Als maker voel ik mij verantwoordelijk

Tessa Boerman (1967) is de jongste van de raad. De documentairemaakster voltooide vorig jaar haar film A Knock-out, die door de NPS werd uitgezonden. Daarnaast is ze organisator van festivals en conferenties over audiovisuele cultuur. Bij de VPRO werkte ze voor de programma's Lopende zaken en Waskracht.

Documentairemaakster Tessa Boerman is een van de nieuwe leden van de Raad voor Cultuur. FOTO: BRAM BUDEL Budel, Bram

“Voor het British Film Insitute maakte ik in opdracht een concept voor een conferentie over de esthetiek van zwarte cinema in relatie tot andere zwarte cultuuruitingen, zoals dans, muziek, literatuur. Voor de Balie programmeerde ik vroeger ook filmprogramma's. Ik hou me bezig met visual culture, ken je die term? Het is breder dan beeldcultuur, van architectuur tot film, en onderzoekt de betekenissen van het visuele zonder onderscheid te maken tussen hoge en lage cultuur.

“Ik begon op de filmacademie, maar ging film- en televisiewetenschap studeren omdat de theoretische analyse mij interesseerde. Ik raakte gefascineerd door zwarte cinema - ook wel afrikaanse diaspora cinema genoemd. Het was de begintijd van Spike Lee. Zoiets kenden we in Nederland niet. In die films werd vanuit eneheel ander perspectief naar de samenleving aangekeken.

“A Knock-out gaat over boksen, maar meer nog over de rol van de commercie, die van de bokser een product maakt die in de markt wordt gezet. Dat is een ontwikkeling die je op steeds meer terreinen ziet, ook bij muzikanten.

“Wat maakt mij tot generalist? Dat is heel moeilijk te zeggen. Ik ben echt iemand uit de film- en mediahoek. Op die manier ben ik veel met diversiteit bezig.

Bin-Jip vond ik een heel goede film vorig jaar, ook omdat ik zelf half Koreaans ben en er veel van het onuitgesprokene in herkende. Enthousiast ben ik over Canvas. Bij die zender is veel verbeterd. Een actualiteitenprogramma als Ter Zake bijvoorbeeld heeft vaak goede reportages, rustig van toon en informatief.

“In de nieuwe raad ben ik de enige vertegenwoordiger uit de kunstpraktijk. Dat voel ik wel als een verantwoordelijkheid. De positie van makers wordt steeds kwetsbaarder; dat moeten we als raad niet uit het oog verliezen.“