Alle reden om te gaan

Sri Lanka is een van de landen die op 26 december 2004 zwaar werden getroffen door de tsunami. Een waarschuwingssysteem was er niet. Hoe is het om er nu rond te trekken?

Young Sri Lankan tsunami survivors release green colored balloons at the beach in the devastated Seenigama village, about 90 kilometers (56 miles) south of Colombo, Sri Lanka, Monday, Dec. 26, 2005. Sri Lanka on Monday remembered the Dec. 26 tsunami victims with prayers, flowers and a two-minute silence as survivors, officials and foreign diplomats gathered in Peraliya village that suffered the country's largest loss of life. The green balloons represented evil and the release of green balloons symbolized the end of all evils. (AP Photo/Eranga Jayawardena) Associated Press

Vijfendertigduizend doden. Zevenhonderdduizend daklozen van wie er een jaar later vijfhonderdduizend nog steeds geen huis hebben. Dat zijn de harde cijfers. En wie rondtrekt op Sri Lanka merkt er helemaal niets van. Het beeld na een week is: witte stranden, groene heuvels, veel palmbomen, veel mensen.

Nou vooruit: op Tweede Kerstdag was er bij het ontbijt even een moment dat de obers niet knipmessend kwamen aanhollen op het moment dat de gast zijn bord leeg had. In plaats daarvan stonden ze rechtop en staarden ze vanaf het terras over zee. Bleek het precies het moment te zijn waarop de tsunami een jaar geleden Sri Lanka trof. `s Avonds was er een officiële herdenking. Om zeven uur kregen alle gasten door het hotelpersoneel een brandend kaarsje in de hand gedrukt waarmee, de kinderen voorop, een ronde door de tuin werd gelopen. Kaarsjes neerzetten, een fractie van een minuut stilte en het was alweer borreltijd.

Het klinkt hard maar zo is het. En denk nou niet: ja natuurlijk laten ze die buitenlanders erbuiten, toeristen hebben niets met deze nationale ramp en zijn trouwens toch barbaren. De meeste gasten in het Browns Beach hotel in Negombo waren Srilankanen, net als het overgrote deel van de toeristen die we elders op het eiland tegenkwamen. Je kunt het ook positief zien: op Sri Lanka is goed een vakantie door te brengen - de Srilankanen doen het zelf ook.

Het was indirect wel de tsunami die ons naar Sri Lanka had gebracht. Een moeder van school werkt voor Oxfam/Novib en woont sinds afgelopen zomer in Colombo om te helpen met de wederopbouw. Claudette van Rijn, haar man en vooral haar twee dochters van elf en acht lieten een groep huilende vriendinnetjes achter. Als troost werd al snel een bezoek beloofd - in de veronderstelling dat dit met een Easyjet-achtige luchtvaartmaatschappij wel te betalen zou zijn. Dat laatste bleek niet het geval: Martinair vliegt voor ongeveer 850 euro retour. Eenmaal op Sri Lanka zelf bespaar je elke dag geld. We vertrokken om half drie `s middags, landden om 6 uur `s morgens en anderhalf uur later zwommen we in de Indische Oceaan. Temperatuur van het water: 27 graden. Die van de lucht: net zoiets. Fijn, vrienden op afstand.

Sri Lanka is twee keer zo groot als Nederland en telt 19 miljoen inwoners. De tsunami trof een smalle strook langs de oost- en zuidkust - dus hoe tragisch ook, het is alsof je Amsterdam, de Veluwe en Limburg bezoekt terwijl Terschelling en Ameland zijn weggespoeld. De zuidkust zouden we op onze reis pas bereiken als dit verhaal al ingeleverd moest zijn, maar Claudette vertelde dat zelfs in de getroffen gebieden de schade niet in één oogopslag zichtbaar is. Anders dan in Atjeh staan de palmbomen nog overeind. De mensen die eronder woonden zijn dieper landinwaarts ondergebracht. Veel hotels direct aan het strand zijn alweer open. Het water in de zwembaden blauw als altijd, de vissers op het strand weer even gretig om je voor een paar euro mee te nemen voor een tochtje met hun catamaran op zee.

