Als een skischansspringer op het brommertje

Het gangmaken van een baanwielrenner is een vak apart, zo blijkt tijdens de Zesdaagse in Rotterdam maar weer eens. Op zoek naar het geheim van een bekwaam dernyrijder.

06-01-2006, ROTTERDAM. MICHEL ZIJLAARD, LINKS IN ACTIE ALS DERNY TIJDENS DE EERSTE RACE. FOTO BAS CZERWINSKI Czerwinski, Bas

Walter Huybrechts denkt even na, wrijft over zijn voorhoofd en komt dan met zijn overpeinzing. ,,Het dernyrijden is als een relatie tussen een man en een vrouw. Je moet elkaar met weinig woorden begrijpen en des te langer je met elkaar samen bent, des te meer dingen je ontdekt van elkaar.'' Huybrechts (55) spreekt zijn woorden uit in sportpaleis Ahoy', waar hij deze week de Deen Jimmi Madsen gangmaakt tijdens de Zesdaagse van Rotterdam.

Het dernyrijden, op een brommertje het tempo bepalen voor een baanwielrenner, is een vak apart, vaak uitgeoefend door een oud-coureur op leeftijd. Huybrechts is één van hen. Hij zit “al' twintig jaar op de derny. ,,Het vraagt koerservaring, en de vijver waaruit gevist wordt is klein. Alle dernyrijders hebben een verleden in het wielrennen.''

Het geheim van een goede dernyrijder is volgens Huybrechts diens houding op de bromfiets. Hij zegt het als volgt: ,,Vergelijk het met een schansspringer; de rug recht, het lichaam voorover en de schouders omhoog. Juist de schouders zijn belangrijk. Zij maken het verschil.'' Ter illustratie wijst de Belg op een succesvolle collega, good old Joop Zijlaard. ,,Veel mensen denken dat hij zo succesvol is omdat hij zwaar en breed is, maar dat is echt een misverstand. Zijn houding is ideaal en hij weet precies waar de wind vandaan komt.'' Zijlaard herstelt momenteel van een hartinfarct op zijn vakantie-adres in Spanje, en wordt vervangen door zoon Michael, die tevens assistent-wedstrijdleider is in Rotterdam. Huybrechts mist Zijlaard senior. ,,Het is toch een beetje leeg zo.''

Het samenspel tussen de dernyrijder en de wielrenner luistert nauw. ,,De ene renner is zacht, de ander reageert heel agressief'', doceert Huybrechts. De conversaties zijn kort tijdens de koers. ,,Vaak hoor ik aan de toon of het tempo goed is. Ik reed een keer voor Tom Boonen, vraag ik aan hem: “Gaat het hard genoeg?' Zegt hij: “Zeg Walter, wat vind jij ervan?' De rust waarmee hij dat zei, was voor mij een goed teken. En dat met een snelheid van zeventig in het uur. Dat geeft me een onbeschrijfelijk mooi gevoel.''

Zijn collega Michel Vaarten heeft aan een “Allez!' of “Ooh!' voldoende om zijn tempo bij te stellen. Maar woorden zijn bij een goede relatie niet nodig, vindt hij. Het is ,,een gevoelskwestie''. Hij voorziet dezer dagen het Zwitserse duo Bruno Risi en Kurt Betschart van snelheid. Gehuld in een dikke wintertrui staat de Belg bij zijn derny, in afwachting op wat komen gaat. Vaarten (49) zit nu vijf jaar in het vak, nadat hij werd gevraagd gangmaker te worden. Koersinzicht, gevoel en improvisatie zijn naar zijn smaak de belangrijkste factoren voor een dernyrijder.

Ook de baan speelt een cruciale rol. Rotterdam heeft met tweehonderd meter een relatief korte baan, andere banen zijn vijftig meter langer. ,,Rotterdam heeft vrij lange bochten, ze lopen goed. Bij lange bochten is er meer tegendruk'', is de ervaring van Vaarten, tevens bondscoach van de Belgische baanrenners. Huybrechts vult aan: ,,Een renner moet zich thuis voelen op de baan. De omgeving is niet onbelangrijk. Renners zien opvallend veel op de fiets. Soms zeggen ze na afloop: “Heb je die en die nog gezien?' Ongelofelijk. Ik vergelijk het met een voetbalstadion: als je thuis speelt, en je hebt dat gevoel van een veilige omgeving, presteer je ook beter.''

Bruno Walrave (66) inhaleert al vijftig jaar de benzinedampen van zijn derny. Geboren naast het Olympisch Stadion in Amsterdam kwam hij als vanzelf in contact met baanwielrennen. Hij heeft als enige geen actief verleden in de wielersport. Gisteravond, toen Danny Stam het onderdeel derny won, was hij gangmaker van Max van Heeswijk. ,,Een goede gangmaker kent alle renners, dat is onderdeel van ons vak'', stelt hij. Op het slanke lichaam van Walrave rust een dikke wollen trui. ,,Dat is voor de sponsor.'' Om er direct aan toe te voegen: ,,En om je wat breder te maken natuurlijk.''

Walrave denkt nog een paar jaar te derbyrijden. Dan is het mooi geweest. Twee jaar geleden scheurde hij zijn achillespees af, en daar heeft hij nog steeds last van. Verder vertoont zijn sleutelbeen de nodige gebreken. ,,Het wordt ook tijd om plaats te maken voor jongeren. Of die er nog zijn? Natuurlijk, in de sport is het altijd zo geweest dat er nieuwe mensen klaarstonden als de ouderen van het toneel verdwenen.''