen te bouwen, waarbij hij zorgde dat ze door hun ligging de Arabische bevolkingscentra van elkaar isoleerden en dat ze obstakels vormden voor iedere mogelijke schikking met de Palestijnen.

Een van de beroemdste foto's uit de oorlog van 1973 is die van Sharon met een wit, met bloed bevlekt verband om zijn hoofd. In dat treffen leidde hij de divisie die het Suezkanaal overstak - een zet waardoor de oorlog ineens omsloeg in een overwinning voor Israël. Maar zijn optreden leverde hem zware kritiek op. Tweemaal heeft de generale staf van het leger in die oorlog overwogen hem van zijn functie te ontheffen, omdat hij weigerde orders van zijn superieuren op te volgen.

Na die oorlog is Sharon in de politiek gegaan. Hij verzette zich stelselmatig tegen ieder overleg met de Arabieren. Als lid van de Knesset en als minister was hij tegen het vredesverdrag met Egypte, fel tegen de Oslo-overeenkomst met de Palestijnen en zelfs tegen het vredesverdrag met Jordanië.

In 1982, toen hij minister van Defensie was, profiteerde hij van het vertrouwen van zijn premier, Menachem Begin, om Israël in de oorlog in Libanon te storten. Dat heeft aan beide zijden duizenden levens gekost, en de Israëlische strijdkrachten hebben de volgende achttien jaar diep in het Libanese moeras gezeten.

Op grond van zijn optreden tijdens de oorlog in Libanon, en zijn verantwoordelijkheid voor de slachting die Libanese christenen in de vluchtelingenkampen Sabra en Shatila onder de Palestijnen hebben aangericht, heeft een officiële onderzoekscommissie hem ongeschikt verklaard als minister van Defensie. Zijn bezoek aan de Tempelberg in 2000, toen de spanning tussen Israël en de Palestijnen om te snijden was, was de vonk die leidde tot de bloedige intifada van al-Aqsa.

Maar niet lang nadat hij tot premier was gekozen is er een verandering over hem gekomen, die niemand had voorspeld. Op dat punt in zijn leven lijkt Sharon tot de conclusie te zijn gekomen dat Israël geen terrein- of diplomatieke winst meer zou kunnen boeken, en dat hij zich erop moest toeleggen veilig te stellen wat zijn land tot dan toe had weten te bereiken.

Wij kunnen alleen maar veronderstellen dat hij, met de gebeurtenissen in Israël voor ogen, inzag dat het land het spoor bijster leek te raken en dat de bevolking wanhopig werd door het conflict, dat zo te zien was uitgelopen op een zich eindeloos voortslepende oorlog op beperkte schaal.

Het Genève-initiatief - een proces van informele besprekingen tussen vooraanstaande Israëliërs en Palestijnen die geen deel uitmaakten van hun respectievelijke regeringen - resulteerde in een vredesplan dat een warm onthaal kreeg bij het Israëlische publiek.

Gevoegd bij de felle kritiek - bij monde van een voormalig hoofd van de inlichtingendienst van het leger en van de Israëlische geheime veiligheidsdienst - op het feit dat Sharon op het diplomatieke front geen vooruitgang had weten te boeken, dwong dit hem tot de verrassendste, stoutmoedigste stap van zijn leven. Hij besefte dat het land tussen de twee volkeren zou moeten worden verdeeld, dat de bezetting niet kon voortduren, dat de Palestijnen hun eigen land moesten krijgen en dat duizenden Israëlische kolonisten uit de Gazastrook moesten worden geëvacueerd.

Net als alle andere keren dat hij had geprobeerd de wereld te veranderen, volvoerde Sharon de terugtrekking uit Gaza op de hem kenmerkende vastberaden en ruwe wijze, met virtuoze politieke manipulatie. Eenzijdig creëerde hij voldongen feiten, waarbij hij een werkelijk bewonderenswaardige persoonlijke en publieke moed aan de dag legde.

Wat gaat er nu gebeuren? Israël is een democratie, maar wij zijn getuige van een fenomeen dat doet denken aan de situatie in totalitaire staten wanneer daar een leider van het toneel verdwijnt. Sharons bewind was dermate gecentraliseerd en totaal dat het lijkt of niemand zijn plaats zal kunnen innemen.

De meerderheid - dat is uit peilingen telkens weer duidelijk gebleken - wenst dat er een einde komt aan het conflict met de Palestijnen en dat de grenzen van Israël eindelijk voorgoed worden vastgelegd. Toch is de eerste indruk dat geen andere Israëlische leider over de politieke steun zal beschikken om de moeilijke, pijnlijke stappen te zetten die nodig zijn om dat doel te realiseren.