Wat je wel merkt, vertelt Claudette: de prijzen van bouwmaterialen zijn gestegen, er is een tekort aan vaklieden en de ongelijkheid neemt toe. De naaister die net niet door het water was getroffen, moet het onveranderd doen met haar gammele Singer in haar oude hutje. Haar getroffen concurrent aan de overkant, heeft een splinternieuwe machine en een huis gekregen. Kortom: niet dat er geen ellende is, niet dat er niet nog heel veel moet worden gedaan. Maar als je het niet zou weten, zou je het niet zien.

Waar je het zeker niet ziet is in het warenhuis Odel in Colombo. Colombo is zoals wel meer grote steden in Azië, een gemotoriseerde mierenhoop. Maar in Odel komen alleen de allerbelangrijkste mieren binnen. Airco, roltrappen, Ralph Lauren, hier zie je waaraan de 83 ministers die de regering van Sri Lanka nu eenmaal telt, hun geld uitgeven. Wie liever wil zien hoe de elite vróeger leefde, moet iets gaan drinken in het Galle Face hotel. Niet het duurste of bekendste hotel van de stad, wel het meest sfeervolle, met een tuin direct aan zee.

Maar goed, olifanten, de kinderen wilden olifanten. Hoewel die zomaar ineens op de weg kunnen staan, hetgeen in het donker nog wel eens tot slachtoffers leidt, togen wij naar Pinnawela, ongeveer 75 kilometer ten noordoosten van de hoofdstad. Daar is een `weeshuis` om olifanten op te vangen die door hun kudde verlaten zijn. Zestig olifanten tegelijk badend in een rivier, tegen een achtergrond van wuivende palmbomen - iedereen die het ziet is enthousiast. Tegenwoordig staan honderden mensen op de kant te kijken. En worden er daar weer van olifanten T-shirts, olifantentassen, olifantenbeelden, olifantenkettingen, olifantenbekers en olifantenschaakspelen aangeboden. De kinderen mogen de olifanten wassen (de echte) en daarvan een foto maken kost 20 roepies. Wat moet je hiervan denken?

Het kan nog gekker. Sri Lanka heeft mooie dieren in overvloed, maar voor een heel groot stekelvarken langs de kant van de weg trapt de chauffeur toch echt wel op de rem. Bijzonder! Gauw uitstappen, kijken en ontdekken dat hij aan een touw zit. Aan de andere kant van het touw zit een kind en dat zegt: “Foto, 20 roepies!“ Limonade hebben ze ook.

Men kan het ook anders zien: de kinderen doen wat de overheid nalaat. Sri Lanka is een prachtig land met hotels en guesthouses in alle prijsklassen. Wij verblijven in The Village in Habarana, zo`n honderd kilometer ten noorden van het olifantenweeshuis. Prachtige kamers, goed eten en zwembad voor 85 euro voor het hele gezin. Wie wil kan ook voor 8,50 euro per nacht terecht (elders dan hè). Het wordt de reiziger echter niet gemakkelijk gemaakt om van de ene plaats naar de andere te komen. Een auto of een tuktuk (scooter met een dakje) is zo gehuurd, maar de bewegwijzering langs de openbare weg is tot een minimum beperkt en het wegdek is slecht.

Ben je dan heelhuids bij een officiële bezienswaardigheid aangekomen, dan staat het hart alsnog stil bij het zien van de entreeprijzen. Toegang tot een opgraving in de culturele driehoek rondom Habarana, waar de restanten van het roemrijke verleden van Sri Lanka zijn te bewonderen, kost 18 euro per persoon. Dat is het equivalent van drie hele goede maaltijden of zes gewone. Maaltijden die je dan wel weer elders moet zoeken, want behalve de opgraving biedt de overheid aan faciliteiten niets.

Combineer dit met de politieke instabiliteit - er is de voortdurende strijd met de Tamils in het noorden en van die 83 ministers wordt er wel eens eentje vermoord - en het wordt duidelijk dat het massatoerisme in Sri Lanka nog wel even op zich zal laten wachten. Het land hoopt dit jaar op 400.000 buitenlandse bezoekers, minder dan de helft van één paasweekeinde in Nederland. Reden om te gaan, zou ik zeggen.

    • Hans Nijenhuis