Het is moeilijk voorstelbaar dat Sharons opvolger in staat zal zijn om meer nederzettingen - hoe weinig ook - te ontruimen zonder in Israël een bloedige burgertwist te ontketenen. Tijdens de evacuatie van de Gazastrook kon dat worden voorkomen, vooral omdat de meeste Israëliërs zich gehoorzaam schikten naar het gezag en de wil van Ariel Sharon.

Wat was het dat Sharon zo bemind maakte bij de Israëliërs? Ongetwijfeld zijn indrukwekkende staat van dienst als militair, ook al had zijn optreden als soldaat en bevelhebber felle kritiek uitgelokt. Dan zijn minachting en onverzettelijkheid jegens de Arabieren, zijn ongebreidelde gebruik van geweld in de strijd tegen hen, en zijn sluwheid, die gold als een onmisbaar wapen in de oorlog om het voortbestaan van Israël.

De laatste jaren heeft Sharon een publiek aanzien weten te bereiken dat alleen werd geëvenaard door dat van David Ben Gurion. Het volk beschouwde Sharon als zijn onvergelijkelijke natuurlijke leider, als een rijp en wijs man, die op zijn oude dag in staat was alle krachten, innerlijke tegenstellingen en felle hartstochten van zijn leven tot één geheel te smeden.

Hij werd een soort “democratische monarch', die zijn land beschermde en vertrouwen uitstraalde; een man die in de ure des gevaars niet opgaf, die uitsluitend vertrouwde op zichzelf en op zijn kracht. Was het zijn fysieke verschijning, zijn reusachtige boerderij in de Negev, zijn diepe, welhaast erotische band met het land, het aura van landbouwadel dat hem en zijn gezin omstraalde, waren het de verhalen over zijn heroïsche optreden als soldaat en bevelhebber?

Er was iets aan hem dat zei: macht, vertrouwen, stabiliteit. Dat verbond hem met joodse strijders en helden uit voorbije tijden. De Israëliërs vergeleken hem met Bar-Kochba, met Juda de Makkabeeër. Zijn menigte bewonderaars verving in een bekend volksliedje de naam van koning David door Sharons bijnaam en zong: “Arik, koning van Israël“.

Het gevolg van dit alles was dat het publiek zijn verbluffende ideologische ommekeer op het punt van de nederzettingen en de bezetting aanvaardde als een welbewuste, onvermijdelijke ontwikkeling in een nuchtere, ervaren leider. Het wettigde de stille wens die de meeste Israëliërs in hun hart koesterden. Het lijkt of het volk Sharon nodig had om te begrijpen wat het eigenlijk wilde.

Al even fascinerend is de ommekeer in Sharons internationale imago, vooral in het Westen. Sharon was de man die in de Europese en Amerikaanse pers met afgrijzen werd bejegend en onophoudelijk werd belasterd. Hij was de man die wereldleiders weigerden te ontmoeten, die in de Europese en Arabische media werd vergeleken met de ergste dictators en genocideplegers. Híj moest op beschuldiging van misdaden tegen de menselijkheid voor het Internationaal Gerechtshof in Den Haag worden gebracht. Maar in het afgelopen jaar, sedert de terugtrekking uit Gaza, is Sharon de lieveling geworden van buitenlandse leiders en de wereldpers, om maar te zwijgen van de publieke opinie in vele landen. George Bush was niet de enige die vond dat hij een voorbeeldige leider was, naar wie men zich in oorlogstijd diende te richten. Zelfs president Hosni Mubarak van Egypte prees hem de hemel in en verklaarde dat ,,het alleen met Sharon mogelijk is vrede tot stand te brengen in het Midden-Oosten''.

Israël gaat nu een periode van politieke instabiliteit tegemoet. Wie zijn volgende leider wordt, valt niet te zeggen, maar wij moeten zeker betreuren dat wij waarschijnlijk de grote kans die Sharon heeft gecreëerd toen hij Israël de weg naar het einde van de bezetting wees, niet zullen beleven, of dat die althans voor onbepaalde tijd zal worden uitgesteld.

Ook al deed hij dat met volledig voorbijgaan aan de Palestijnen, en ook al deed hij niets om de andere partij, die onze vredespartner moet worden, te steunen, wij kunnen toch zijn moed en vastberadenheid alleen maar bewonderen. Hij deed wat hij nodig achtte, ook al ging dat recht tegen zijn vroegere opvattingen in. Nu kunnen wij hem alleen maar herstel toewensen, en erom treuren dat Israëlische leiders pas na hun zeventigste jaar beseffen dat geweld geen oplossing biedt, dat concessies en compromissen noodzakelijk zijn, en dat wij de pijnlijke maar onvermijdelijke weg naar vrede moeten bewandelen.

studeerde filosofie en theater aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem. Hij is de auteur van een tiental romans, verhalenbundels, non-fictiewerken en jeugdboeken.

    • David Grossman